Review: Io capitano van Matteo Garrone

Met deze film geeft de prijswinnende Italiaanse regisseur Matteo Garrone (Gomorra, Dogman) gezichten aan het verhaal van de bootvluchtelingen die in Italie aankomen. En die zo onderdeel zijn van een maar al te bekend politiek debat waarbij we al snel vergeten dat het om mensenlevens gaat.  

Migratiedeals

Italie wil dat we samen zorgen voor het tegenhouden van deze groep afrikanen. In Juni 2023, het jaar waarin deze film uitkwam is er een grote deal gesloten tussen Tunesie, de rechtse premier Giorgia Meloni en Mark Rutte over de opvang van de ‘gelukszoekers’. Zij geven de Tunesische dictator geld, veel geld voor  het tegenhouden van de Afrikaanse vluchtelingen die naar Europa willen. In de praktijk zien we dat in de omgang met vluchtelingen in Libië en Tunesië de mensenrechten met voeten worden getreden. Deze film vertelt dat verhaal.

Onvoorstelbaar

je weet dat dit gebeurt, maar je denkt niet na over de details, over de mensen, over gezichten. Deze film geeft gezichten aan een situatie van onrecht waar het moeilijk tegen strijden is. Het zijn de levens van Seydou en Moussa, twee Senegalese jongens die Dakar willen verlaten omdat ze dromen van een betere toekomst. Hun tocht door de woestijn, Libische detentiecentra en op de Middellandse Zee. De film is mooi, de beelden prachtig en de personages laten je het verhaal voelen. Io capitano betekent: ik, kapitein. Want Seydou wordt kapitein van het bootje dat de overtocht maakt naar Sicilie.

De film gaat over de reis naar Europa

Het is geen vrolijk verhaal maar wel een noodzakelijk verhaal. Voor de casting zijn jongens uit Senegal gekozen. Opmerkelijk is dat degene verantwoordelijk voor de casting de toegang tot de ambassade in Marokko werd ontzegd ter gelegenheid van het uitkomen van de film, omdat men bang was dat hij de mogelijkheid zo aangrijpen om zelf vluchteling/migrant te worden, mocht hij eenmaal in de ambassade zijn. De film is voor een groot deel in Marokko opgenomen.

We kunnen niet alle mensen opnemen in Nederland

maar ondertussen halen Europese vissersboten de wateren voor de Senegalese kust leeg en laten ze weinig werk over voor de Senegalese vissers. Iets van dat onrecht zou toch ook mogen doorsijpelen bij de Nederlandse politici. Maar onze politici liegen liever de kiezers voor en wakkeren de angst bij Nederlanders aan voor niet bestaande nareizen, waardoor in Nederland de woningnood verder opgedreven zou worden. Het is verdrietig dat we met zijn allen niet in staat zijn om beter voor deze mensen te zorgen. Dat is ook de politieke boodschap die deze film wil uitdragen.

Verder kijken / lezen:

Wil je meer weten over het vluchtelingendebat in Italie, kijk dan ook de documentaire Fuocoammare uit 2016, over de crisis in Lampedusa. Verdiep je in het radicale pacifisme van Gino Strada, medicus bij conflicten die zich uitsprak tegen de migratiepolitiek van Italie’s rechtse regeringen. Of lees het werk van de nederlandse Italianist Rosetta Steenbeek (boek: Wie is mijn naaste & documentaire serie: Viva l’umanità)

Review ‘De Leeuwen van Sicilië’

De afgelopen weken heb ik met veel plezier het boek “De Leeuwen van Sicilië” van Stefania Auci gelezen. Het boek is nog niet in druk verschenen, maar staat voor 10 oktober in de planning. En ik zou zeggen: lezen, dat boek.

Familiegeschiedenis

De schrijfster neemt ons mee door de geschiedenis van een familie op Sicilië in de 19e eeuw. Het boek begint eind 18e eeuw en loopt door tot 1868. We volgen de broers Paolo en Ignazio Florio, handelaren in kruiden die in 1799, nadat een aardbeving hun dorp Bagnara in Calabria getroffen heeft, besluiten zich te vestigen in Palermo om daar hun kruidenhandel voort te zetten. In de loop van het boek zien we hoe de handel zich steeds verder uitbreidt. Er wordt een aromateria (letterlijk ‘kruidenier’) geopend, een wijnbedrijf wordt opgestart, de stoommachine doet zijn intrede, er worden machines geproduceerd (die eerst werden geïmporteerd uit Engeland), er wordt een manier gevonden om tonijn beter te conserveren, enz. Hoewel de Florio’s goede zaken doen, lukt het ze maar niet om enige status te verwerven in Palermo. Voor hun concurrenten en klanten blijven ze de kruiers uit Bagnara. De groei van het bedrijf verloopt ook niet zonder slag of stoot. Regelmatig werken overheden, ambtenaren en concurrenten tegen. Daarnaast is de achttiende eeuw politiek gezien een onrustige periode. Overheersingen door de Bourbons en revoluties tegen hen wisselen elkaar in hoog tempo af.

Problemen in de familie

Naast alle zakelijke perikelen zijn er ook problemen te over binnen de familie. De vrouw van Paolo, Giuseppina, verzet zich heftig tegen de verhuizing naar Palermo. Ze mist haar schoonzus die is achtergebleven in Bagnara. Ze leeft in Palermo met man en kind in een armoedig huis, waar ook haar zwager Ignazio woont. Haar man geeft haar geen toestemming om haar geliefde schoonzus op te zoeken. De relatie van Giuseppina en Paolo is kil, liefdeloos. Zelfs een miskraam leidt niet tot meer betrokkenheid van Paolo. Broer Ignazio heeft een veel warmer hart en ontfermt zich over zijn schoonzus en zijn neefje Vincenzo als Paolo sterft aan de cholera. Hij heeft warme gevoelens voor Giuseppina maar vindt het niet gepast om dat te laten merken. Pas aan het einde van het boek realiseert Giuseppina dat zij gevoelens voor Ignazio had.

Vincenzo

Als Vincenzo ouder wordt, mag (moet!) hij zijn oom helpen in het inmiddels flink gegroeide bedrijf. Vincenzo lijkt erg op zijn vader en ontpopt zich tot een keiharde zakenman. De grootste groei van Casa Florio vindt onder zijn leiding plaats. Vincenzo zoekt een vrouw, maar wil het liefst een vrouw van adel. De Palermitaanse edelen kijken helaas nog steeds op de Florio’s neer. Hij stelt zich tevreden met een minnares, een maintenee, waarbij hij drie kinderen verwekt. Pas na het derde kind, een zoon, besluit hij met haar te trouwen en de kinderen te erkennen. Ze hebben een langdurige, warme relatie. Ook Vincenzo’s zoon, die de naam Ignazio gekregen heeft, wordt ingewerkt in het bedrijf met als doel zijn vader te kunnen opvolgen.

Waargebeurd

Een meeslepend verhaal waarbij je je moet realiseren dat het gebaseerd is op de werkelijkheid. De Florio’s hebben daadwerkelijk bestaan op Sicilië en de naam vind je nog op diverse plekken terug. Het vliegveld van Trapani-Birgi draagt zelfs de naam van Vincenzo Florio.

Structuur

Het boek ‘De leeuwen van Sicilie’ heeft een heldere indeling. De periodes in de geschiedenis van het bedrijf zijn vernoemd naar het product dat in die periode centraal stond. Heel prettig is dat elke periode begint met een beschrijving van de politieke situatie op Sicilië.

De schrijfster

Over Stefania Auci is niet veel te vinden. Ze woont in Palermo en heeft al meerdere boeken met een historische achtergrond geschreven. “De Leeuwen van Sicilië” is haar eerste boek dat in het Nederlands vertaald is.

Stefania Auci

De leeuwen van Sicilie

Vertaling: Hilda Schraa

Uitgeverij Cargo, 2019

20,99 euro

Review Italiaans boek ‘De heldenmaat’ van Andrea Marcolongo

Italianen houden van oude dingen. Waarschijnlijk omdat ze in een oud land wonen met een rijke geschiedenis waar de verhalen overal op de loer liggen. Ze leren op hun scholen dat ze Romeinen waren, vroeger. In Nederland leer je ook over de Romeinen, maar we maken ons de cultuur van de Romeinen maar zelden zo eigen als dat de Italiaan dat kan. De Romeinen zijn dan ook vaak bekend met de Griekse mythologische verhalen, het onderwerp van dit boek van Marcolongo.

De functies van mythologie

Een veelgebruikte, maar achterhaalde functie van mythologie is die van het uitleggen van de oorsprong van dingen. Zoals Stephen Frye het zegt in zijn inleiding van zijn boek ‘mythos’: ‘Early human beings the world over wondered at the sources of power that fuelled volcanoes, thunderstorms, tidal waves and earthquakes. They celebrated and venerated the rhythm of the seasons, the procession of the heavenly bodies in the night sky and the daily miracle of the sunrise’ Op veel plekken in Italie zijn er dan ook plekken in de natuur waar mensen mythologische verhalen bij beschrijven. Het meest bekende voorbeeld is de poort van Gibraltar die in de oudheid bekend stond als ‘de zuilen van Hercules’. Vanaf een afstand lijken de twee bergen die het Europese en Afrikaanse continent met elkaar verbinden net twee zuilen.

Daarna gingen mensen mythologie gebruiken als historische verklaring (toen de geschiedwetenschap nog in de kinderschoenen stond) en om sociale verhoudingen uit te leggen. Die historische functie van mythologie is nog steeds belangrijk, maar er zijn wel heel veel kanttekeningen bij geplaatst. Dit boekje van oud-historicus Lendering maakt dat goed duidelijk. Toch is het gebruik van mythologie als historisch verklaringsmodel nog wijdverbreid, zeker in de populaire cultuur.

Menselijke waarden en psychologische inzichten

Een blauwe maandag studeerde ik cultuurgeschiedenis in Maastricht. Maastricht voelt een beetje als buitenland en daar beschouwden ze de Griekse tragedies vanuit het literaire, filosofische of psychologische oogpunt. Wat zegt mythologie ons over de menselijke conditie? Wat zegt het over mensen? Het eerste vak dat ik daar volgde heette ‘Apollo en Dionysius’. Die titel kwam van Nietzsche’s theorie over het dualisme tussen droom en harmonie (Apollo) enerzijds en de roes en de chaos (Dionysius) anderzijds. Nietzsche was classicus en schreef dit in zijn eerste grote artikel ‘De geboorte van de tragedie’. De tegenstelling van Nietzsche is een filosofische manier om de wereld te zien.

Bij de cursus in Maastricht keken we ook naar het dilemma van Antigone. Haar broer Polyneikes werd door velen gezien als landverrader en na zijn dood gunden sommigen hem geen waardige begrafenis. Haar dilemma was: kies je voor de waarden van de gemeenschap of die van jezelf? Kies je voor goddelijke wetten of menselijke wetten? Dat is een universeel dilemma dat door de tijd heen niet aan actualiteit heeft ingeboet. Als puber koos ik voor goddelijke wetten, maar in mijn volwassenwording ben ik steeds meer gaan kiezen voor menselijke wetten.

De mythologie is vaak tragisch. Een andere functie die de mythologie is toebedeeld is die van katharsis. Door het lezen van literatuur of zien van theater onderga je loutering. Gevoelens van een toeschouwer of lezer worden gezuiverd door het meebeleven in de emoties van een hoofdrolspeler uit een boek of toneelstuk. Zo ging ik een paar jaar geleden naar een uitvoering van de tragedie ‘Medea’ waarin je wordt meegevoerd in de gedachtenwereld van iemand die iets vreselijks begaat. Het kunnen begrijpen van zoiets, zonder het zelf écht te hoeven ondergaan is louterend.

Het gebruik van mythologie voor het verwerven van psychologische inzichten, dat doet ook dit boek van Marcolongo.

Communicatie adviseur

Marcolongo werkte als communicatieadviseur voor bedrijven en politici zoals Matteo Renzi. Zij leren: ‘hoe kan ik een positieve draai geven aan een impopulaire maatregel?’ Zij helpen politici geen boosheid te etaleren, maar alleen een verstandige berekenende strategie om hun doel te bereiken. Over communicatie adviezen zal in de oudheid ook gesproken zijn. Zo zijn monumenten en munten bekeken in het licht van de propaganda en zijn antieke schrijvers bestempeld als ‘panegyrici‘. Dat communicatieadviseurs van politici ook afgestudeerde Griekse letterkundigen kunnen zijn, verbaasde mij niet.

De moed om lief te hebben

De schrijfster vertelt het verhaal van de Argonauten. Een Grieks mythologisch verhaal dat ze verweeft met haar pleidooi voor een écht leven, tegen een risicomijdend bestaan vol appjes en zonder echt contact. Dat vind ik echt typerend voor een zelfhulpboek, deze gedachte dat mensen zoveel in een sleur zitten waar ze uit gehaald dienen te worden om écht te leven of lief te hebben.

Mijn vader zei altijd dat je je talenten moet benutten en iets voor anderen moet betekenen die minder geluk hebben dan jij. Ik vraag me wel af wat dat is, écht leven. Zelf ben ik dol op mijn sleur en houd ik er echt niet van als ik er uit wordt gehaald. In mijn sleur functioneer ik op mijn best. Als ik niet hoef te denken aan allerlei overlevingsmechanismen dan kan ik namelijk denken aan oplossingen voor kleine concrete problemen die ik wél op kan lossen en kan ook ik, als intuïtief en gevoelsmatig mens, mijn pragmatische en rationele kwaliteiten ontwikkelen en daadwerkelijk iets betekenen voor anderen.

Woorden

Wat wel heel waardevol is in dit boek is de manier waarop de schrijfster ons de cultuur van de Grieken laat zien achter de woorden zoals vertrouwen, vergeten, herinnering, lot, gastvrijheid. Woorden hebben zich ontwikkeld in de loop van de tijd en vaak zijn we verwijderd van de betekenis van een woord zoals de Grieken het begrepen. Ik moest daarbij denken aan dit artikel dat ik las van Anna Kaal over hoe de connotatie van woorden uit een vreemde taal een rol zouden kunnen en moeten spelen in het Vreemde Talenonderwijs. Een kennismaking met een nieuw woord is verfrissend en geestverruimend, als je dat kunt overdragen als schrijfster of docent ben je goed bezig.

Het beste van jezelf voor jezelf

Een citaat uit Marcologo’s boek: “het instinct om te veranderen, de kracht om te kiezen, de moed om lief te hebben, de eer om trouw te zijn, bovenal aan zichzelf, het vermogen om over zichzelf te praten: dat zijn de elementen die mensen uit alle tijden in staat stellen en vol en waardig leven te leiden”(p.29).

Niemand bezit natuurlijk al die kwaliteiten. Ik weet in ieder geval van mijn vrienden en van mijzelf dat wij op heel veel momenten denk ‘dit is echt vervelend, maar ik weet niet hoe het komt en hoe ik het op moet lossen maar ik ga maar door’. De succesvolle mensen, onze hedendaagse helden (Ik denk aan de Obama’s, Malala, Greta Thunberg) kunnen echte problemen identificeren en zichtbaar maken, maar voor veel mensen is dat niet weggelegd. Die ploeteren maar in een dagelijks bestaan, worstelen met scheidingen, overlijden van dierbaren, ziektes en pijn. Om het nog maar niet te hebben over fietsen in de regen, te vroeg opstaan, het brood dat op is en dat je moet halen bij de supermarkt en je schoen waar een gat in zit en waardoor je nu natte sokken hebt. Marcolongo zelf is trots dat ze ook haar keuze heeft gemaakt tegen die sleur en ze vertelt over haar keus om te schrijven, het resultaat is dan dit boek zelf. Maar met die keuze zal ze nog steeds appjes moeten sturen (geen écht contact) en sokken moeten wassen.

De onderliggende vraag van dit boek is echter relevant : Hoe wil ik nu en kan ik nu mijn leven inrichten dat ik er optimaal gebruik van maak? Die vraag blijft interessant om te blijven stellen. Zo ben ik zelf al een half jaar aan het twijfelen of ik nu moet starten met een opleiding tot NT2 docent, omdat ik denk dat het kunnen helpen van immigranten bij hun integratie in Nederland me heel waardevol lijkt en omdat ik denk dat ik dat goed zou kunnen. Maar de stap zelf zetten is moeilijk.

‘Gelukkig zijn is dus niet hetzelfde als geen problemen of tegenslagen hebben en leven in een ongestoorde rusttoestand….het is de energie om te handelen, de vreugde om te doen, de zin om te veranderen – om vruchtbaar te zijn, om de bloemen die we zijn te zien uitkomen. En ongelukkig zijn is daar het tegenovergestelde van: het onvermogen om te bewegen, om zware gedachten van je af te schudden, de onmogelijkheid om ook maar een stap verder te zetten’ (blz. 38)

Andrea Marcolongo

De heldenmaat De mythe van de Argonauten en de moed om lief te hebben

Wereldbibliotheek Amsterdam 2019

Vertaling: Miriam Bunnik en Mara Schepers

22,99 euro.

Boek over Italië: Als het over liefde gaat

Lotje vroeg mij of ik ook af en toe een boek wil recenseren. Nou, als het over Italië gaat, wil ik dat wel. Ik werd getriggerd door de ondertitel van het boek: “Literaire pelgrimage in Umbrië”. Leuk! Zelf ben ik drie jaar geleden in Umbrië geweest en ik hoopte op een feest van herkenning. Daarin werd ik teleurgesteld. Natuurlijk, de schrijfster reist met haar partner Jamal door de regio, maar eigenlijk gaat het hele boek slechts zijdelings over Umbrië. Namen van steden zijn herkenbaar, de beschrijving ervan voelt alsof de schrijfster het over elk willekeurig dorpje/stadje in Italië had kunnen schrijven. Teveel toeristen, te warm, goed hotel of juist niet, terrasjes en af en toe – tijdens de zeldzame wandelingen – een beschrijving over hoe mooi de natuur is.

Frida Vogels

De aanleiding voor het boek is de fascinatie die de schrijfster heeft voor Frida Vogels. Een schrijfster die geboren is in 1930 en die Jannah de beschrijving van haar wandelingen door Umbrië ter hand gesteld heeft. Jannah ervaart dit – terecht – als bijzonder, maar stelt aan het einde van het boek vast dat ze vanwege de warmte veel dagen niet gewandeld heeft. Van Frida Vogels had ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord, maar daar is Wikipedia handig voor. Het stoorde niet, dat ik haar niet kende.

Inhoud

In het boek zijn vier (en misschien nog wel meer) onderwerpen verwerkt. Vaak gaat het over het leven van Frida en haar partner Enzo, die op zijn zachtst gezegd een moeizame relatie hadden. Het tweede onderwerp, de wandelingen, komt er in mijn ogen bekaaid af. Ik hoopte veel meer beschrijvingen te lezen over het prachtige Umbrië. Het boek straalt niet uit dat ze het leuk gehad hebben tijdens hun pelgrimage. Of dat het louterend was, iets wat je vaak hoort over pelgrimages. Op de derde plaats gaat het over de relatie tussen Jannah en Jamal, die ook ingewikkeld is, maar niet uit de hand loopt. Tot slot leren we veel over de geschiedenis van Jannah zelf waarin nogal vaak verhuisd werd en relaties ook niet altijd ideaal waren.

Conclusie

Hoewel het boek in mijn geval niet voldeed aan de verwachtingen, heb ik het met plezier gelezen. Schrijfster heeft een mooie, prettige schrijfstijl. Sommige stukken waren wat traag maar over het algemeen leest het boek vlot weg. Voor wie ook iets heeft met Frida Vogels is het een interessant boek. Wie, zoals ik, verwacht dat het over Umbrië gaat, kan teleurgesteld worden.

Jannah Loontjens

Als het over liefde gaat

Uitgeverij Podium, sept 2019, 182 pagina’s

21,50 (hardcover)

Italiaans boek: Alessandro Baricco ‘The Game’

Baricco The Game

The Game is een geschiedenis van de afgelopen 40 jaar. In dit non-fictie boek schetst filosoof Baricco onze maatschappij zoals die wordt gekenmerkt door een parallelle wereld, de digitale die wij zelf hebben geschapen. Hij vertelt in een weergaloos verhaal de opkomst van een nieuwe maatschappij. Dit blog is geen samenvatting/review van het boek, maar een weergave van de impact die het boek op mijn gedachten had. De titel ‘The Game’ verwijst naar de regels die gelden in die parallelle wereld, die zijn ontworpen naar gelijkenis van een computerspel.

De schrijver is een interessant figuur. In 2010 tipte mijn broer het boek ‘De Barbaren’. Dat filosofisch maatschappelijke boek, voorganger van dit boek, ging ik niet lezen. Ik nam het luisterboek/ de roman Oceaan van een zee. Nog hoor ik het ruisen van de zee als ik aan dat luisterboek denk. Baricco is iemand met een maatschappelijke functie in Italie. Zo verscheen in het najaar van 2018 een essay van de filosoof die veel stof deed opwaaien in Italie. Het essay werd vertaald door Anne Branbergen voor De Groene Amsterdammer in januari 2019.

Einde van veel lange termijn projecten?

We zijn anders gaan denken, zo schrijft de filosoof. De digitale revolutie is hiervan het gevolg. Waar we in de 20e eeuw lang en hard moesten werken om een glimp op te vangen van diepere kennis doen we tegenwoordig onze kennis op in een vluchtige digitale ervaring. Ik herken de vluchtigheid van de digitale ervaring ook bij mezelf. Ik lees veel boeken half en vaak lees ik er twee tegelijk terwijl ik ook nog eens een artikel tussendoor doe. Zijn we niet meer gewend om langdurig ergens in te investeren?

Een taalstudie is per definitie geen korte termijn project. Dat kan gewoon niet. Het kost tijd en moeite en alleen als je bereid bent daar plezier in te hebben, zul je op lange termijn de vruchten ervan gaan plukken. Op grond van onderzoek blijkt dat Engelse volwassen native speakers die Frans of Spaans leren, na 240 uur taalverwerving het niveau A2 voor de gespreksvaardigheid bereiken, na 480 uur niveau B1 en na 720 uur niveau B2. Deze gegevens zijn een indicatie, maar geen garantie. Een taalstudie biedt bij uitstek niet de vluchtige digitale succes ervaring die we hebben leren kennen de afgelopen 20 jaar. De meeste mensen haken dan ook af na 1 cursus. Van de mensen die doorgaan, blijven de meesten doorgaan tot ze nivo A2/B1 bereikt hebben.

Ik weet wel dat de inburgeringsscholen in Nederland er drie jaar voor innemen, voor het behalen van nivo A2. A2 is het nivo dat de Nederlandse regering eist aan inburgeraars, als voorwaarde voor het verkrijgen van hun paspoort. Die drie jaar is nodig. Ook omdat het Afghaans, Pools, Chinees of Syrisch veel verder van het Nederlands af ligt, dan dat u van het Italiaans bent verwijderd. Die vluchtelingen en arbeidsmigranten hebben 12 uur in de week Nederlandse les, maar wonen wel in Nederland. Veel Nederlanders zijn ontevreden over de inburgering van deze nieuwkomers. Maar zou u het kunnen, in dit tempo dit taalnivo behalen?

Einde van de tussenpersonen

Inspanning, daar heb ik ook niet altijd zin in. En ik denk ook dat ik veel zelf kan. Informatie over didactiek opzoeken kan ook op het internet. Waar heb ik nog een juf voor nodig? Kennis opdoen kan ook digitaal.

Doordat kennis zo onder handbereik ligt van iedereen, denken mensen wel eens dat ze geen tussenpersoon meer nodig hebben, zo stelt Baricco. Bestellen doe je via internet, een politicus hoeft geen verstand van zaken meer te hebben. Ook de kennis van doktoren wordt ter discussie gesteld: mensen gaan zelf hun ziektebeelden googlen en denken mee over hun behandeling. Docenten zijn linkse betweters die je aan kan geven bij een meldpunt als ze er een mening op na houden.

Uren maken en een vakman worden, dat is naar mijn mening echter toch iets anders. Leren ook door ervaring en uitwisseling met anderen. Daarom weet ik ook dat Hoo Man van Italtaal een goede docent is, die maakt al 10 jaar het driedubbele aantal lesuren dat ik maak. Hij heeft meer ervaring. Door ervaring doe je ook kennis op die je niet kunt leren door een opinie van een interessant artikel achter een hyperlink over te nemen. Zo is niet iedereen met een mening over gezondheid een dokter en niet iedereen met een mening over politiek een politicus.

Visie

In het laatste hoofdstuk vertelt de schrijver over zijn visie. Wat zijn nu de consequenties van deze historische ontwikkeling? Interessant is hoe hij vertelt over snelwaarheden. Door het internet wordt veel ingewikkeld, genuanceerd of wetenschappelijk nieuws gecomprimeerd tot een nieuwtje dat versimpeld is en meer ‘aerodynamisch’ is. Een nieuwtje dat zich sneller verplaatst over het internet. De schrijver noemt een voorbeeld en ik kon er zelf ook meteen een bedenken. Onlangs zag ik een veel gedeeld artikel in het italiaanse taaldocentenland over dat het Italiaans het Frans had ingehaald en de 3e meest bestudeerde taal van de wereld zou zijn. Het nieuws ging viral, maar enkele dagen later zag ik in een tweet van een Italiaanse professor linguistiek van de Universiteit van Utrecht het geverifieerde nieuws: het ging in feite om de derde taal die mensen studeren. Dan was Italiaans de meest bestudeerde taal (dus als eenzelfde persoon ook al Frans en Chinees studeerde. Dat is wel wat anders! Storytelling, een goed verhaal vertellen is tegenwoordig essentieel. En een goed verhaal reist snel, is pakkend en gaat viral en is per definitie niet volledig. Dat is ook het verschil tussen populisten met een pakkende boodschap en de traditionele politiek die een ingewikkelde genuanceerd verhaal heeft dat vervolgens door spindoctoren moet worden opgeleukt.

Alessandro Baricco

The Game

vertaling: Manon Smits

De Bezige Bij (verschijningsdatum: 16 mei 2019)

24,99 euro

Review: Landverhuizers in de oudheid

Migratie van alle tijden

De titel van het boekje zet meteen al aan tot nadenken over identiteit. Wahibre-em-achet is geen traditionele Griekse naam. Deze naam blijkt dan ook de Egyptische naam te zijn van een van oorsprong Griekse jongen die opklom in de Egyptische maatschappij. Migratie was het thema van de Week van de Klassieken. 4 t/m 14 april. Een week waarin door middel van lezingen, rondleidingen, literatuur en andere media extra aandacht wordt gegeven aan de klassieke periode. Bij deze themaweek hoort het boekje Wahibre-em-achet en andere Grieken van de classicus Jona Lendering. Dit boekje kreeg ik thuis gestuurd. Ik was nieuwsgierig, specifiek naar het thema van de landverhuizers en migranten in Romeins Italie.

Nieuwe inzichten

In het boekje zijn vijf hoofdstukken die gaan over verschillende typen migranten. Vluchtelingen, kolonisten, soldaten en nomaden. Elke invalshoek vraagt een eigen methodologische benadering. Over vluchtelingen kun je meer leren door middel van teksten. Over soldaten meer door middel van inscripties. Ook nieuwe manieren van onderzoeken komen goed aan bod. Je kunt hierbij denken aan dataverzameling door middel van DNA en isotopenonderzoek. Hierbij wordt door middel van radioactiviteit biologische overblijfselen geanalyseerd. Hierdoor kunnen wetenschappers dingen kunnen over de herkomst van mensen. Een belangrijke nieuwe methode dus in het onderzoek rondom migratie. Uit dit boekje van Lendering blijkt in ieder geval dat er veel rond werd getrokken en dat migratie een normaal verschijnsel was.

Vluchtelingen

Lendering benoemt ook de asymmetrische informatie over de herkomst van de Etrusken. De archeologie wijst op een lokale ontwikkeling van de Etrusken, de ontwikkeling van de taal wijst op immigratie. Zo schreef ik al eens over DNA onderzoek betreffende de oorsprong van de Etrusken.

Anderzijds heb je mythologische verhalen over de stichting van Rome die volgens Lendering dikwijls een sjabloon volgen. Verhalen uit de oudheid verliepen altijd volgens vaste patronen. Patronen die mensen acceptabel of geloofwaardig vonden. Het is de kunst divers bronnenmateriaal in elkaar te kunnen schuiven waar mogelijk. En anderzijds bepaalde onzuiverheden (wetenschappelijke onwaarschijnlijkheden) terzijde te kunnen schuiven. Bij dat laatste kun je denken aan fantasie elementen in mythologische stichtingsverhalen. Ze waren geloofwaardig en geruststellend voor mensen uit de oudheid, maar kunnen niet doorgaan in de reconstructie van een historische realiteit.

Kolonisten

In het tweede hoofdstuk gaat het over kolonisten. In elk gebied waren er al bewoners van ‘Italie’. Voordat zelfs de Grieken kwamen. De Messapi in Puglia bijvoorbeeld en de Sicaniers en Siculen in Sicilie. Toen ik in Italië Griekse geschiedenis studeerde moest ik van elke stad in Zuid-Italie leren door welke Griekse migranten (kolonisten) zij was gesticht. Terug in Utrecht volgde ik een cursus ‘Antiek Sicilie’ waarin we leerden hoe Sicilie door de eeuwen heen bezet is geweest door Grieken, Feniciers, Romeinen, Arabieren.

Autochtoon en allochtoon zijn moderne termen, maar ook in de oudheid waren er dus migranten. Nu wordt, zo blijkt uit het boekje van Lendering, in het onderzoek dus ook DNA en isotopenonderzoek gebruikt. Het gaat dan om de meest oude periode in de geschiedenis. De plek waar deze overgaat in pre-historie. Hier zijn deze nieuwe technieken van onderzoek van groot belang. Zo kunnen we nu zeggen dat de landbouw zich niet verspreidde door imitatie, maar door migratie. Mensen in de prehistorie waren mobiel. Kolonisten verspreidden ook de landbouw.

Tot slot

Verder zijn er nog twee hoofdstukken over soldaten en nomaden en een slot over veranderende wetenschappelijke inzichten. Die moet ik nog lezen, maar de week van de klassieken is alweer voorbij en ik ben ook bezig aan ‘The Game’ van Baricco. Houdt het maar eens bij allemaal. 🙂

Amartya Sen, nobelprijswinnaar voor de economie in 1998 schreef over identiteit in zijn boekje ‘Identity and Violence‘ uit 2006. Volgens hem is elke identiteit van een persoon een hybride vorm van verschillende achtergronden. Het culturele onderscheid tussen groepen is een sociale constructie die kan worden misbruikt door politici. Je mag verder politiek van alles vinden van het standpunt van Amartya Sen. Het is in ieder geval zo dat voor Romeins Italie DNA onderzoek en isotopenonderzoek van interesse zijn. Ze bieden wetenschappelijke inzicht rondom het historische fenomeen van migratie. Het was weid verspreid en normaal.

Jona Lendering

Wahibre-em-achet en andere Grieken – Landverhuizers in de Oudheid

Uitgeverij Omniboek

16,95 euro

Onvertaald Italiaans boek: Handboek voor revolutionaire meisjes

Italiaans feminisme

Dit boek van Giulia Blasi staat al een tijdje in de top 10 in Italie. Blasi is een feministische dertiger die ik alweer een hele tijd terug interviewde voor Italieplein. Destijds deed ik voor een vak interculturele communicatie studie naar de verschillen tussen het Nederlandse en het Italiaanse feminisme. Ik ging toen op zoek op internet, waar de feministes veel duidelijker aanweziger waren dan in de reguliere Italiaanse media, kranten en tv. Tegenwoordig werkt ze als docent bij het Europees Instituut voor Design in Milaan.

Blasi op Twitter

30 oktober kwam haar handboek voor revolutionaire meisjes uit. Op haar veelgevolgde twitteraccount becommentarieert ze het nieuws, vanuit politiek en feministisch perspectief. De afgelopen weken ging het daarbij bijvoorbeeld over een door Salvini geintimideerde tolk die uit haar ambt was gezet omdat ze kritiek had uitgeoefend op de Italiaanse regering. (In Nederland tweeten we dan gewoon op persoonlijke titel, daar doet niemand moeilijk over – tenzij je leraar bent want dan loop je risico bij een meldpunt linkse indoctrinatie aangemeld te worden). Ook ging het over het familiecongres in Verona waar conservatieve rechtse partijen en christelijke fundamentalisten uit de V.S. elkaar vonden in hun poging de traditionele gezinnen te beschermen, die zo merkte zij op, door niemand worden bedreigd. Of het ging over een nagelaten veroordeling van enkele mannen. Ze werden vrijgesproken van verkrachting omdat de vrouw ’te lelijk was om te worden verkracht’. Op NOS was een interessante podcast daarover met Rosanna Colicchia, docente Italiaans in Hilversum en Angelo van Schaijk, Italie correspondent.

Geen Nederland

Veel zaken die in Italie erg belangrijk zijn spelen niet in Nederland. Zo hebben wij veel minder passiemoorden waarbij jaloerse vriendjes hun vriendin om het leven brengen. Blasi vertelt hoe er in Italie mededogen wordt opgebracht voor de daders die gekweld worden door hun jaloezie en verlangens. Terwijl de meisjes het nog wel eens opzoeken of de schuld krijgen hun vriendjes veel eerder verlaten gehad moeten hebben. Ook gaat het over roze speelgoed, poppen en speelgoedstrijkijzers voor meisjes en fietsen voor jongens. Iets wat in Nederland ook veel minder speelt. Hoewel het me wel opvalt dat veel basisschooljongens én meisjes zijn gekleed als de miniatuurversie van een volwassene. En Blasi benoemt de concurrentie tussen Italiaanse vrouwen als een probleem in de gemeenschappelijke strijd. Iets wat ze wil overkomen. Een speerpunt in haar feministische strijd is dat het is voor alle vrouwen. Nerderige tomboys en elegante verschijningen met commerciele ambities verenigt u!

Relevant ook in NL

Hopelijk wordt haar boek vertaald. Omdat andere kwesties die zij aantikt ook hier spelen. Blasi schrijft licht en humoristisch, zonder zure woorden of verwijten. Ze vertelt over haar eigen jeugd waarin ze graag met de jongens optrok en onderdeel mocht zijn van de exclusieve jongensclubs door zichzelf onzichtbaar te maken. Een herkenbaar verhaal voor veel meiden in Nederland denk ik. Haar manier van schrijven is ontwapenend en spoort aan tot saamhorigheid. Toch heeft ze ook wel degelijk een politieke agenda die ook voor ons Nederlanders relevant is.

Feminismo sociale

Bij feminismo sociale gaat het niet over het nadoen van mannelijke modellen of juist daar uit te breken maar om het vormgeven van een leven met elkaar waarin plaats is voor de zwakkeren. Ik moest toen denken aan een quote van Germaine Greer, de Australische schrijfster:

I do think that women could make politics irrelevant; by a kind of spontaneous cooperative action the like of which we have never seen; which is so far from people’s ideas of state structure or viable social structure that it seems to them like total anarchy — when what it really is, is very subtle forms of interrelation that do not follow some heirarchal pattern which is fundamentally patriarchal. The opposite to patriarchy is not matriarchy but fraternity, yet I think it’s women who are going to have to break this spiral of power and find the trick of cooperation.”

Het gaat dan wat Blasi betreft bijvoorbeeld over incapabele mannen (soms van het narcistische type) die maar rond blijven draaien in de baantjestoedeling. Het ene bedrijf bij de achterdeur verlaten en er evengoed ergens anders weer bij de voorkeur weer binnen komen. Het gaat over mannen die een medaille willen omdat ze ook ‘de afwas doen’. Terwijl de statistieken aangeven dat het deel van het huishouden dat aan vrouwen toekomt nog steeds extreem onevenredig is. Het gaat over vrouwen op een voetstuk zetten en zo een goedwillend seksisme in stand houden.

Binnenpretje

Het zet me ook aan het denken over mijn eigen werk. Hoe komt het dat in de onderbetaalde sector waarin ik werk: freelance taaldocenten, er voor 95% vrouwen werken? En dat als ik een foto zie van het bestuur van het Dante Alighieri Instituut in Italie, het bestuur dat mijn sector vertegenwoordigd op bestuurlijk en politiek nivo, ik een foto zie van bijna uitsluitend oude mannen in pak met stropdassen?

Ik denk nu aan Blasi elke keer als ik een foto zie van 10 mannen in een pak met stropdas bij willekeurig welk event waarbij je altijd kunt becommentarieren: waren de vrouwen op? Hoe komt het dat in deze formele of professionele situatie er geen enkele vrouw aanwezig is?

Blasi heeft een frisse blik op de actualiteit en geeft deze met flair door aan mensen die haar boek lezen en haar activiteiten volgen. De ondertitel is dan ook: ‘waarom het feminisme ons gelukkig maakt’.

Zelf lezen? Ik pleit voor vertaling van haar boek. Speriamo bene!

Giulia Blasi

Manuale per ragazze revoluzionarie Perché il femminismo ci rende felici

Rizzoli libri 2018

18 euro

Meer lezen over Italiaanse non-fictie? Lees dan ook mijn review over M figlio del secolo (over Mussolini) of mijn review van The Game van Alessandro Baricco of mijn review van Het meisje met de Leica van Helena Janeczek.

Meer lezen over onvertaalde Italiaanse boeken? Lees dan dit blog uit 2009. Sommige boeken hoeven namelijk ook niet vertaald te worden.

Onvertaald Italiaans boek: M Zoon van de eeuw

M kind van zijn tijd

In november was mijn vader erg ziek. We hadden het vermoeden dat hij binnenkort zou overlijden, maar je weet niet wanneer dat precies is. Ik stopte met werken en zag tijd voor me opdoemen. Kostbare tijd met hem en tijd voor mezelf thuis. E-boeken zijn een goede manier om tijd voor jezelf waardevol te maken. Zeker als je zelf je boeken kiest en je niet laat leiden door wat Nederlandse uitgevers laten vertalen, nam ik mezelf voor voor 2019.

Op de nominatie voor de Premio Strega 2019

Éen van die boeken die ik kocht en downloadde (schrijf ik dat goed?) was M Figlio del secolo (letterlijk: zoon van de eeuw). Van de Italiaanse schrijver Antonio Scurati. Ik kwam er gisteren achter dat dit boek ook op de shortlist staat voor de Premio Strega van 2019. De Premio Strega is Italie’s meest bekende literaire prijs. Onwaarschijnlijk dat deze hem toe zal vallen, want het boek is een duidelijke aanklacht tegen het fascisme. Om enige vergelijking met het heden te suggereren zou echt ongepast én onwetenschappelijk zijn en van het verkiezen van het boek tot winnaar een politiek gemotiveerde beslissing maken.

Waarom is het boek een aanklacht?

De M in de titel verwijst naar Mussolini. Mooi dat hij wordt geanonimiseerd, zoals onlangs de premier uit Nieuw Zeeland die een terrorist zijn naam geen publieke bekendheid gunde. De naam is zoveel gaan betekenen en de schrijver wil los weken daarvan en een menselijk beeld neerzetten van Mussolini. Kind van zijn tijd. Het boek gaat over de periode 1919-1924. De tijd van de mars op Rome, de vestiging van het fascisme in de zetel van de macht.

Het hele verhaal van de aantrekkingskracht van het fascisme, dat wordt door Scurati verteld. De volgelingen waren mensen in hun tijd. Echte mensen die zelf beslissingen moesten maken over goed en fout en daarbij met de wetenschap van nu, verkeerd hebben gekozen. Maar wat zullen wij zelf doen als wij in hun schoenen staan? Dat is de vraag die het boek oproept. Het wil geen vergelijking maken tussen Mussolini en politieke leiders van nu (Godwin!), maar wel zet het aan tot denken over een ‘clima mentale‘.

Het verhaal als podcast

Het boek heb ik nog niet gelezen, maar wel heb ik het beluisterd. Het verhaal is gesproken gepubliceerd als podcast in La Repubblica online en ook beschikbaar op Spotify. Ik was op zoek naar een leuke podcast. Op die manier kan ik mijn luistervaardigheid bijhouden en tegelijkertijd letten op een correcte uitspraak in het Italiaans. Maar deze taaltip terzijde.

Italiaans fascisme

Arthur Weststeijn en Pepijn Corduwener betogen in hun boek ‘Proeftuin Italie‘ dat twee jaar geleden uitkwam dat Italie met Mussolini de eerste was die experimenteerde met het fascisme en zo een trend zette die in andere plekken van de wereld navolging zou krijgen. Hoe dit fascisme kon ontstaan, de periode waarin Mussolini de macht grijpt en wat het onderwerp is van Scurati’s boek, beschrijven zij als volgt (Proeftuin Italie, blz. 52)

‘Soldaten die aan het front tot het uiterste getergd waren door hun superieuren, keerden shellshocked terug naar huis, vol wrok jegens het establishment en met de wapens nog op zak. De vakbonden riepen op tot massale acties en stakingen. Het geweld van de oorlog zette zich moeiteloos voort in vredestijd, terend op de lange traditie van verzet en de gewelddadige onderdrukking daarvan die Italië al zo lang parten speelde, met een nieuwe opwelling van brigantaggio in het zuiden, anarchistisch geïnspireerde rellen in het noorden, en rechtse en linkse vergeldingsacties over en weer. In Rome wist de oude elite van liberalen zich geen raad meer met de ontstane situatie. De macht ontglipte haar….

De volgelingen die Mussolini om zich heen verzamelde zocht hij vooral in de kringen van radicale nationalisten, gefrustreerde veteranen en futuristische oproerkraaiers. In eerste instantie werd hij nog overschaduwd door de ster van D’Annunzio, en behaalde zijn beweging nauwelijks stemmen bij de verkiezingen van 1919. Toen in het jaar daarop de massale arbeidersprotesten steeds groter werden, bleek die neerwaartse spiraal richting anarchie echter koren op Mussolini’s molen. Staking volgde op staking, Italië leek stuurloos af te stevenen op wetteloosheid, en in september 1920 kwam het biennio rosso tot een climax met een massale bezettingsactie van fabrieksarbeiders. De eerste fabriek die bezet werd was die van Alfa Romeo in Milaan, en vandaar verspreidde het protest zich over Turijn en Genua, het hart van de Italiaanse industrie. Honderdduizenden arbeiders namen deel aan de acties en lieten met de geweren in de aanslag de hamer en sikkel wapperen, tot schrik van de gegoede klassen. Nu zag Mussolini zijn kans’.

Italian style

Het verhaal van Scurati is Italiaans. Een roman? Meeslepend wordt er verteld over de poetische en kleurrijke figuren die die periode kende. De periode nét voor het fascisme is erg interessant vanwege het futurisme. Een artistiek literaire beweging die, zoals je ook hierboven kunt lezen, toch niet los is te zien van het fascistische opkomst. Ik schreef er een artikel over voor Italieplein (wat overigens inmiddels een pizza website is geworden met historische artikelen). Het futurisme was een beweging die het gevaar prees. Moed en rebellie werden tot deugd verheven.

Het stond tegenover de behoefte aan harmonie en decadentie van schrijvers zoals d’Annunzio. De literaire dandy van de esthetica en van levenskunst ook een politieke daad maakten. d’Annunzio heeft een grote rol in de eerste hoofdstukken van M figlio del secolo. Je leest over de massa die luisterde naar zijn redevoeringen en la vittoria mutulata (de gemankeerde overwinning), de afkeer van plutocrati angloamericani, banchieri.

De manier waarop Scurati vertelt is me bij gebleven. Je leest over de levenswijze van d’Annunzio en Mussolini. Hun vrouwen, hun vakanties. Het verhaal van de grote mannen die het échte leven leiden en voordoen, poetisch en met een trefzeker gevoel voor stijl en grandeur. En hoe dat indruk maakt. De hele Italiaanse cultuur getuigt van een nauwe verbondenheid van esthetiek en politiek. Nederlanders zien wel dat Italianen er mooi uit zien en dat het leuk is om te flaneren op Italiaanse boulevards. Al die esthetiek (zoals met het futurisme en d’Annunzio) heeft echter ook een keerzijde.

Zou Italie een politieke avant garde kunnen zijn, doordat de esthetiek zo’n prominente plek heeft in de Italiaanse maatschappij?

Loser

De volgers van Mussolini waren losers. Loser zijn, dat is mooi klote want dan is er van je leven buiten jouw zeggenschap om een wedstrijd gemaakt die jij hebt verloren. Dat verloren leven zul je terug willen claimen en het gekrenkte zelfbeeld willen herstellen. De vernedering door die bankiers en plutocratische wereldmachten en sterkere figuren ongedaan maken. En dat wordt door Scurati mooi verteld én historisch uitgelegd.

De Italianen deden dit op een manier zoals Pinokkio. Ze gaan onbedoeld de fout in door met de verkeerde mensen mee te gaan. Grootse figuren die een meeslepend leven voordeden, dat is wel iets waar Italianen van houden. Pinokkio ging mee met Stromboli of met de ezeltjes naar het Eiland van Plezier. Later kreeg hij er spijt van. De fascistische aanhangers gingen mee met de futuristen, d’Annunzio en Mussolini en belanden uiteindelijk in een bloedige strijd. Velen moeten zich op hun sterfbed zich toch hebben afgevraagd hoe het zo fout had kunnen gaan.

Tip voor Nederlandse uitgevers

M figlio del secolo vertelt een menselijk verhaal. Zonder het historische verhaal over maatschappelijke oorzaken en gevolgen uit het oog te verliezen. Verweven. En hoewel ik wel eens zeur, hier en daar, over een literaire insteek bij historische romans, vind ik het bij dit Italiaanse boek zeer geslaagd. Misschien omdat Nederlanders vooral van eufemismes en understatements houden. Scurati kiest voor een menselijke benadering met morele en psychologische dilemma’s in een stijl vol crescendo en pathos, met veel politiek geladen repetitio. Die overigens ook heel mooi is in de voorgelezen versie met de warme stem van Marco Paolini, die accellereert en verheft, intiem fluistert en verstilt.

Ik hoop dus dat een Nederlandse uitgever het boek oppakt en laat vertalen. Én dat ze daarbij kiezen voor de vertaling van de titel als: M Zoon van de eeuw. Dat maakt het persoonlijk en menselijk, kenmerkend voor het verhaal van Scurati. Een kind van zijn tijd is iedereen. Maar niet iedereen is M.

Antonio Scurati

M figlio del secolo

Uitgeverij Bompiani 2018

Meer lezen over vertalen van het Italiaans naar het Nederlands? Lees dan dit artikel over Google Translate

Liever een film kijken dan een boek lezen? Lees dan dit blog over de film ‘A casa tutti bene’.

Review: Het meisje met de Leica

Het meisje met de Leica

Bij uitgeverij De Bezige Bij verschijnt vandaag de roman Het meisje met de Leica. Een boek van Helena Janeczek. Janeczek werd in 1964 geboren in Duitsland en verhuisde als tiener naar Italie. Ik vind het altijd inspirerend als iemand die een taal niet met de paplepel ingegoten heeft gekregen, later dan een boek in die taal gaan schrijven. Kader Abdolah in het Nederlands bijvoorbeeld. Janeczek is redacteur van het literaire tijdschrift Nuovi Argomenti en dook voor dit boek in het levensverhaal van de historische figuur Gerda Taro. Hoewel een historisch figuur, gaat het de schrijfster om het vertellen van een mooi verhaal, het is geen biografische geschiedenis geworden. Daarbij bleken de herinneringen van dierbaren een mooie insteek.

Het boek is dus non-fictie, maar heeft wel degelijk de vorm van een roman. Wil je meer harde non-fictie, lees dan het boek van Baricco (over de gevolgen van de digitale revolutie) of Blasi (over Italiaans feminisme) eens. Een ander non-fictie boek dat leest als fictie is M figlio del secolo (over Mussolini) dat op dit moment vertaald wordt.

Synopsis

Gerda was een twintiger in de tijd dat WOII uitbrak. Het boek bestaat uit vijf delen, waarin in drie delen drie kennissen het leven van Gerda vertellen. In 1933 verliet Gerda haar moederland Duitsland en ging naar Frankrijk. Het boek gaat over de periode van haar leven waarbij ze als oorlogsfotografe werkte. Een tijd van opkomend fascisme en nazisme, in Parijs. Ze werd ook bekend als de geliefde Andre Friedmann. Ook een joodse fotograaf zoals zijzelf met wie ze samen Robert Capa bedacht om zo hun foto’s te kunnen slijten bij de grote dagbladen in Europa. Gerda was een onafhankelijke en geemancipeerde vrouw voor haar tijd en overleed op jonge leeftijd in Spanje, waar ze werkte als oorlogsfotografe. .

Deel 1 en 2

Het eerste deel bestaat uit foto’s van Gerda waarbij Janeczek een context schrijft. Ze schrijft het verhaal achter die foto’s. Mooi gedaan, pakkend meteen vanaf het begin. Een menselijke context bij een beeld. Beelden die we tegenwoordig vaak registreren maar niet meer zien.

Het tweede deel is het begin van de roman. Het verhaal van Gerda wordt verteld door een oude liefde, Willy Chardack. Éen van de vele want Gerda had een hele schare mannelijke volgers. De fotografe wordt door Chardack voortdurend beschreven in haar elegantie. Ik begrijp Chardack wel, het is best een goedige loebas, kwetsbaar voor vrouwelijk schoon. Maar ik vat geen sympathie voor hem op. Kennelijk blijft hij toch in een bepaalde stereotypering hangen.

Zijspoor

Italianen hebben er nogal een hand van om iemand helemaal op te hemelen als ze elegant is. Zo heb ik ook een Italiaanse docent gehad die een leerling voortrok vanwege haar esthetische opvattingen en voorkomen. U kunt ook vast iemand bedenken. Sommige Nederlanders hebben het namelijk ook. Mensen die zich totaal niet bewust zijn van het feit dat hun mening over vrouwelijke esthetiek politiek incorrect en kleinerend is. Of misschien interesseert het ze gewoon niet. Zo heb je ook bestuurders die meisjes met een politieke mening kunnen uitleggen hoe het echt zit.

Het zal wel jaloezie van me zijn op Gerda. Ik bots tegen dingen aan, heb geen natuurlijke charme behalve mijn bijtende spot, ben tien kilo te zwaar en draag nooit hakken. Elegantie is een gegeven, een aangeboren conditie. Elegantie kun je een beetje verwerven: je kunt mooie kleren aandoen maar al draagt een aap een gouden ring…..Het is een gegeven dat sommige vrouwen elegant zijn, meerdere Italiaanse vrouwen zijn het dan Nederlandse. Maar hen mythische eigenschappen toeschrijven, dat dwepen, het is onhebbelijk.

Italiaanse schoonheid: soms lijkt het alleen maar aan de buitenkant te zitten.

Het is wellicht nogal amateuristisch om als boekreviewer kritiek op het boek te hebben omdat een personage (Chardack) me niet ligt. In een interview met de schrijfster gaat het over il desiderio di verderla. Het verlangen om Gerda te zien. Ik word daar een beetje moe van. Het is goed geschreven hoor, ik zag onder de woorden van Janeczek ook echt wel een charismatische dame verschijnen, vooral ook vanwege haar maatschappelijke bijdrage als oorlogsfotografe. Als ik alleen vanuit moreel oogpunt naar het karakter van een personage kijk, zou ik sowieso heel veel romans moeten afschrijven. Raskolnikov, van ‘Schuld en boete’ van de schrijver Dostojevski bijvoorbeeld. Terwijl dat toch ook mateloos interessant is. En dat maakt van mij blik op Chardack maar een onbelangrijke mening die er niet toe doet voor de waardering van het boek.

Een wetenschappelijke analyse is wel interessant om te lezen. Literatuurwetenschapper Manetti schrijft in dat artikel onder de link dat hoe Gerda in het geheugen van anderen vorm heeft gekregen bepalend is voor de roman. Dat is een interessant gegeven. Je bent iemand anders in het hoofd van iemand anders dan in je eigen hoofd.

Perspectief van vriendin Ruth Cerf

In deel 3 wordt Gerda beschreven door haar vriendin Ruth. Er komt dan iets meer naar voren over de geschiedenis en haar persoonlijke verhaal en keuzes omdat deze vriendin niet de gierende hormonen heeft van Willy. Je ziet dan dezelfde elegantie door de ogen van haar vriendin meer als nonchalance en eerlijkheid. De optimistische fotografe wordt dan een stuk interessanter en makkelijker om van te houden. Het wordt iets meer een mens, je ziet ook haar tekortkomingen en twijfels. Ook blijkt dat Gerda gewoon lichtzinnig en onbezorgd is en dat ze daardoor bepaalde keuzes maakt die, met de wetenschap van nu of van anderen, onbezonnen waren. Ze blijft tegelijkertijd, door de bril van Ruth ook een verheven persoon, door het gemak en nonchalance waarmee ze goede morele keuzes lijkt te maken.

Janeczek zegt dat deze eigenschap, een zekere onbezonnenheid, kenmerkend is voor de jongeren die geboren werden tijdens WOI en zorgeloos opgroeiden. Die gelaagdheid van verschillende perspectieven geeft wel een meerwaarde aan het boek en het verhaal van Gerda. Mijn cynische stereotypering (avonturier, lekker wijf, doener) verdwijnt niet helemaal, maar wordt wel genuanceerd.

Die vanzelfsprekendheid in morele keuzes is iets waar ik zelf moeite mee heb: vaak geef ik mensen gelijk in een gesprek en begrijp hun standpunt en denk ik achteraf het tegenovergestelde. Of neem ik zelf een bepaald standpunt in, waar in dan later, door meer informatie, op terug moet komen. Mijn realiteit lijkt weerbarstiger van die van Gerda, maar Gerda zien we dan ook alleen door de ogen van anderen. Dat is wellicht ook de aantrekkingskracht van het hele verhaal en de charme van dit boek.

Tot slot

De laatste kennis is Georg Kuritzkes, ook een oude liefde. Het boek wordt afgesloten met een vijfde deel waarin de schrijfster Janeczek het woord weer neemt, zoals in het eerste deel. Het boek won trouwens belangrijke Italiaanse literaire prijzen, waaronder de Premio Strega van 2018. Ik hoor graag wat jij er van vindt en of mijn verhaal herkenbaar is. Lees het boek en laat een reactie achter.

Het meisje met de Leica

Helena Janeczek

De Bezige Bij (2019)

Vertaling: Els van der Pluijm

24,99 euro.

Review: Van de gladiatorenkeizer tot de gepensioneerde tiener

Boek van Stijn Vennik

Boeken over de late oudheid zijn er weinig voor een groot publiek, zo zegt de achterflap van dit boek. En dat klopt. Helaas maakt de oudheid maar voor een tiende deel onderdeel uit van de geschiedenis. Met de kenmerkende aspecten en de tijdvakken in het geschiedenisonderwijs, is de hele oudheid maar één periode toegeschreven. Wat er op neerkomt dat leerlingen het ongeveer 2 maanden krijgen in de brugklas. In de bovenbouw is het ongeveer 2 maanden onderwerp en dat is het dan. In Italie besteden ze veel meer tijd aan de Romeinse periode in het curriculum en is dit ongeveer een vierde van de behandelde stof. Goede insteek.

Lastige materie goed toegankelijk

Het is fijn voor de leek om een boek te lezen over geschiedenis dat vlot is geschreven. Je komt dan makkelijk door taaie stof heen. Stijn Vennik heeft zich op een hele knappe manier de taaie stof eigen gemaakt en er echt een eigen verhaal van gemaakt. De periode is lastig met ingewikkelde, partijdige, anachronistische en slecht bewaarde bronnen over een periode die sowieso al wordt gekenmerkt door chaos en onrust. Een belangrijke bron voor deze periode is de Historia Augustea. Historicus Jona Lendering vergelijkt dit werk met een biografie over de levens van de keizers (geen geschiedwerk dus) in de lijn van Plutachus. Vennik is in deze traditie verder gegaan en tekent de levens op van de verschillende keizers, in al hun rariteiten met anekdotische voorvallen en triviale, maar in het oog vallende wetenswaardigheden.

Schrijfstijl

Zelf heb ik wat moeite met de stijl. Historici mogen zeker goed toegankelijke boeken schrijven. Ik gun hen hun metaforen, hyperbolen, eufemismes, gemeenplaatsen en ironie echter maar met mate. Zo vergeet Vennik dat het om mensenlevens gaat. (‘begon hij oorlog met een paar koninkrijkjes’ ‘Zoals altijd als er zo’n belangrijk iemand in ongenade viel werden al zijn vrienden en medestanders geexecuteerd. Dat leverde Severus veel geld op, maar voor de rest had hij het niet zo naar zijn zin in Italie’. De historicus beschrijft ook met ogenschijnlijk plezier over de wreedheid en het genot van (de anekdotes over) verschillende keizers. Dat gaat dan niet op een manier waarop men genieten kan van de horror in de film 300, maar met een emotionele afstand tot het onderwerp. Hij schetst terdege wetenschappelijk kanttekeningen bij zijn eigen verhaal. Vervolgens schrijft hij het toch met heel veel plezier allemaal op. Waardoor je kunt denken achteraf: wat weet ik nu eigenlijk?

Niet interessant

Als je bedenkt dat de kennis waar het boek vol mee staat, die triviale anekdoten over die keizers, niet in perspectief worden geplaatst, wat heb ik er dan aan? Dan lees ik liever Ploutarchos of Svetonius zelf (ook vlot geschreven), dan heb ik tenminste nog het idee dat ik een tijdsdocument lees en meer leer over de Romeinen dan met dit boek. Het is alsof je een historisch roddelblad leest. Leuke anekdotische kennis voor pubquizvragen. Met alle respect voor de mensen die heel veel vragen weten en wiens hoofd encyclopedisch is, maar het is niet iets wat míjn leven verrijkt.

Wil je meer lezen over mijn motivatie en mijn opvattingen over fictie en non-fictie, lees dan dit blog.

  • Stijn Vennik
  • Van de gladiatorenkeizer tot de gepensioneerde tiener Een geschiedenis van het Romeinse rijk van 180 tot 476
  • Athenaeum (2019)
  • 17,50 euro.

Heb je je negativiteit helemaal hervonden in dit artikel en wil je nog wel even doorstomen in negatieve berichten? Lees dan ook mijn blogs over dingen die je niet hoeft te doen in Italie en mijn blog over stomme Italiaanse boeken.