Antifascisme

Antonio Scurati – M – Gedachten onderweg

Ja mensen, bijna verkiezingen. Volgens de analyses zijn er wat partijen die de rechtsstaat niet heel hoog hebben zitten. Ik wil proberen af te zien van nogal gemakzuchtige vergelijkingen tussen het fascisme en nu, dus laat ik ook maar meteen ophouden over de politiek nu en gewoon iets vertellen over de boeken die ik heb gelezen.

Voor mijn eigen boekenclub heb ik inmiddels deel 1 en deel 2 uit van de vijfdelige serie van de Italiaanse historicus over het leven van Mussolini en over het verloop van het fascisme in Italie. Deel 1 beslaat 1919-1925 en deel 2 beslaat 1925 – 1932. Ik moet zeggen, het was best een serieus klusje, want dat er zoveel woorden zijn om te gebruiken voor variëteit in geweld wist ik niet.

Als je hier bent voor een samenvatting van het boek, dat doe ik niet. Je kunt op Historiek een goede samenvatting vinden van het leven van Mussolini. Samenvatten vind ik zelf best wel saai om te doen en aangezien ik stukjes schrijf voor mijn lol en om mijn eigen gedachten te ordenen kun je in dit blog mijn gedachten lezen over het boek.

Vooraf wil ik wel wat zeggen over de indeling van het boek. Alle boeken hebben korte fragmenten, waarbij meer biografisch-romanachtige schetsen worden gecombineerd met fragmenten uit historische documenten.

Inhoudelijke kritiek en geen retorische show

Ik vond Matteotti echt een lichtend voorbeeld in het hele verhaal van deel 1. Het was de socialist, de luis in de pels, degene die inhoudelijk bleef hameren op ongerechtigheden. Tja, en dan kun je vanalles vinden van een falende burgerij (dat is ook iemands moeder) ten tijde van de opkomst van het fascisme, (Gramsci was daar hee goed in, om daarover tekeer te gaan) maar het is een roodhemd geweest die het tenminste heeft geprobeerd, die niet in retorische oppositie is vervallen, want ik geloof niet dat dat ons verder gaat helpen. Matteotti bleef dossiers doorspitten, de financiën van de fascisten erop naslaan, toen niemand dat nog leek te doen. Hij bracht corruptie aan het licht. Er werd te weinig naar hem geluisterd. Was hij een wereldlijk priester? om Chomsky’s woorden te gebruiken. Maar hij deed het wel. Hij deed het werk.

Roddel en verdachtmakingen

Er zijn een aantal thema’s die ik interessant vind en die me bezighouden. Éen daarvan is de rol van roddel en geruchten op het moment dat het fascisme vrij sterk is. Dit gebeurt in deel 2. Nou kun je roddel zien als de oerzonde, inherent aan elke taaluiting, zoals de Sloveense filosoof Mladen Dolar suggereert, maar ik vind het risico van filosofie dat ze dingen soms zo nuanceert, dat je je politieke orientatie verliest, hier niet acceptabel. Tegelijkertijd kan deze filosofie mij ook aanmoedigen om het ’toch maar te zeggen’, een beetje vanuit het gevoel van het gedicht van Babs Gons, om te spreken vanuit je hart, omdat het leven zonder spraak bovendien ook wel erg nietszeggend is, for more than one reason. Tja en dat roddelen, het gebeurt denk ik in contexten waar mensen veel op elkaar zitten en er veel toxisch conformisme is. Daar kun je denk ik wel van spreken bij het fascisme. Maar het is toch geen goed idee als roddel het politieke leven gaat beheersen, zoals we in deel twee zien omtrent Turati bijvoorbeeld.

De rol van seks

Iets anders wat er voor mij echt wel uitsprong, waren de insinuaties naar sexuele deviaties. Nou waren de jaren ’20 wel een andere tijd, met minder sexuele vrijheid, maar de suggestie van perversiteit, geassocieerd met macht is iets fascinerends. Ik heb vandaag het boek van Wilhelm Reich opgehaald bij mijn lokale Bruna, zijn boek over de relatie tussen seksuele onderdrukking en opkomst van het fascisme werd in de jaren ’30 in Duitsland vernietigd bij de boekverbrandingen. Nou twijfel ik of je wereldvrede kunt stichten met goede gelijkwaardige seks en consent, maar ook in onze tijd zien we verkeerd gedrag bij politiek leiders bestaan (denkt u ook aan die en aan die persoon? Ja toch??) naast misinformatie over verkeerd seksueel gedrag van leiders, denk aan al die pedofilie complottheorieën over democraten in de US. Seks heeft wellicht te maken met mythologie en met roddel. Volgens Dolar is roddel ook een vorm van ongecodificeerd recht, zoals mythologie dat is. Mussolini was zelf een rokkenjager, moet op zich gewoon kunnen, leeftijdsverschillen, moet ook gewoon kunnen, maar machtsverschillen heb ik dan weer meer moeite mee. Ook moet ik hier denken aan het boek van Shrinivasan ‘Het recht op seks’. Andere boekenclub gaat over het lichaam van de vrouw. En wie daar recht op heeft. Je zou denken de vrouw zelf toch? Retorische vraag.

De rol van intellectuelen

Als aanvulling op de boeken van Scurati ben ik ook in Gramsci en in Chomsky gedoken, die allebei hebben geschreven over de rol van intellectuelen. Chomsky ziet dat intellectuelen vaak de staatsideologie dienen en ook Gramsci vond dat zij vaak de macht legitimeren. Dusja, kritisch zijn. Echt kritisch zijn als welgestelde burger. Hoe doe je dat? Word je dan pacifist? Moet je afzien van comfort? Moeten we heiligen worden? Een asceet?

Je bent tegen geweld. Lijkt mij super mooi. Ik houd er niet van. Ik zou er zelf ook geen slachtoffer van willen worden. Maar kun je het bannen uit de wereld? En kun je daar nee op antwoorden zonder cynisch te worden. Kun je er ja op antwoorden? Mag je jezelf dat toestaan? Ik las ook het boekje Vriend & Vijand van Arnon Grunberg waarin hij zijn gedachten laat gaan over het gedachtengoed van Carl Schmitt, een Duitse filosoof die beweerde dat politiek een spectrum is tussen vriend en vijand, zoals moraliteit gaat over de tegenstelling goed en slecht en esthetica over mooi en lelijk. De staat die geen onderscheid maakt tussen vriend en vijand is volgens hem ten dode opgeschreven. Best een zwart machtsdominant perspectief. En dan kom je bij een volgend punt.

De kijk op de geschiedenis

Is de geschiedenis gedoemd? Is de individuele mens een speelbal van de grotere machten? Zijn we kansloos? Is er progressie? Dat vooruitgangsdenken? Kunnen we daar nog geloven [insert hier ook: klimaatdiscussie][insert hier ook het boek ‘La Storia’ van Elsa Morante]

De rol van het fantasma en de mythe

Alle grote filosofieen zijn gebouwd om een idee van het niets. Dat is je beginpunt. (Hoewel er ook weer filosofie bestaat over hoe je dat niets niet kunt denken en hoe dat dan moet). Maar bij het fascisme is er een fantasma waar mensen zich aan vasthouden. Een niet bestaand probleem, dat vervolgens in stand moet worden gehouden met steeds meer extreme maatregelen op het moment dat het fantasma aan kracht wint. De offers om die illusie in stand te houden kunnen alleen maar eindigen in geweld. De grote leider is de mythe, het totum, de incarnatie en de verdinglijking van het ideaal. Dat is wel duidelijk in het boek, waar je een inkijkje krijgt in de psyche en de megalomanie van Mussolini, hoe zich dat ontwikkelt en versterkt op het moment dat Staat en partij steeds meer gaan samenvallen.

Koloniaal imperialisme

Verder ging deel 2 ook een groot gedeelte over Libie en de rol van de wreedheden van generaal Graziano daar (hij organiseerde concentratiekampen al in de jaren ’20) en zijn strijd met Omar Mukhtar, een vrijheidsstrijder wiens strijd is verfilmd in de film Lion of the desert, die je integraal op YouTube kan bekijken. Het Koninklijk Nederlands Instituut in Rome organiseerde een middag over Italiaans kolonialisme en dat was van een afstandje online bij te wonen. Interessant en persoonlijk was het verhaal van Prof. Ali Abdullatif Ahmida die via onderzoek / orale geschiedenis die periode ook heeft gedocumenteerd. Koloniaal imperialisme is ook een directe consequentie van het kapitalisme, want daardoor ontwikkelen we wat Eva Redecker ‘fantoombezit’ noemt. Een exploitierecht dat we menen te hebben op gebieden buiten onze eigen natiestaat. Ik ben daar zelf niet trots op en zou dat graag anders zien. Maar de uitbuiting van kinderen in de industrie van edelmetalen voor onze smartphones valt een beetje buiten het onderwerp.

De antifa

Maargoed, als je hiertegen allemaal in verzet komt dan kun je jezelf wel identificeren als antifascist. De vraag is, hoe handel je naar je overtuigingen nu steeds meer antifascistische vormen van politiek handelen in het nauw komen.

Uit de podcastserie “Terribly and terrifyingly normal” haalde ik het volgende. Als individu kun je zelf je grenzen trekt van waar je niet aan mee doet, waar je nee tegen zegt. En dan moet je daar de consequenties van aanvaarden voor een schoon geweten. Maar de politiek, daar mogen we op hopen dat zij (en wij samen) zich/ons inzetten voor het publieke goed.

Buiten het politieke leven: stickers plakken. Kettinkjes dragen met ‘gelukszoeker’, bigtech proberen te mijden, materieel minimalisme. Lokaal kopen, niet vliegen, je financiële bijdrage aan NGO’s met zorg kiezen, onderzoeksjournalistiek steunen, stemmen op een inhoudelijk sterke kandidaten die de rechtsstaat handhaven, kiezen voor een maatschappelijk relevante baan, ook al verdient dat minder. De ander niet de maat nemen, ook niet in je cynisme. En de aansporing om een ander niet de maat te nemen, vind ik zelf ook altijd aanmatigend. De paradoxen in het leven. Laten we het maar omarmen.

Plezier hebben in het leven als verzet tegen de prestatiemaatschappij die zich beweegt in de illusie van de meritocratie. In de breed gedeelde teleurstelling over het gebrek aan handhaving van het internationaal strafrecht, moeten we tegelijkertijd onze beperktheid omarmen, onze inconsequentie en ons paradoxaal handelen en spreken. Geweldloze vormen van verzet. Clarice Gargard heeft daar ook leuke ideeen over in haar boekje ‘Na verzet komt revolutie’. Ik hoor er graag meer over in de comments.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *