BlogTaalstudie

Overzicht Italiaanse grammatica A2

Italiaanse grammatica A2

Natuurlijk staat er achter in je studieboek een grammatica overzicht. Maar soms is het handig hetzelfde op een andere manier te lezen. Mij heeft het altijd veel geholpen om grammatica schema’s te maken. Deze schema’s van mijn studietijd heb ik bewaard en toen bedacht ik me: waarom zet ik ze niet op mijn website? Ik deel ze in naar de nivo’s van het ERK, dus hier komt eerst het overzicht van de Italiaanse grammatica A2. Aangevuld met goede online informatie, die er in mijn studietijd nog niet was 🙂

Sommige mensen zeggen: ‘Grammatica is niet echt mijn ding‘, maar ik geloof dat iedereen van zijn studie Italiaans een succes kan maken. Als je moeite hebt om dit document te lezen is het aan te bevelen een docent op te zoeken die je kan helpen.

Aanvullingen op je eigen grammatica overzichten vind je ook op Falo Italiaanse school en Wikibooks. In de toekomst zal ik ook de grammatica van A1 en B1 publiceren op deze website. Naast grammatica overzichten is het handig om oefeningen te maken. Deze kun je online vinden op de website van impariamoitaliano.com / http://learnamo.com / PDF versie van het studieboek van Mezzadri dat ik in mijn (goede oude) tijd gebruikte.

Je zult zien dat ik dingen half in het Italiaans / half in het Nederlands doe, qua uitleg. Iedere docent doet dit weer anders. Mondeling kan ik alles in het Italiaans doen en dan het schriftelijk erbij hebben, compleet in het Nederlands. Zelf doe ik veel aan code switching: ik ga op en neer tussen beide talen op een manier die ik verhelderend vind. Maar iemand anders zal dit irritant vinden en graag alles in het Nederlands of alles in het Italiaans willen zien.

Het verschilt een beetje per boek / methode / exameninstituut wat er precies bij nivo A2 hoort. Ook is het zo dat onderdelen van bijvoorbeeld de imperativo of de persoonlijke voornaamwoorden worden opgedeeld. Sommige dingen van dat onderwerp horen bij A2, andere dingen horen bij B1 of A1. Maar het is ongeveer dit. Als je meent dat er iets bij hoort wat hier niet in ziet, kun je deze dus verwachten bij het overzicht van A1 of B1. Of je kunt mij mailen.

Voor vervoegingen van specifieke werkwoorden (je zoekt bijv. de futuro van ‘andare’ in de tweede persoon enkelvoud) kun je vervoeg-zoekmachines gebruiken. Dit zijn databases met alle Italiaanse werkwoorden die je dan kunt opzoeken in de tijd / modus / persoon die jij op dat moment nodig hebt. Deze kun je bijvoorbeeld vinden op de vertaalapp van Prisma of van Dale maar ook op deze online site Congiugazione.it (vervoegingen.it) Daarbij moet je wel het hele werkwoord weten, de infinitief. Maar andersom werkt het ook. Als jij een werkwoord hebt, en je wilt weten wat de infinitief is of hoe andere vervoegingen zijn kun je ook een vervoeging intypen.

  1. futuro
  2. condizionale
  3. imperfetto
  4. imperfetto versus passato prossimo
  5. l’imperativo
  6. stare + gerundio
  7. pronomi personali quando sono complemento di termine
  8. pronomi relativi
  9. gli indefiniti
  10. comparativi
  11. superlativi

1. FUTURO SEMPLICE

De futuro maak je door iets achter de stam van het werkwoord te plakken. Deze stam van het werkwoord heb je al leren kennen bij de passato prossimo van A1. Je neemt de infinitief van het Italiaanse werkwoord en haalt daar -ARE / – IRE of – ERE vanaf.

  -ARE   -ERE   -IRE
Parl-erò
Parl-erai
Parl-erà
Parl-eremo
Parl-erete
Parl-eranno
Cred-erò
Cred-erai
Cred-erà
Cred-eremo
Cred-erete
Cred-eranno
Part-irò
Part-irai
Part-irà
Part-iremo
Part-irete
Part-iranno

Onregelmatig: rimarrò, mangerò (senza h), terrò, verrò, vorrò, annuncerò. Werkwoorden met – ciare en – giare verliezen de i en krijgen geen h (comincerò). De h wordt wel toegevoegd bij ww met – care en – gare : spiegherò , cercherò)

* gebruik bij: natuurlijk iets in de toekomende tijd.

twijfel of veronderstelling, benadering van een hoeveelheid. Sarà malato? Avrà vent’anni.

Zie ook futuro semplice op OneWorld of nóg beter en uitgebreider: de pdf van de Vaticaanse hogeschool voor priesters. Die moeten immers ook Italiaans leren.

Interessant is ook de visie van Alberto, die denkt dat hij heel subversief is en grammatica een vies woord is maar wij docenten laten leerlingen ook gewoon in de les praten over hun toekomstplannen als ze de futuro moeten oefenen. Dit is ook iets wat je zelf kunt doen, terwijl je op de bank hangt.

2. CONDIZIONALE SEMPLICE

  -ARE   -ERE   -IRE
Cant-erei
Cant-eresti
Cant-erebbe
Cant-eremmo
Cant-ereste
Cant-erebbero
Cred-erei
Cred-eresti
Cred-erebbe
Cred-eremmo
Cred-ereste
Cred-erebbero
Sent-irei
Sent-iresti
Sent-irebbe
Sent-iremmo
Sent-ireste
Sent-irebbero
  • gebruik bij beleefdheidsvorm, wens, plan of voornemen in heden of toekomst die realiseerbaar is. (i.t.t de condizionale composto) Bij meningen: Il governo dovrebbe fare di più. Bij niet bevestigde berichten: Il ministro arriverrebbe in Italia. Als laatste bij een opdracht, aansporing of een raad: Ragazzi, dovreste studiare di più.
  • Uitzonderingen: bij dare en fare: faremmo, darei etc.
  • Na “se no” en “altrimenti” d.w.z. een conditionering door een andere handeling: Ho troppo da fare, se no uscirei.

Zie ook de condizionale semplice op One World of nóg steeds beter: de pdf uit het Vaticaan.

3. IMPERFETTO

De imperfetto maak je door dezelfde stam te gebruiken van het werkwoord als die bij de passato prossimo. (dus niet die van de futuro of de condizionale) Je neemt het hele werkwoord (bijv. giocare) en haalt daar de – are vanaf. Vervolgens ga je daar iets achter plakken en voilà: je hebt de imperfetto

Zie ook de imperfetto op deze pagina van OneWorld of beter de Universiteit van het Vaticaan.

-ARE -ERE -IRE
gioc-avo
gioc-avi
gioc-ava
gioc-avamo
gioc-avate
gioc-avano
prend-evo
prend-evi
prend-eva
prend-evamo
prend-evate
prend-evano
sent-ivo
sent-ivi
sent-iva
sent-ivamo
sent-ivate
sent-ivano

4. IMPERFETTO VERSUS PASSATO PROSSIMO

Het onderscheid tussen imperfetto en passato prossimo is lastig en daar zal elke Nederlander veel mee moeten oefenen. Er is een boekje van Alma Edizioni wat zich hier uitsluitend op richt en dat je kunt kopen via de webshop van Alma Edizioni. Ook hebben zij deze leuke quiz gemaakt. Zie verder ook deze pagina van parliamo italiano

Imperfetto Passato Prossimo
* presa in considerazione durante il suo svolgimento.
Bijv. Ieri alle undici guardavo una partita alla t.v
* per esprimere un azione che è interrotta da un’altra.
Bijv. Mentre guardavo la tv èandata via la corrente.
* Per esprimere azioni contemporanee in svolgimento.
Bijv. Mentre lui guar-dava la t.v., sua moglie leggeva.
* Per esprimere azioni abituali o ripetuti nel passato.
Bijv. Da piccola mi piaceva.
* Fysieke /psychologische toestand
* azioni compiuti, non in svolgimento.
* gevolgen van de gebeurtenis zijn nog aanwezig in het nu. Sono nata nel 1981.
* Per esprimere un azione che interrompe un altra in svolgimento.
* Na quando in de zin van toen, nadat.
* Per esprimere azioni compiute che si sono svolte una dopo l’altra. Ieri ho guardato una partita, poi ho fatto la doccia.
* Voor eenmalige gebeurtenissen. Mi è piaciuto il viaggio in Giappone


5. L’IMPERATIVO

* Gebruik bij ordine, divieto, suggerimento, invito, richiesta, preghiera.

* Regelmatige vorm:

-ARE -ERE -IRE -IRE
(tu) canta! Prendi! Senti! Finisci!
(Lei) canti! Prenda! Senta! Finisca!
(Noi) cantiamo! Prendiamo! Sentiamo! Finiamo!
(Voi) cantate! Prendete! Sentite! Finite!
(Loro) cantino! Prendano! Sentano! Finiscano!
  • Nb: de derde ev en 2e en 3e mv zijn gelijk aan de congiuntivo en afgeleid van de tt

* Uitzonderingen

PAGARE Paga! Paghi! Paghiamo! Pagate! Paghino!
AVERE Abbi! Abbia! Abbiamo! Abbiate! Abbiano!
ESSERE Sii! Sia! Siamo! Siate! Siano!
ANDARE Va’/Vai! Vada! Andiamo! Andate! Vadano!
DARE Da’/Dai! Dia! Diamo! Date! Diano!
DIRE Di’! Dica! Diciamo! Dite! Dicano!
FARE Fa’! Faccia! Facciamo! Fate! Facciano!
SAPERE Sappi! Sappia! Sappiamo! Sappiate! Sappiano!
STARE Sta’/Stai! Stia! Stiamo! State! Stiano!

Sommige uitzonderingen komen uit het Latijn. Deze worden nog vervoegd alsof ze op-ire eindigen (fare, stare, andare, dare)

de tussenkomst van een h treed op bij klankveranderingen., plaatsing van i in plaats van een a zoals bij paghi, paga.

ONTKENNING: non ervoor zetten rest blijft gelijk, behalve bij de 2e persoon ev daar wordt de imperatief vervangen door de infinitief: Non aprire la finestra per favore!

Je kunt veel info vinden over de imperativo op de website van Middlebury, een college in het Verenigd Koninkrijk. En, opnieuw, de PDF van de Universiteit van het Vaticaan over dit onderwerp. Let op: de imperatief in combinatie met het voornaamwoord leer je in B1.

6. STARE + GERUNDIO

* drukt een actie uit die zich aan het afspelen is. Carlo stava mangiando quando bussarano alla porta. Vooral bij imperfetto. Als imperfetto drukt ze een toestand uit. Mentre Claudia stava leggendo un libro senti improvvisamente suonare il telefono. Vertaling: “aan het lezen / aan het eten”

* als bijzin kan ze causaal (omdat), temporeel (terwijl) of voorwaardelijk (als/doordat) zijn.

* Stare per + infinito drukt een imminente toestand aan, hoewel de actie nog niet begonnen is. Stavo per fermarmi al semaforo, quando un’auto mi ha tamponato.

7.PRONOMI PERSONALI QUANDO SONO COMPLEMENTO DI TERMINE / PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN ALS MEEWERKEND VOORWERP

Deze zul je misschien ook al in je boek voor A1 tegen zijn gekomen, maar voor A2 is er geen ontkomen meer aan. De combinatie van twee onbeklemtoonde persoonlijke voornaamwoorden kom je misschien echter pas tegen bij B1.

Onbeklemtoond – meewerkend voorwerp = complemento di termine

mi ti gli le Le gli gli gli

Ik maakte een kort filmpje hierover:

*Bij pronome en avere vervoeg je het werkwoord (participio/deelwoord) naar de pronome in aantal en geslacht. Zonder participio gedragen ook venire en andare zich naar het onderwerp, net als essere, door zich te vervoegen door een a/o/i/e. Bijv. Bella questa foto, Gianni. Chi te l’ha fatta? Siamo sicuri che verrà anche Carla: ce l’ha promesso.

* de pronomi li en le kort je niet af als ze worden gevolgd door een klinker. Dus ce le abbiamo (en niet ce l’abbiamo).

* na de infinitief: puoi farlo (behalve bij fare, lasciare, sentire, udire en vedere. Bijv.: Vi faremo sapere)

*Ook na gerundio en imperatief, hoewel bij de laatste dan wel alleen voor de niet-beleefdheidsvormen, diteglielo, ricordarmene. Zie hoofdstukje over de imperativo bij B1. De pronomi combinati vind je in het grammatica overzicht van B1. Het voornaamwoord als lijdend voorwerp vind je in het grammatica overzicht van A1.

8. PRONOMI RELATIVI / BETREKKELIJKE VOORNAAMWOORDEN

Ne na di en da (van questo, ciò, lui lei en loro)
Avete parlato di musica ieri sera? No, non ne abbiamo parlato. (Ne vervangt dan ‘di musica’)

Na een plaats, als een plaats (bijwoord).

Ook altijd met wed.ww die vervoegt worden met di (ricordarsi di, andarsene, dimenticarsi di)

          Ti ricordi di Elsa? Si, me ne ricordo bene

Bij ne als bijwoord ga je niet het participio bij deelwoorden veranderen met i/o/a/e.

Ne Partitivo: na een deel of niks, als vervanger van een naam (bij alles la/lo/li/le)

                     Non ne ho visto nessuno (Quanti film hai visto ?)

                   Ne ho letti cinque (Qanti libri hai letto?)

Ne (als voornaamw.) krijgt vervoegingen van het deelwoord (ww) na avere. Als het om niks gaat uiteraard alleen naar geslacht. Non ne ho vista nessuna (delle ragazze)

Ci na werkwoorden met a en su (questo, ciò, lui lei en loro),(bijv.pensato à, contare su) in de betekenis van qui of lì, als plaatsvervanging. Bijv. Sei mai stata a Roma, si, ci sono andata.  (ci vervangt dan Roma)

Het verhaal over CI en NE van Parliamo Italiano is ook verhelderend, je kunt Ci en Ne namelijk ook op andere manieren gebruiken dan als betrekkelijk voornaamwoord, en het is goed om dat helder te hebben. De verschillende manieren die er zijn. Zo krijg je helder hoe het zit.

Onderstaand filmpje is leuk, maar hier is de grammatica geheel in het Italiaans uitgelegd, best pittig dus! Ook hier gaat het over de verschillende functies van de woorden Ci / Ne en worden ze uitgelegd in een bredere context dan alleen de betrekkelijke voornaamwoorden.

Che/Cui zit geen preposizione bij (voorzetsel): Gli amici che abbiamo visto

Cui is voorafgegaan daardoor, behalve bij a, dat laat je weg: La ditta cui ho scritto.

Tussen het artikel en de naam drukt deze bezit uit: Il giovane il cui padre lavora alla Fiat.

Betekenissen il che (e questo e ciò) en  chi (le persone che, quelli che) Bijv. Ieri mi ha telefonato Carla, il che mi ha fatto molto piacere. Parlo solo con chi sa ascoltare.

Pronomi relativi: il quale, la quale, i quali, le quali. In combinatie met di, a, su en in vormen deze preposizioni articolate zoals: Le persone alle quali ho telefonato. Doordat deze pronomi een geslacht en een aantal hebben kunnen ze che vervangen waar deze ambigu is. Zoals: Ieri ho visto Giovanni e sua nonna, la quale aveva comprato il pane. La quale dus achter het zelfstandig naamwoord. Deze pronomi kunnen nooit complemento oggetto (lijd.voorw.)zijn.

Nog meer over de pronomi relativi kun je vinden op Learnamo.com

9. GLI INDEFINITI (ONBEPAALD VOORNAAMWOORD)

Vier vormen:

1. aggettivi (bijv.naamw.) Ogni/Qualche: wordt gevolgd door een enkelvoud en gaat daaraan vooraf. Qualsiasi/Qualunque kan er zowel voor als erachter. Betekent ‘alle’ (voor het zelfst. naamw), ‘maakt niet uit welke’ (na het zelfst.naamw).

2. pronomi (voornaamw.) Chiunque, Niente/Nulla, Ognuno, Qualcosa, Qualcosa, Qualcuno, Uno. Allen enkelvoudig. Bij Niente/Nulla krijg je dubbele ontkenning, als het ww. eraan voorafgaat. Non mi sono reso conto di niente.

3. sia aggettivo che pronome: Alcuni/e: altijd meervoud. Ciascun wordt slechts in het enkelvoud gebruikt, dus ciascun/o/a. Dat wil zeggen als ze bijvoeglijk naamw. is.Ze betekent dan ogni en gaat voor het zelfst.naamw. Nessuno ook altijd in enkelvoud: Nessun/o/a. Nessun/o/a gaat aan het zelfst.naamw. vooraf, behalve bij een ontkenning. Dan krijg je een dubbele ontkenning zoals: Non c’e stato nessun problema allo stadio. Die dubbele ontkenning krijg je niet als Nessuno voorop staat in de zin.

4.indefiniti di quantità:

* Niente/Nulla, Nessuno (alleen veranderlijk in geslacht, enkelvoud), Poco als aggettivo ervoor: Ci sono poche uova in casa, als pronome of als avverbio (bijwoord) ook mogelijk.

*Alcuni/e, Qualche.

* Un po’ (met di) en als avverbio.

* Vari/Diversi: Het betekent “meerdere”als je het voor het zelfst.naamw.zet, indien erachter “verschillende soorten”. In e.v betekenen ze “gevarieerd” en “anders”.

*Abbastanza/Parecchio, eerste onveranderlijk, tweede naar geslacht en hoeveelheid.

* Molto/Tanto en Troppo/Tutti zijn veranderlijk naar geslacht en hoeveelheid. Als ze bijvoeglijk worden gebruikt, komt ze met het lidwoord. Bijv. Tutta la città (de hele stad). Als er een hoeveelheid erbij wordt uitgedrukt krijg je Tutti e 5 i figli, met e en lidwoord dus.

Uitdrukkingen: Si aiutano l’uno l’altro (wederzijds), l’uno è pigro, l’altro attivo (de een, de ander), Sia gli uni che gli altri (Zowel de een als de ander, 2 mensen), Gli uni giocavano, gli altri studiavano (Sommigen, anderen)

Ook over de indefiniti kun je veel vinden op de PDF’s van de Vaticaanse Universiteit. En in onderstaand filmpje.

10. I COMPARATIVI

DI na sostantivo en na pers voornaamw. (Giorgio è più vecchio di me) Je ziet hier direct voor Di een aggettivo staan, maar dat is hetgene wat je vergelijkt. Daarvoor staat een sostantivo (zelfstandig naamwoord) of een pronome (persoonlijk voornaamwoord)

CHE Als je van een ding twee kenmerken zegt: “L’orologio vale meno del bracciale” maar “Lino è più simpatico che attraente”.

            * bij infinitief: Stare in vacanza è più bello che lavorare

            * na voorzetsel: Pavarotti è più bravo dal vivo che su disco

           * na avverbio (più meccanicamente che intelligentemente)

            * na vergelijking waarbij sostantivi geen onderwerp zijn: In televisione vedo più film

COMPARATIVO DI UGUAGLIANZA:

            * Bij 2 bijv.naamw: tanto… quanto (ll mio barbiere è tanto bravo quanto simpatico)

           * bij sostantivi, pronomi, infinitivo: tanto…quanto en così…come (Rossana è tanto alta quanto me, Il lago è tanto riposante quanto la montagna, Leggere è così stimolante come andare al cinema.

 * ook dezen kunnen versterkt worden met molto en assai. In treno arrivo a casa assai più rapidamente che in macchina.

Deze PDF van Loescher is ook handig. Deze website hoort bij onderstaand filmpje. Je kunt daar ook dezelfde info vinden.

11. I SUPERLATIVI

* wordt geintroduceerd door di, fra of che: l’appartamento più ampio dell’edificio, il zio più ricco fra tutti i miei parenti, la macchina più veloce che io abbia mai avuto (che in combinatie met de congiuntivo dus.)

* de superlatief die relatief is word gevormd met het artikel: E lo studente meno preparato della scuola.

* de absolute superlatief wordt gevormd door –issimo achter het bijvnaamw. Met de uitgang o/a/i/e. De bijv. naamw. met –co en –go krijgen een h: lunghissimo, bianchissimo.

* de onregelmatige vormen:

grado positivo comparativo Superlativo relativo
(in vergelijking met iets anders de ….ste)
Superlativo assoluto
buono migliore il migliore ottimo
cattivo peggiore il peggiore pessimo
grande maggiore il maggiore massimo
piccolo minore il minore minimo

* voor ruimtelijke indicaties gebruik je grande en piccolo, alta en basso, voor de leeftijden maggiore en minore.

*  voor de superlativo assoluto kun je ook prefissi gebruiken: -ultraveloce, -arcinota (overbekend), -superefficiente, -iperattivo. Italiaanse kinderen krijgen dit grammaticale onderwerp op de basisschool als ze ongeveer 9 jaar oud zijn.

* herhaling voor benadrukking: Vivo in un appartamento piccolo piccolo

* voor versterking vergelijkende trap: assai, molto, notevolmente, estremamente: l’esame è stato assai peggiore dell’ultimo

* uitzonderingen: alto superiore supremo, basso inferiore infimo

* bij bijwoorden gelden andere regels:

POSITIVO COMPARATIVO DI MAGG/MIN. SUPERLATIVO RELATIVO SUPERLATIVO ASSOLUTO
giustamente più/ meno giustamente nel più giusto dei modi giustissimamente
bene meglio nel modo migliore benissimo
male peggio nel modo peggiore malissimo
molto più il più possibile moltissimo
poco meno il meno possibile pochissimo
presto più/meno presto il più presto possibile prestissimo
spesso più/meno spesso il più spesso possibile spessissimo

Heb je hier wat aan?

Voor een overzicht van de meest gemaakte grammaticale fouten, zie dit blog.

Succes!

Lezersbeoordeling Hoe beoordeel jij dit blog?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *