BlogTaalstudie

Italiaans is moeilijk: motivatie en inspiratie om tóch verder te gaan met de studie

Een taal leren is moeilijk

Ik wijs studenten graag op mogelijkheden en kansen, maar natuurlijk vind ook ik als docent wel eens dingen moeilijk of komen ze me zelfs voor als onmogelijk. ‘Moeilijk is leuk’, zo zeggen mijn man en zoontje altijd. We weten dat het beter is om te denken aan uitdagingen dan in problemen, maar ik vind moeilijk echt niet altijd leuk. Nu heb ik mijn C2 gehaald, maar ik weet dat mijn Italiaans niet perfect is. Bij het Groot Dictee der Nederlandse Taal ligt mijn gemiddelde rond de 30 fouten, dus ik ben in het Nederlands ook ver verwijderd van taalpuristen, copywriters en docenten Nederlands die wel weten waar de tussen n moet en hoe je nu echt Prezwalski paard schrijft (niet zo waarschijnlijk).

Met die enigszins lakse instelling van mij (die tussen n kan me gestolen worden) kun je je voorstellen dat er ook in het Italiaans enkele onvolkomenheden in zitten. Het Italiaanse dictee zou ik niet foutloos kunnen maken. Hoewel ik af en toe écht al wel een Italiaan kan corrigeren.Maar ik ben zeker geen erelid van de Accademia della Crusca, de Italiaanse taalunie die beslist wat goed of fout is.

Ik wil jullie kennis laten maken met twee taalgebieden in het Italiaans die ik heel lastig vind en waar ik leerlingen doorgaans verwijs naar een boek als ze vragen hebben. Mag dat? Dat mag.

Italiaans is moeilijk: de voorzetsels

Preposizioni in het Italiaans. In de methodes Italiaans krijg je er al mee te maken bij je allereerste beginnerscursus Italiaans. En daar beginnen dan ook al de vragen. Waarom is het “in macelleria”, en “al banco”? De regels van de voorzetsels zijn zeer uitgebreid en op de universiteit kreeg ik pas bij een cursus C1 de onuitputtelijke lijst die het antwoord gaf op al mijn vragen. Een soort groen boekje, het boekje waarin de correcte spelling staat van allerlei ingewikkelde Nederlandse woorden, waarin alleen maar uitzonderingen staan. Met dit werkwoord gebruik je dan het voorzetsel A, en in andere gevallen het voorzetsel IN. Als ideale docent zou ik dus kunnen zeggen tegen mijn leerlingen: O, dat is dat werkwoord, daar moet je in dit geval het voorzetsel IN bij gebruiken want…… Maar soms weet ik dat gewoon niet. Dan moet ik het zelf opzoeken. Zo’n groen boekje is wel een vloek voor mij. Want ik kan best wat regels leren en grammatica begrijpen maar 15 pagina’s met voorzetsels + de bijbehorende woorden is voor mij als zoeken naar een speld in een hooiberg. Er zijn een aantal regels die in meerdere gevallen gelden, dat lukt dan nog net. Maar dan houdt het op. Er zijn mensen die het groene boekje uit hun hoofd leren, als studiemateriaal voor het dictee. Maar waarschijnlijk zijn de échte goede dictee-mensen gewoon heel nieuwsgierig en vragen zij zich oprecht af: moet er nu tussen dictee en mensen een tussenstreepje ja of nee? Zoals mijn leerling Lucy, die het dictee won editie Krimpenerwaard. Ik deel die oprechte nieuwsgierigheid niet. En bewonder Lucy.

Italiaans is moeilijk: de regels voor dictie

Onlangs heb ik een cursus dictie en fonetica gevolgd bij Cristiana Raggi. Zij heeft een boek geschreven over dat onderwerp en is zelf actrice. Nu heb ik in die cursus veel nuttige en voor mij logische en makkelijke dingen geleerd over ademhaling, ritme, volume, het diafragma. Dingen die mijn communicatie verbeteren. Ik was echter begonnen aan de cursus om een accentloos Italiaans te verwerven. Nu kan ik alle Italiaanse klanken maken die er zijn. Ik heb geen spraakgebrek. Maar om het vervolgens ook te doen, betekent ook weten wanneer je welke klank moet uitspreken. En dat zijn de regels van de dictie. In het boek van Cristiana zijn zo’n 60 bladzijdes gewijd aan afzonderlijke gevallen van hoe je de e of o uitspreekt. Soms is een e of o open (è/ò), soms is een e of o gesloten (é, ó). Als je dan die regels ziet, verdeeld over zestig bladzijden, lees je dingen als: de bijvoeglijke naamwoorden met de suffix èvolo en èvola moeten de open e hebben (zoals in benèvolo) de bijvoeglijke naamwoorden met de suffix évole/ évoli moeten een gesloten e hebben (zoals in colpévole). Ik vind dat heel moeilijk om te onthouden door het vaak te lezen. Ik geloof ook niet dat dat de manier is voor veel mensen (de échte taalkundige nieuwsgierigen of de mensen buiten het autistische spectrum daar gelaten).

Inspiratie en motivatie voor mijn studie Italiaans

Toch wil ik het graag leren. Willen jullie weten wat mijn motivatie is? Bijvoorbeeld het idee dat native speakers betere docenten zijn! Ik weet niet of dat idee bestaat bij jou, lezer, of bij mij. Het is in ieder geval een idee dat bestaat en waar ik mijn motivatie uit haal. Van één van mijn docenten Italiaans hoorde ik dat niet native speakers geen Italiaans als 2e taal kunnen doceren. Als mensen zeggen dat je iets niet kunt is dat soms een uitstekende motivatie, ik hoor het tenminste ook bij vrienden dat zij die motivatie delen 🙂 Let’s kick some ass.

Veel mensen zijn voor mij een bron van inspiratie. De docente Nederlands Tamara Stojakovic. Zij kreeg in 2017 de prijs voor beste docent Nederlands en dat terwijl het Bosnisch haar moedertaal is en zij pas op haar 11e in Belgie kwam. Ik denk aan mijn vriendin Cristina, Spaanse van origine en nu docente Spaans op een middelbare school, die heel veel allochtone kinderen inspireert als voorbeeld. Of Kader Abdolah. De Nederlandse auteur die het Perzisch als moedertaal heeft, maar diverse prachtige boeken schreef in zijn tweede taal: het Nederlands. Dat iemand zich zo kan uitdrukken in een tweede taal is heel bijzonder. Of die Syrische kinderen op school die voor hun ouders vertalen. Dat vind ik ook inspirerend. Dat die kinderen al zoveel kunnen.

Mijn plan van aanpak

Ik moet een alternatief van leren bedenken om toch die encyclopedische kennis te verwerven. Niet door de databank uit mijn hoofd te leren maar als ervaring die ik tot mij heb genomen. Ik heb een idee. Om beter te worden in de Italiaanse voorzetsels en in de Italiaanse uitspraak ga ik gericht luisteren naar alleen deze twee dingen in Italiaanse podcasts en luisterboeken. Als ik me nou probeer te focussen op één onderdeel van de Italiaanse taal terwijl ik luister dan steek ik daar vast iets van op. En toch af en toe blijven kijken naar die regels. Als ik regel en praktijk nou aan elkaar weet te knopen…..

Wat is jouw motivatie om beter te worden in je Italiaans? En wie vind jij inspirerend?

Lezersbeoordeling Hoe beoordeel jij dit blog?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *