BlogTaalstudie

Uitzonderingen in de Italiaanse grammatica, wat moet je er mee?

Italiaanse grammatica

Als je houdt van logica en duidelijkheid, dan is taal misschien niet echt jouw ding. Natuurlijk, er zijn regels, de grammatica, die ervoor zorgen dat een taal zich volgens een bepaalde manier gedraagt en waardoor je een taal foutloos kunt schrijven. Maar bij elke taal (het Esperanto, de kunstmatige taal daargelaten) zijn er uitzonderingen. Zo ook bij het Italiaans. Hier volgt een lijst met enkele regels die de uitzondering zijn. Denk maar niet dat ik ze allemaal uit mijn hoofd ken. Zo weet ik ook niet of ‘er mee’ in de titel niet misschien ‘ermee’ moet zijn.

Lidwoorden

Er is het mannelijk, het vrouwelijk. Klinkers en medeklinkers. Maar dan heb je mannelijke woorden die beginnen met een dubbele medeklinker. De uitzondering die het lidwoord lo nodig heeft. Lo psicologo, Lo zoo, Lo spumante. Moet je weer die éne regel onthouden voor die paar rare gevalletjes. Van de andere kant: het is wel handig om te weten dat lo een lidwoord kan zijn en dat je het dus voor een zelfstandig naamwoord kunt zien. Lo kan namelijk ook een voornaamwoord zijn en dan zie je het voor een werkwoord. Zo heb je de grammatica dus ook nodig voor het achterhalen van de betekenis van een zin.

Ook heb je bepaalde lichaamsdelen die een o hebben als laatste letter van het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud terwijl ze vrouwelijk zijn, bijvoorbeeld la mano. De hand. Hoe moet je daar dan meervoud van maken? Le mani.

De zelfstandige naamwoorden.

Meestal eindigen zelfstandige naamwoorden op een a of een o in het enkelvoud en op een e of een i in het meervoud. Maar weer zijn er weer een paar van die schuinsmarcheerders die op een e eindigen en geen vrouwelijk meervoud zijn. Zoals il bicchiere. De beker. Is het belangrijk om te weten voor je communicatie? Dat valt mee.

De werkwoorden.

De meeste werkwoorden gedragen zich volgens de regels van regelmatige werwoorden op – ARE – ERE – IRE, maar dan zijn er een paar en die vervoegen zich op een onregelmatige manier en die zul je dus gewoon uit je hoofd moeten leren. Bijvoorbeeld dare (geven), potere (kunnen) volere (willen). En zie voor de andere onregelmatige werkwoorden de lijst die ongetwijfeld in je boek staat of waarvan je hier een small versie kunt vinden.

Of cominciare in de condizionale, ook onregelmatig. Is het nu comincierò of comincerò? Moet ik zelf elke keer opnieuw opzoeken. Eerlijk is eerlijk, vele onregelmatige werkwoorden zul je echt wel moeten verwerven. Maargoed, als je het niet hoort en alleen maar schrijft is het natuurlijk dubbel moeilijk.

Vervoegen met hebben of vervoegen met zijn in de voltooid tegenwoordige tijd? De meeste Italiaanse werkwoorden hebben hetzelfde hulpwerkwoord als het Nederlandse equivalent. Soms echter gebruik je in Italie ‘zijn’ waar je in Nederland ‘hebben’ gebruikt, en andersom. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kwijtraken, naderen, tegenkomen, beginnen, duren en kosten. Lastig.

De bijvoeglijke naamwoorden

Bello ,buono, grande en santo gedragen zich afwijkend. Niet normaal.

De bezittelijke voornaamwoorden.

Waarom gebruik je voor directe familie niet het lidwoord en alleen het bezittelijk voornaamwoord? Het is mio padre maar il mio cane. Als het dan weer meervoud is bij de familie is het lidwoord er tóch weer wel. I miei genitori. Bij loro moet ook het lidwoord en ook als er een aggettivo bijstaat. Ga er maar aan staan.

Persoonlijke voornaamwoorden

De pronomi diretti. Jullie kennen het rijtje. En mijn YouTube filmpje met uitleg over de pronomi diretti in het Nederlands. Maar hoe kan het nou dat je wel krijgt l’ho visto maar le ho viste. Waarom wordt bij het enkelvoud de klinker wel vervangen door een apostrofe, en bij het meervoud niet. Weer iets om uit je hoofd te leren dus.

De aanvoegende wijs.

De congiuntivo is voor het uitdrukken van een mening, maar, zo zegt de Accademia della Crusca, bij een oordeel of een perceptie van de spreker mag ook de indicativo presente worden gebruikt. Soms mag met eenzelfde woord ook een congiuntivo of een indicativo worden gebruikt maar dan verandert de betekenis van de zin. Rood is dus voor hartjes, maar als je roze mooier vindt dan mag dat dus ook. Soms.

Voorzetsels en dictie

Een bron van mijn eigen frustratie waarover ik al eens schreef in dit blog. Een onuitputtelijke lijst van uitzonderingen. Is dat leuk? Nee, dat is niet leuk.

En dan zijn er natuurlijk nog veel meer uitzonderingen die ik in dit blog allemaal niet heb genoemd. Wat doe je daarmee? Leer jij ze uit je hoofd?

Oplossingen

  1. Je leert alle onregelmatigheden uit je hoofd en haalt een tien voor je proefwerk.
  2. Je stelt je flexibel op en zeilt er een beetje omheen. Je haalt een zeven op je proefwerk. Wees pragmatisch. Grammaticale regels zijn er voor de communicatie. Zo weet ik soms ook in het Nederlands niet of een werkwoord nu met een d of t moet. Dan herformuleer ik de zin en is het probleem ook opgelost. Wees creatief. Ondertussen let je goed op bij het lezen en luister je hoe het wel moet. Je zult geen 10 halen voor je ouderwetse proefwerken. Maar mettertijd komt het dan vanzelf goed.

Ten slotte nog een passend liedje erbij van Carmen Consoli. L’eccezione is Italiaans voor ‘de uitzondering’.

Lezersbeoordeling Hoe beoordeel jij dit blog?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *