BlogVakpraat

Woordenlijsten en grammatica: ouderwets in de taalles?

Woordjes leren zonder lijsten

Mijn Italiaanse docent didactiek doet nogal schamper over grammatica en woordenlijsten. Wie doet dat nou nog? lijkt ze te willen zeggen. Ik ben een beetje aan het onderzoeken hoe wijd verbreid het idee eigenlijk is dat je geen woordenlijsten of grammatica meer nodig hebt in de taalles. Is het niet ouderwets in de taalles?

Weg met grammatica!

Sommige Italiaanse vloggers zijn er duidelijk over. Als je een taal wilt leren moet je gewoon naar het land toe gaan en het zoveel mogelijk doen. Alberto van Italiano Automatico, een YouTube kanaal met 102.000 volgers, laat er geen twijfel over bestaan. Veel mensen zweren bij Alberto’s boude uitspraken, maar ik twijfel aan zijn methode die leuk is als je een nivo A2 hebt of hoger, maar waar je als beginner weinig mee kan. Ook Paolo van litalianovero.it, een nieuwere podcast laat er geen twijfel over bestaan. Op zijn homepage schrijft hij: let’s throw away grammar.

Goed, bij nader onderzoek blijkt dan wel dat Alberto en Paolo geen taaldocenten zijn, maar influencers met een uitgesproken mening.

Ik denk dat de meeste taaldocenten wel door hebben dat je bij beginners toch langzaam moet spreken en een beperkte woordenschat moet gebruiken en dat het vertalen daarbij naar het Nederlands effectief is. Ook lees ik over Cognitive Load. Je moet oppassen het werkgeheugen van studenten niet over te belasten als je doeltaal = voertaal hanteert.

De nadelen van de ‘formele benadering’

Veel studenten in Italie die taaldocent willen worden kiezen ervoor een DITALS of CEDILS certificaat te halen. Een soort didactische aantekening voor taalonderwijs. Bij deze studie moet je de historische ontwikkelingen weten in de taaldidactiek. Deze geschiedenis begint bij de approccio formalistico, de formele benadering. Deze vorm van taalonderwijs begon in de 18e eeuw. Hierbij worden de grammaticale regels en het vocabulair aangeboden in de moedertaal van de studenten. Bij mijn DITALS examen moest ik de nadelen oplepelen van deze benadering die inmiddels ouderwets is in de taalles. De nieuwste benadering, volgens de Italiaanse universiteiten, is de approccio globale waarin leerlingen op alle mogelijke wijzen moeten worden ondergedompeld in de doeltaal. Woordenschat en grammatica worden bij deze benadering als een onlosmakelijk geheel gezien, dat je niet apart moet beschouwen maar in praktische context moet bezien.

TPR Storytelling

Er lijkt wel degelijk een trend, want in Nederland zie ik aandacht voor de methode van TPRS. De afkorting staat voor Total Physical Response Storytelling. Het idee van die methode is dat je leerlingen onderdompelt in de doeltaal en in circelbewegingen een basis woordenschat aanleert. Grammatica wordt daar alleen ingezet als troubleshooter van problemen die leerlingen ondervinden. Woordenschat wordt opgebouwd door middel van conversatie. Dit vind ik toch wel heel interessant en een school in Hoofddorp organiseert hierin cursussen voor docenten om deze methode te kunnen gebruiken. Deze zomer heb ik me een beetje verdiept in de methode en ik wil het wel gaan proberen in de klas en ook, indien mogelijk, de driedaagse cursus volgen. Om een beetje een idee te krijgen van de methode hier een filmpje. Er zijn hele mooie reclamefilmpjes van, maar zo gaat het in de praktijk.

Woordenlijsten

Bij mijn Italiaanse studie didactiek van de universiteit van Siena (DITALS 1) leer je dat woorden leren zonder context, (de ouderwetse woordenlijsten dus) weinig zin heeft. Als je niet kennis maakt met nieuwe woorden in een betekenisvolle zin dan zal het niet blijven hangen. Ik heb het idee dat veel Italianen geen woordenlijsten kregen op school.

Toch werden en worden op de meeste Nederlandse scholen wel woordenlijsten geleerd. Tegenwoordig zijn er ook scholen die leerlingen zelf hun woordenlijsten laten maken of gebruik maken van een app zoals quizlet. Ook lees ik in Nederland ook over theorieen dat je wel woordjes moet aanbieden, maar dan een beperkt aantal die thematisch bij elkaar passen en die je bovendien een paar keer terug laat komen en herhaalt.

Klassikale uitleg vervangen door activerende didactiek

Er zijn dus vrij veel mensen die een afkeer hebben van grammatica. Zo schreef ik al eens een blog: grammaticale uitzonderingen wat moet je er mee en “Grammatica is niet echt mijn ding“. Veel mensen hebben een weerstand tegen die traditionele lectio, die lezing van de juf die je wellicht leek te begrijpen toen ze het uitlegde, maar onvoldoende oefende in de praktijk en waardoor je onvoldoendes haalde bij je proefwerk. Dat de lectio, de traditionele klassikale uitleg zonder interactie is verdwenen, betekent echter niet dat de grammatica is verdwenen uit het taalonderwijs. Door middel van activerende didactiek en leren via induceren in plaats van deduceren zijn docenten nog steeds bezig met grammaticaonderwijs.

Twijfelende studenten

Als laatste is daar dan nog de reactie of feedback van de studenten. Uit onderzoek bleek dat studenten bij de moderne benadering van activerende didactiek zelf veel twijfels hebben of dat wel zo effectief is. Hoewel uit onderzoek blijkt dat ze meer leren, doet een ouderwetse docent met een goed verhaal en weinig interactie het in de evaluaties van studenten vaak beter. (Deslauriers, McCarty, Miller, Callaghan en Kestin 2019). Zoals ik het lees komt die negatieve waardering van activerende didactiek doordat je er harder moet werken. Er staat meer ter discussie en daardoor zijn er tijdens de les meer vragen geweest. De vragen en twijfels zijn voor veel mensen dan toch zichtbaarder dan hun (grotere) leerrendement.

Zo blijkt de observatie van Dora Gatti, mijn docent didactiek Italiaanse taal, maar weer eens eens ter meer waar. Je moet niet doen wat de studenten willen als docent, maar je moet doen wat jij denkt dat goed voor ze is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *