Blog NLTaalstudie

Overzicht Italiaanse grammatica A1

Inhoudsopgave:

Op YouTube zijn er heel veel mensen die filmpjes maken met grammatica uitleg, maar deze zijn eigenlijk pas handig vanaf nivo A2 omdat die allemaal in het Italiaans worden gemaakt. Het is niet handig als je nog zo goed als geen Italiaans spreekt om Italiaanse uitleg van grammatica filmpjes te bekijken. Er zijn nog geen Nederlandse filmpjes met grammatica uitleg voor het nivo A1.

1. Het lidwoord

Onbepaald lidwoordbepaald lidwoord enkelvoudmeervoud
Mannelijkvóor medeklinkerun caneil canei cani
voor klinkerun esempiol’esempiogli esempi
voor s + medeklinker, z, gn, y psuno psicologoil psicologogli psicologi
Vrouwelijkvoor medeklinkeruna donnala donnale donne
voor klinkerun’olival’olivale olive

Wanneer gebruik je het lidwoord terwijl dat we dat in Nederland niet doen?

  • Voor meneer of mevrouw of een titel: Le presento il Signor Parlabene/ Ecco la professoressa Montagnola
  • Als je zegt wat voor beroep iemand heeft met fare: Umberto fa il medico
  • Bij namen van landen, regio’s en grote eilanden: La Sardegna è un’isola molto bella
  • bij kloktijden: sono le otto
  • Bij dagen van de week als iets regelmatig terugkeert: Il martedì gioco sempre a calcio
  • Bij talen: Francesca parla bene l’olandese
  • Bij algemene beweringen: Il clima peggiora
  • Voor een bezittelijk voornaamwoord: Non toccare! È il mio panino!

Voorzetsels in combinatie met het lidwoord

illol’lai glile
aalalloall’allaaiaglialle
dadaldallodall’dalladaidaglidalle
innelnellonell’nellaneineglinelle
susulsullosull’sullasuisuglisulle
dideldellodell’delladeideglidei

2. Het zelfstandig naamwoord

enkelvoudmeervoud
mannelijk

il ragazzo
il bar
i ragazzi
i bar
vrouwelijkla ragazza
la capacità
le ragazze
le capacità

De algemene regel is dat bij het mannelijk de uitgang van het zelfstandig naamwoord een o is en bij het vrouwelijk een A. Daar zijn natuurlijk uitzonderingen op. Sommige woorden eindigen op een beklemtoonde klinker, die blijven onveranderlijk in het meervoud. Ook kun je niet zien of ze mannelijk of vrouwelijk zijn. Dat moet ik als juf dus soms ook opzoeken. Daarnaast heb je woorden die eindigen op een medeklinker en woorden die eindigen op een e. De algemene regel voor de uitzonderingsgevallen is dat de woorden die einidgen op een e in het meervoud een i krijgen.

3. Het persoonlijk voornaamwoord als onderwerp

ioik
tujij
lui / lei / Leihij / zij / U
noiwij
voijullie
lorozij (meervoud)

Let op: in het Italiaans wordt het onderwerp meestal niet uitgesproken. Dit doe je alleen om iets te benadrukken. (zij heeft het gedaan, niet Luigi!)

4. Het bijvoeglijk naamwoord

In het Italiaans moet je het bijvoeglijk naamwoord overeen laten stemmen met het zelfstandig naamwoord in getal en in geslacht. Daardoor klinkt het Italiaans zo mooi, het gaat bijna rijmen in klinkers. Toch is het niet zo dat ze altijd dezelfde uitgang hebben, dat is dan weer een intrapper. Ook is het zo dat als je meerdere dingen noemt, het mannelijke grammaticaal overwicht heeft. Bijvoorbeeld: I bar e le banche sono chiusi.

EnkelvoudMeervoud
mannelijkitalianoitaliani
vrouwelijkitalianaitaliane
eindigend op -eingleseinglesi

Daarnaast zijn er uitzonderingen voor het meervoud. Bijvoorbeeld fresco/fresca/freschi/fresche, lungo/lunga.lugnhi/lunghe, pratico/pratica/pratici/pratiche, grigio/grigia/grigi/grigie en vario/varia/vari/varie. Dit is voor alle bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op -co, -go, -gio, -io.

Het bijvoeglijk naamwoord staat er bijna altijd achter, behalve als het belangrijker is dan het zelfstandig naamwoord waar het over gaat, dan zet je het ervoor.

5. De tegenwoordige tijd

– ARE-ERE-IRE-IRE
lavorare =
werken
vendere =
verkopen
sentire =
voelen, horen
finire =
stoppen ,
beeindigen
iolavoro-ovendo-osento-ofinisco-isco
tulavori-ivendi-isenti-ifinisci-isci
lui/lei/Leilavora-avende-esente-efinisce-isce
noilavoriamo-iamovendiamo-iamosentiamo-iamofiniamo-iamo
voilavorate-atevendete-etesentite-itefinite-ite
lorolavorano-anovendono-onosentono-onofiniscono-iscono

Bij het maken van de tegenwoordige tijd neem je als uitgangspunt de infinitief waar je de uitgang (-ARE/-ERE/-IRE) vanaf haalt. Dan houd je de stam van het woord over waar je vervolgens een uitgang achter plakt.

6. C’è en ci sono

Er is en Er zijn. Ci betekent ‘er’ en vervolgens wordt daar de vervoeging van het werkwoord Essere achter geplakt (zijn). Je moet opletten dat je het werkwoord in aantal vervoegt. C’è un cane nel museo (Er is een hond in het museum) maar Ci sono dei fumetti nella libreria (Er zijn strips in de boekenkast). Hond is enkelvoud, dus c’è (derde persoon enkelvoud van essere –> è). Strips is meervoud dus ci sono (derde persoon meervoud van essere –> sono)

7. Piacere

Het werkwoord piacere (in het Nederlands ‘leuk vinden’ of makkelijker: ‘bevallen’) gedraagt zich een beetje op dezelfde manier als ci + essere. Het vervoegt zich in getal. Mi piace giocare a palla (Ik vind het leuk om met de bal te spelen – enkelvoud want met de bal te spelen), maar Mi piacciono i cornetti (Ik houd van zoete broodjes – meervoud want zoete broodjes). Piacere wordt bijna altijd in de derde persoon enkelvoud of in de derde persoon meervoud vervoegd.

8. Het wederkerend werkwoord

Het wederkerend werkwoord horen we in het Nederland in combinatie met het woord ‘zich’. Ik was me, jij wast je etc. Er hoort dus een wederkerend voornaamwoord bij het werkwoord. Die combinatie maakt het werkwoord wederkerend. Denk bijvoorbeeld aan: Ik was de auto (niet wederkerend wassen) en Ik was me onder de douche (wel wederkerend). De truc van het wederkerend is het juiste wederkerend voornaamwoord te gebruiken in combinatie met een gewoon werkwoord zoals je die normaal altijd gebruikt. Het werkwoord veranderd dus niet. De wederkerende voornaamwoorden zijn niet gelijk aan het persoonlijk voornaamwoord, hoewel ze daar soms wel op lijken. Ook is het zo dat het persoonlijk vornaamwoord wordt weggelaten in het Italiaans. Je hebt dus geen combinatie van twee voornaamwoorden. In dit voorbeeld gebruik in een werkwoord dat eindigd op -ARE (lavare) maar dit zou net zo goed een wederkerend werkwoord op -ERE of op – IRE kunnen zijn. In de oefeningen in je werkboek zie je vaak de infinitief met si, zoals bijvoorbeeld: Sandra…….(lavarsi). Bedenk dan dat si stukje op het eind het werkerende voornaamwoord is, de e is weggelaten en het eigenlijk gewoon een werkwoord is dat eindigd op – ARE. Daarna kun je gewoon de regels van de tegenwoordige tijd toepassen.

ik..meik was memi lavo
jij…jejij wast jeti lavi
hij … zich/ zij…zich…/U…zichU wast zich / hij wast zich / zij wast zich si lava
wij….onsWij wassen onsci laviamo
jullie… jeJullie wassen jevi lavate
zij….. zichZij wassen zichsi lavono

9. De voltooid tegenwoordige tijd

De voltooid tegenwoordige tijd heet zo omdat het in het verleden zich heeft afgespeeld en afgerond is, maar het hulpwerkwoord staat in de tegenwoordige tijd. Ook dit is een combinatie van woorden die samen de tijd vormt: een hulpwerkwoord en een voltooid deelwoord. Net zoals in het Nederlands. Ik heb gedaan –> ho fatto. Net zoals in het Nederlands kan het hulpwerkwoord ESSERE of AVERE, zijn of hebben zijn. Ik ben geweest, ik heb gehad. Je maakt een combinatie van het hulpwerkwoord ESSERE of AVERE in de tegenwoordige tijd en voegt daar een voltooid deelwoord aan toe. De hulpwerkwoorden vervoeg je als volgt

io sonoio ho
tu seitu hai
lui / lei / Lei èlui/ lei / Lei ha
noi siamonoi abbiamo
voi sietevoi avete
loro sonoloro hanno

Voor het maken van het voltooid deelwoord moet je weten of het een – ERE / – IRE of – ARE werkwoord is en dus wat de infinitief is, het hele werkwoord. Bijvoorbeeld io vendo, ik verkoop komt van VENDERE (verkopen) Hier zijn apps voor zoals VERBI ITALIANI waarbij je de vervoeging van een werkwoord in kunt typen en dan komt de infinitief en alle vervoegingen in alle tijden er zo uit rollen. Weet je de infinitief dan kijk je vervolgens naar dit schema.

-ARE (comprare)-ATO (comprato)
-ERE (vendere)-UTO (venduto)
-IRE (sentire)-ITO (sentito)

Je vervangt dus de uitgang van de infinitief met de uitgang van het voltooid deelwoord.

Nu samen: Ik heb gekocht –> Ho venduto

LET OP: Als het hulpwerkwoord ESSERE is vervoeg je het voltooid deelwoord in geslacht en getal naar het onderwerp. Het voltooid deelwoord krijgt dan als laatste letter een A/ O/ I/ E. Deze klinkers ken je al van de uitgang van het bijvoeglijk naamwoord of van de uitgang van het zelfstandig naamwoord.

vrouwelijkmannelijk
enkelvoud-A-O
meervoud-E-I

Maria è stata a Parigi (statA want vrouwelijk enkelvoud)

Gianfranco e Marcello sono andati in Francia (andatI want mannelijk meervoud.

10 Onregelmatige werkwoorden

volere (willen)dovere (moeten)potere (kunnen)andare (gaan)
io voglioio devoio possoio vado
tu vuoitu devitu puoi tu vai
lui / lei / Lei vuolelui / lei / Lei develui/lei/Lei puòlui/ lei / Lei va
noi vogliamonoi dobbiamonoi possiamonoi andiamo
voi voletevoi dovetevoi potetevoi andate
loro voglionoloro devonoloro possonoloro vanno
VOLUTODOVUTOPOTUTOANDATO
AVERE (hebben)ESSERE (zijn)SAPERE (weten)FARE (maken/doen)
hosonosofaccio
haiseisaifai
haèsafa
abbiamosiamosappiamofacciamo
avetesietesapetefate
hannosonosannofanno
AVUTOSTATOSAPUTOFATTO
BERE (drinken)DIRE (zegggen)USCIRE (uitgaan)VENIRE (komen)
bevodicoescovengo
bevidiciescivieni
bevediceesceviene
beviamodiciamousciamoveniamo
bevetediteuscitevenite
bevonodiconoesconovengono
BEVUTODETTOUSCITOVENUTO

11. Het persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp

Ik geef het boek – Ik geef het. In de tweede zin vervangt ‘het’ ‘het boek’ van zin 1. Met een lijdend voorwerp verhoog je je efficientie van het communiceren want je hoeft niet meer alles uit te spreken maar kunt naar iets verwijzen. Een persoonlijk voornaamwoord kan lijdend voorwerp zijn en is dan eigenlijk een soort verwijswoord. Het verwijst naar iets. Misschien weet je nog van de lessen Nederlands wat een lijdend voorwerp is. Je kunt het vinden door jezelf af te vragen: Wie of wat + onderwerp? Het antwoord op die vraag is het lijdend voorwerp. Je kunt het lijdend voorwerp beklemtonen of niet.

Beklemtoond

mijme
joute
hem/haar/ului/lei/Lei
onsnoi
jullie/uvoi
henloro

Onbeklemtoond

memi
jeti
hem/het/haar/ulo/la/La
onsci
jullie/uvi
hen/zeli/le

Let op: lo, lo of La wordt afgekort voor een woord met een klinker tot een letter l met een apostrof. Voor het meervoud is dit daarentegen niet het geval? Waarom niet? Daarom niet. Er is geen bevredigend antwoord op die vraag.

Voor dieren of dingen kies je de derde persoon enkelvoud of meervoud.

Meestal staat het lijdend voorwerp voor het werkwoord, behalve bij de infinitief of de gebiedende wijs die pas hoort bij nivo A2.

12. Het persoonlijk voornaamwoord als meewerkend voorwerp

In het Nederlands kun je het persoonlijk voornaamwoord vinden door te vragen: aan wie? of voor wie? Opnieuw kan ze beklemtoond of onbeklemtoond zijn

beklemtoond.

Let op: bij telefonare en piacere gebruik je in het Italiaans het meewerkend voorwerp terwijl je in het Nederlands het lijdend voorwerp zou gebruiken.

a meaan mij
a teaan jou
a lui / a lei / a Leiaan hem / aan haar / aan u
a noiaan ons
a voiaan jullie
a loro aan hen

onbeklemtoond

mime
tije
gli/le/Lehem/haar/u
cions
vijullie
gliaan hen / ze

Het voornaamwoord staat meestal voor het werkwoord, het komt er alleen achter bij:

  • de gebiedende wijs
  • het hele werkwoord

Net zoals bij het lijdend voorwerp.

Klaar? Hoe verder…

Wil je je grammatica oefenen? Lees dan mijn blog over goede oefenboeken en schaf een boek aan!

Wil je een examen A1 afleggen? Lees dan mijn blog over Italiaanse examens.

Ben je nu klaar met A1? Lees dan de samenvatting van het nivo A2.

Een gedachte over “Overzicht Italiaanse grammatica A1

  1. Dag mevrouw,
    ikzelf geef ook les Italiaans als vrijwilliger, voornamelijk aan mensen die ‘al wat ouder zijn’. (ikzelf ben 73).
    Ook ik heb in die zin een eenvoudige grammatica opgesteld die door mijn studenten ten zeerste op prijs wordt gesteld. Natuurlijk, wanneer men iets op papier zet bestaat is er altijd het gevaar fouten te maken. Zo heb ik met belangstelling uw overzicht gelezen en het weze mij geoorloofd twee taalfouten te melden:
    6 c’è en ci sono : je moet opletten dat je vervoegt
    7 Het werkwoord verandert…
    Het gaat hier om wat men noemt dt-fouten die IEDEREEN wel eens ergens maakt en die men zelf niet ziet, maar die door een ander onmiddellijk worden aangeduid. Ook ikzelf komt dat af en toe tegen en ben dan dankbaar dat iemand mij daarop wijst…
    Voor het overige, dank u wel, ik voel me bevestigd en leer weeral iets uit uw manier van aanbrengen.
    Bert Willemsen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *