Blog NLTaalstudie

De meest gemaakte fouten in (de studie van) het Italiaans

Fouten zijn divers. Dit blog is opgedeeld in de bespreking van

1. Grammaticale fouten

2. Studiefouten.

Grammaticale fouten

Grammatica, redekundige ontleding, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp. Italiaanse grammatica. Wat heb je er eigenlijk aan? Nou, het taalkundig ontleden (zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord etc) en redekundig leren ontleden van zinnen (onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp) is vooral bedoeld om bepaalde fouten in zinnen te kunnen voorkomen.

Naast het maken van grammaticale fouten kun je ook andere fouten maken: lexicale en semantische fouten (dat zit je op de betekenis op het woordnivo verkeerd) en spellingsfouten (denk aan het groot dictee der Nederlandse taal) of fonologische (uitspraak) fouten. Daar hebben we het in dit blog niet over. Grammaticale problemen zijn vooral aanwezig bij het schrijven in het Italiaans. Bij het spreken is grammatica minder belangrijk dan het overbrengen van de boodschap die dan bovendien geholpen wordt door een andere spreker en door non-verbale communicatie. Bij het lezen en het luisteren hoef je zelf niet te “zenden”, maar kan grammatica je helpen een boodschap beter te ontvangen.

In tegenstelling tot wat sommige mensen denken is grammatica niet universeel. Het Nederlands heeft een andere grammatica dan het Italiaans. Daar ontstaan dan ook fouten, doordat Nederlanders de Nederlandse grammatica toepassen op de Italiaanse taal. De terminologie is voor een deel wel hetzelfde.

Welke grammaticale fouten maken leerlingen het meeste in het Italiaans? A1 fouten worden ook nog door B2 leerlingen worden gemaakt, maar de tools om ze te voorkomen leer je in een A1 cursus. Ik geef je hieronder de meest voorkomende type fouten, een of meer voorbeelden van zo’n fout en ik leg je uit hoe grammatica je kan helpen bij de oplossing van het probleem.

Attributiefouten

De eerste categorie fouten noem ik zelf voor het gemak even attributiefouten. Dit is geen bestaande naam uit de linguistiek volgens mij, maar geeft wel goed het probleem weer. Dit is een A1/A2 fout in de attributie van mannelijk of vrouwelijk / enkelvoud of meervoud. Een voorbeeld van een dergelijke fout is il gatto è belle. De oplossing is weten dat je moet vervoegen. Je zult daarvoor dus een zelfstandig en een bijvoeglijk naamwoord moeten kunnen herkennen. Il gatto is mannelijk, dus het bijvoeglijk naamwoord moet zijn: è bello. Een ander voorbeeld van een attributiefout is Paolo sono stati in America l’anno scorso. Volgens de regels van de grammatica voegt het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord zich naar het onderwerp. Daarom is het correcte antwoord: Paolo è stato in America l’anno scorso. Attributiefouten kunnen in het bijvoeglijk naamwoord zitten (voorbeeld 1), in werkwoorden (voorbeeld 2), maar ook in voornaamwoorden. Bij dat laatste kun je bijvoorbeeld de vorm kiezen voor het vrouwelijk meervoud, terwijl je de vorm voor het vrouwelijk enkelvoud moet hebben. La do (la penna) of Le do (le penne). De docent gaat bij attributiefouten vaak een lijntje trekken naar het verwijswoord om je bewust te maken van je fout.

Tijdfouten

A2/ B1 tijdfout. Je gebruikt de verkeerde tijd om iets uit te drukken. Bij tijdfouten is het belangrijk om de regels voor het gebruik van de tijden goed te kennen. Deze zijn anders dan in het Nederlands. In het Italiaans gebruik je bijvoorbeeld de condizionale composto om een niet gerealiseerde wens uit te drukken. In het Nederlands zeggen wij echter niet: “Ik zou naar school gegaan, maar ik had andere dingen te doen”. Wij zeggen dan: “Ik had naar school willen gaan”. Doordat wij de grammatica van het Nederlands onbewust toepassen op het Italiaans (dit verschijnsel heet interferentie) maken we grammaticale fouten in het Italiaans. Een ander lastigheidje is de imperfetto. Wanneer gebruik je de imperfetto (onvoltooid verleden tijd) en wanneer de passato prossimo (de voltooid verleden tijd)? Een regel is dan bijvoorbeeld dat je na ‘mentre’ de imperfetto gebruikt en dat datgene wat erachter komt in de voltooid tegenwoordige tijd gaat. Mentre facevo la doccia è suonato il telefono. In het Nederlands zeggen we daarentegen: Terwijl ik aan het douchen was, ging de telefoon. Helemaal lastig zijn de regels voor de congiuntivo, de aanvoegende wijs. Dit is een modus die we in het Nederlands zo goed als niet gebruiken en het duurt dan ook even voordat je feeling hebt met de grammaticale regels van de congiuntivo.

Italiaanse grammatica
Grammatica. Waar heb je het voor nodig?

Inversiefouten

Bij inversiefouten worden zinsdelen in een verkeerde volgorde geplaatst. De volgorde van zinsdelen volgt de regels van de grammatica. Een voorbeeld van een inversiefout is: Maria ha anche fatto un viaggio in Giappone. Het woord ‘anche’ staat hier op de verkeerde plek. Anche moet je zetten vóór de plek die benadrukking vraagt. Is het Maria die ook een reisje naar Japan maakt, net als ik? Anche Maria ha fatto un viaggio….? Of is het ook een reis in Japan, nadat ze ook al in Guatemala is geweest? Maria ha fatto un viaggio anche in Giappone. Zo is de plaats van het bijvoeglijk naamwoord meestal erachter. Maar sommige bijvoeglijke naamwoorden staan altijd voór het zelfstandig naamwoord (bello, nuovo, vecchio ecc). Het pronome diretto (lijdend voorwerp) en pronome indiretto (meewerkend voorwerp) komen voor het werkwoord. Grammaticale regels zorgen er hier dus voor dat je grammaticale fouten kunt voorkomen. Voor verder lezen over de volgorde van zinsdelen, lees ook dit blog Ook hier gaat de docent een lijntje trekken van het woord naar de plaats in de zin waar het had moeten staan.

Samentrekkingsfouten

Soms worden fouten gemaakt doordat iemand zoveel bezig is met evt attributiefouten en tijdsfouten in zinsdelen dat de zin op zinsnivo, het grotere geheel, uit het oog wordt verloren. Je kunt dan fouten maken die leerlingen op de middelbare school ook in Nederland maken. Bijvoorbeeld: “Zelf ben ik het hiermee eens en wil hieronder graag uitleggen waarom”. (Levende Talen Tijdschrift nr. 1 2019). Je moet altijd blijven kijken naar de zin als geheel. En niet alleen naar zinsdelen. Zinsdelen worden hier gescheiden door een /. De mooie kat / die lag te dutten / op de vensterbank / was erg moe geworden / van het spelen. Zeker bij langere zinnen gaat het snel fout bij beginners Italiaans. Je kunt bijvoorbeeld met een voornaamwoord naar iets verwijzen, zonder dit in zijn geheel te herhalen. Je kunt het echter niet weglaten, want dan krijg je een ongrammaticale zin. Vaak wordt door Nederlanders in het Italiaans op nivo A1/A2 een pronome relativo (betrekkelijk voornaamwoord) of een ingewikkeld voegwoord (zoals perciò of affinché) nagelaten. Het is ook de kunst om op nivo A1/A2 nog geen ingewikkelde zinnen te maken die dit soort grammaticale constructies vereisen. Je moet je beperken tot korte zinnen die correct zijn. Hier is de oplossing die de grammatica biedt dus pas in de toekomst. Waag je niet aan dingen die je nog niet beheerst.

Studiefouten

Overtuigd van het nut van grammatica? Oké, dan heb ik ook nog een ander soort van fouten die je kunt maken. Leerfouten. Ok. Veel van mijn tips op deze website zijn inkoppertjes. De taalcoach – tips. Zo hoef je niet bang te zijn voor fouten, moet je van mij doorzetten met je studie, kun je leren omgaan met grammatica (zo erg is het écht niet), heeft het voor en nadelen om wat ouder te zijn als je begint aan je taalstudie, is het handig om realistisch te zijn en moet je vooral haalbare doelen stellen.

Goed, daarmee ben ik een tweederangs psycholoog die denkt dat jouw leven maakbaar is. Ik weet heel goed dat dat niet zo is (mijn leven is heel weerbarstig en ik krijg echt jeuk van mensen die zeggen dat je dingen moet wíllen of dat je positief moet denken).

Toch geloof ik wel dat je van juiste coachingstips wat kunt leren. En van de ervaringen van anderen. Zo maakte ik onderstaande fouten. Kijk wat je er mee doet. Inzicht dat je eenzelfde fout maakt, is al heel wat.

Zelfoverschatting

Vaak dacht ik na de uitleg: O, dat snap ik. En dan ging ik niet oefenen. Dit is een vorm van zelfoverschatting en dit overkomt veel mensen. In de oefeningen kom je echter concrete voorbeelden tegen en uitzonderingen die je niet leert door de uitleg te lezen. Leren is doen, niet alleen weten. In de didactiek maken ze onderscheid tussen leren en verwerven. Leren doe je door iets te snappen, verwerven door het te doen.

Denken dat je de enige bent die het niet snapt.

Niet tegen de juf zeggen dat je het niet snapt, dat is erg jammer. Juffen proberen wel te kijken naar hun leerlingen om te kijken of de stof land, maar ze zijn ook tegelijkertijd bezig met de details van een grammaticaal onderwerp, die ene leerling die naar buiten zit te staren, de temperatuur in het leslokaal. Kortom we zijn maar mensen. Als jij ons niet helpt, dan kunnen wij jou ook niet goed helpen. Wees niet bang de klas op te houden. Als de juf het idee heeft dat het alleen jouw probleem is zal ze je individueel helpen en niet klassikaal.

Slordigheid

Niet willen weten van de hoed en de rand. Je moet precies zijn en alles willen weten. Ik ben hier ook niet goed in. Nog steeds niet. Ik heb geen oog voor detail, maar toch kan ik het op sommige momenten voor kiezen om het wel te hebben. Bij een schrijfopdracht bijvoorbeeld moet je heel precies zijn. Soms kan het helpen eenzelfde grammaticaal onderwerp te horen uitleggen door tien verschillende personen voordat het kwartje valt. Lees het in je boek, maak opdrachten, luister naar een YouTube filmpje over eenzelfde onderwerp, zoek het op internet op bij verschillende bronnen. Wees niet tevreden met een ruim voldoende, maar ga voor de 10. Maak voor jezelf een overzicht. Heb je informatie op orde.

De schuld altijd bij jezelf leggen

Er kunnen veel oorzaken zijn dat je iets niet snapt. Iets wat vaak voorkomt is dat het nivo te hoog ligt. Zeker bij mensen die zelf dingen opzoeken op internet. Daar is de informatie niet aangepast op nivo A2, maar wordt bijna alles gepresenteerd op B1/B2 nivo. Nou heb ik er een hekel aan als mensen altijd de schuld buiten henzelf liggen, maar feit is dat je soms niet goed doorhebt wat het probleem is en waar het wringt. Je kunt dan het verkeerde dingen als een probleem zien. Bijvoorbeeld denken: Ik kan echt geen Italiaans leren, ik stop er maar mee. Dat is niet zo. Je moet iets anders doen. En je moet op zoek gaan naar wat dat is.

Niet reflecteren op fouten of de kop in het zand steken

Soms gaan dingen fout. Dan moet je daar bij stil staan. Kijken wat de fout is, waarom je die maakt en hoe je die kunt voorkomen. Hierbij moet ik denken aan toen ik in Italie op B1 een cursus deed. Ik moest een presentatie voorbereiden en had een moeilijk onderwerp gekozen maar wist niet waar ik goede informatie kon vinden. De presentatie heb ik afgeblazen. Ik had gewoon moeten vragen aan de docent of ze me had kunnen helpen. Maar doordat ik met zoveel dingen bezig was op dat moment had ik nog niet eens helder wat mijn probleem was. Soms weet je wel dat je een probleem hebt, maar ben je nog niet bezig met het zoeken naar een oplossing. Daarom moet je dus altijd stiltstaan bij problemen. Dit klinkt heel suf, maar voor mij was het geen vanzelfsprekendheid.

Komt één van deze fouten jou bekend voor? Dan blijkt dus maar weer eens dat je normaal bent.

Voor een overzicht van de grammatica van nivo A2, bekijk dit blog

Je Italiaans opfrissen voor de zomervakantie? Bekijk dit blog!

Lezersbeoordeling Hoe beoordeel jij dit blog?

2 gedachten over “De meest gemaakte fouten in (de studie van) het Italiaans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *