BlogTaalstudie

Woordvolgorde Italiaans

Woordvolgorde Italiaans

Je hebt de goede woorden gebruikt, de juiste lidwoorden, de juiste uitgangen van een zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord. Overal dacht je aan gedacht te hebben. Wat is er dan toch mis gegaan? Je wilt iets zeggen in het Italiaans, maar je hebt de zinsdelen door elkaar gehusseld en nu zegt de juf dat het verkeerd is. De woordvolgorde in het Italiaans. Het is vaak niet persé grammaticaal verkeerd, maar vaak is het dan zo dat je een keuze hebt gemaakt die in de praktijk niet vaak voorkomt. Je legt de nadruk verkeerd.

Sommige woorden staan altijd bij elkaar

Het lidwoord, bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord: de mooie man, l’uomo bello, het kleine hondje, il cane piccolo horen altijd bij elkaar. Daarbij geld echter wel dat soms een bijvoeglijk naamwoord achter een zelfstandig naamwoord staat en soms ervoor. Meestal staat het bijvoeglijk naamwoord er achter, soms staat het ervoor, als het bijvoeglijk naamwoord centraal staat en niet het zelfstandig naamwoord.

Ook staat een voornaamwoord vaak voor een werkwoord. Gli ho dato una penna, l’ho visto ieri, ci andiamo domani.

In het Italiaans worden geen woorden tussen het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord geplaatst. Je zegt “Ho visto il cane”  en niet “Ho il cane visto”

Dit soort dingen is echter meestal niet het probleem. Meestal doe je dit automatisch wel goed.

Soggetto – Verbo – Oggetto en impliciet onderwerp

In het Italiaans en in het Nederlands worden voor de meest gebruikte zinnen deze volgorde gebruikt van Soggetto – Verbo – Oggetto (Onderwerp – Werkwoord – Lijdend Voorwerp)

In het Italiaans is er echter wat raars aan de hand. Het onderwerp (soggetto) is namelijk meestal impliciet. Dat komt omdat het onderwerp vaak in het werkwoord zit verstopt, maar deze niet wordt genoemd. In de zin “Vado a scuola” is io (het persoonlijk voornaamwoord “ik” in het Nederlands) een impliciet onderwerp. Deze zit immers in “vado”. Daardoor is het moeilijker om een grammaticale volgorde aan te houden als leidraad, ook al is die in het Italiaans vaak hetzelfde. Je kunt makkelijk in verwarring raken.

Rhema en Thema

Je kunt voor de woordvolgorde in het Italians beter kijken naar het rhema en het thema, twee begrippen uit de taalkunde. Het thema is waar de zin over gaat (het psychologische onderwerp). In het rhema worden dingen gespecificeerd die over het thema gaan. In het Italiaans komt, net als bij het Nederlands, eerst het thema en dan het rhema. Neem bijvoorbeeld deze Italiaanse zin.

Andrò dal parucchiere in Via Barbieri domani mattina = Ik ga naar de kapper in Via Barbieri morgenochtend. 

(Io is dan een impliciet onderwerp, dat zit immers in andrò)

Het thema is “Andrò dal parucchiere”, dat is de belangrijkste boodschap die je wilt overbrengen. De rest is bijzaak en het rhema. Bij een normale zin hoor je geen bijzondere intonatie.

Als het psychologische onderwerp bij de eerste zin morgenochtend is, dat je daar de klemtoon op wilt leggen, dan draai je het om. De klemtoon ligt dan meestal voor in de zin. Je zet een ander zinsdeel voor de gebruikelijke volgorde van Soggetto – Verbo – Oggetto.

Domani mattina andrò dal parucchiere in Via Barbieri.

Oftewel: het zinsdeel welke het belangrijkste is (het psychologische onderwerp van de zin), moet vooraan in de zin komen!

Kun je dan straffeloos zinsdelen altijd vooraan zetten?

Er zijn twee soorten uitzonderingen waar de zinsdelen niet de volgorde Soggetto – Verbo – Oggetto aanhouden of waar de klemtoon ligt achterin de zin.

  1. Samengestelde zinnen met een hoofdzin en bijzin krijgen soms de bijzin voorop. Dat zijn bijvoorbeeld bijzinnen die draaien om tijd: Quando arriverà le darò il regalo of bijzinnen in de periodo ipotetico: se avrò tempo andrò a trovare Maria. Dit krijg je vanaf nivo B1.
  2. Zinnen met een ordine marcato. Dit zijn bijzondere zinnen zoals de frase scissa, la frase con dislocuzione a destra, la frase con dislocuzione a sinistra of  la frase a tema sospeso. Dit wordt echter pas schriftelijk van belang als je op nivo C1 zit met je Italiaans. In de spreektaal zul je echter al merken dat het veel wordt gebruikt in Italie, ook als je op nivo A2 zit. Een voorbeeld is: Aan Gianni heb ik het gegeven (A Gianni, l’ho dato) of A me, mi piace (Ík vind het leuk!)

Waarom gaat het vaak fout?

Als je zinnen moet vertalen in je opdrachtenboek ben je vaak meer bezig met individuele woorden dan met de strekking van de zin. Je moet het juiste persoonlijk voornaamwoord kiezen, de juiste uitgangen van het werkwoord, de juiste lidwoorden etc. Je bent bezig op woordnivo, niet op zinsnivo. Probeer, als je alle woorden hebt vertaald ook te kijken naar het thema en het rhema, naar de strekking van de zin als geheel. Dan zet  je de zinsdelen in de goede volgorde. Onthoudt dat wat vooraan in de zin staat meestal de belangrijkste boodschap is van de zin.

Je kunt dus, zoals je hierboven ziet ook een alternatieve constructie maken uit literaire of stilistische overwegingen.  Deze zijn grammaticaal correct maar de juf zal ze toch afwijzen als jij met je A1 of A2 bezig bent (tenzij je hem per ongeluk helemaal goed maakt in één keer!). Ze zijn namelijk grammaticaal soms te complex. Je kunt ze pas écht goed maken als je ook de grammatica achter die constructies kent. Als je je A zwemdiploma nog niet hebt, moet je ook niet gaan reddingszwemmen.

Een goede oefening vind je onder deze link.

Lezersbeoordeling Hoe beoordeel jij dit blog?
Dienstverlener:
Di' la tua,