Italiaanse boeken die ik las in 2025

Italiaanse boeken die ik las in 2025

In februari las ik Jhumpa LahiriRacconti romani (onvertaald ). Lahiri is opgegroeid in de VS, haar (voor)ouders komen uit India en op latere leeftijd leerde ze Italiaans. Ze maakt dus op vele manieren integratie mee. Dit is niet haar eerste boek in het Italiaans, eerder schreef ze ook al ‘In altre parole’ (in andere woorden) wat ik vaak studenten op B1/B2 nivo aanraad. In altre parole gaat over hoe het is om jezelf te worden in een andere taal. Racconti romani zijn verhalen die zich afspelen in Rome, van biculturele mensen. Ze schrijf daar heel liefdevol over. Op Goodreads (een lezersapp) zie je dan dat ze haatreacties krijgt van mensen die niet kunnen verkroppen dat je liefdevol kunt schrijven over biculturele mensen en dat als argument gebruiken om haar boek te diskwalificeren. Tja.

In maart las ik ZerocalcareLa profezia dell’armadillo (onvertaald). Italie heeft een iets grotere stripcultuur dan Nederland, bij mijn weten. Zo zijn hele generaties opgegroeid met Corto Maltese en Diabolika. Zerocalcare is een recente toevoeging daarin. Hij beschrijft vanuit het 1e persoons perspectief het leven van de milennials. La profezia is de eerste van een hele serie over dit thema. Ik wilde het vooral lezen omdat er typisch Italiaanse obsessies en uitdrukkingen uit de spreektaal in zitten. Dat is tragikomisch.

In maart las ik ook L’età fragile (De kwetsbare tijd) van Donatella di Pietrantonio. De schrijfster komt uit de Abruzzen en het platteland speelt een rol in haar boeken, ook gaat het over dingen waar mensen moeilijk woorden voor kunnen vinden en die dan uiteindelijk toch hun weg naar buiten moeten vinden.

In maart las ik ook Grammamanti van Vera Gheno (onvertaald). Gheno is een luchtige schrijfster die op een leuke manier over de Italiaanse taal schrijft. Ze is diepzinning, maar iedereen kan haar begrijpen. Een beetje de Italiaanse Paulien Cornelisse. Ik vind het altijd prettig haar boeken te lezen.  Ze werkte een aantal jaren bij de vragenrubriek van de Accademia della Crusca, dat is vergelijkbaar met het Nederlandse Onze Taal. In dit boek spreekt ze over grammatica en of dat leuk is en of je dat nodig hebt in je leven. Ik luister ook wel eens naar haar podcast die ze maakt voor de Italiaanse krant Il Post.  Ze weet veel van sociolinguistiek, dus over taalverschillen tussen bevolkingsgroepen.

In april las ik ook La portalettera (De brievenbezorgster van Puglia) van Francesca Giannone. Dat boek viel me een beetje tegen. Het verkoopt een beetje een light feministisch historisch zoet verhaal over een vrouw met ambitie die postbode wordt. Het lag bij de Bruna’s en de Primera’s op de tafels, breed ingezet in de marketing. De hoofdpersoon houdt erg van pesto en ze houdt ook van 2 broers, met één is ze getrouwd, maar de ander is ook leuk. Scandolo, maar het kon mij maar met mate boeien.

In  mei las ik M Il figlio del secolo (M De zoon van de eeuw) van Antonio Scurati. Ik heb geschiedenis gestudeerd en zelfs een vak gevolgd over het Italiaanse fascisme, maar dit was destijds veel leuker geweest om te lezen. We volgen de Duce in zijn schimmige jaren waarin hij macht weet te vergaren. Heel gedetailleerd, veel historisch bronnenmateriaal gebruikt, gedegen historisch onderzoek, geen light read. Ik schreef er een uitgebreid stuk over op mijn eigen website.

In juli las ik Lo specchio di Tina van Cinzia Ghigliano (onvertaald). Dit was ook een graphic novel, maar dan over het leven van Tina Madotti, een Italiaanse die goede foto’s kon maken, maar ook voor de (communistische) liefde vertrok naar Mexico, Spanje en de Sovjet-Unie waar ze zich aansloot bij de revolutionaire bewegingen. Ik kreeg daar een beetje Tanja Nijmijer vibes van. Ze overleed in 1942, sommige mensen vinden het interessant zich te identificeren met revolutionaire figuren, had ik ook toen ik jong was.

In juli las ik Bar Sport van Stefano Benni (onvertaald). Dit najaar overleed Benni, hij was ook geliefd in Nederland. In Amsterdam is er een Italiaans theatergezelschap dat verschillende stukken van hem opvoerde. Bar Sport is super grappig. Echt een heerlijk boek. Het deed mij een beetje denken aan Simon Carmiggelt’s kroegverhalen. Genadeloze en liefdevolle portretten van gewone mensen die in een café hangen. Ik zou nog wel meer van hem willen lezen. Soms moet je dat jezelf gunnen. Lo svago, het plezier, de afleiding van een luchtig boek.

In juli las ik ook Morgana: Storie di ragazze che tua madre non aproverebbe van Michela Murgia (onvertaald). Ik had dit jaar een fascinatie voor moeilijke vrouwen, want dat vind ik wel inspirerend. Ik zou zelf graag moeilijker willen zijn en wat minder begripvol willen zijn. Murgia heeft een serie portretten van vrouwen neergezet, die overal lak aan hadden en hun eigen bizarre interesses durfden te volgen en te leven en daar tegen de tijd in toch ook successen wisten te behalen. Heel inspirerend. Leuk boek!

In juli las ik L’ora di lezione – Per un’erotica dell’insegnamento van Massimo Recalcati (onvertaald). Ik ben docent, dit was een boek van een Italiaanse psychoanalyticus die overal een mening over heeft. Maarten van Rossem stijl. Dus ook over onderwijs. Hij kan dat heel goed beargumenteren. Het was plezierig te lezen hoe hij socialisatie van de school, het delen van gemeenschappelijke belangen, wil verenigen met het vrijlaten en het ontplooien van het individu. Een onmogelijk dilemma waar we ons voor geplaatst zien in het onderwijs. Het is makkelijker om daar een moeilijk en goed boek over te schrijven dan om het als leraar goed te doen.

In augustus las ik Quando il mondo dorme – Storie, parole e ferite dalla Palestina van Francesca Albanese (onvertaald). Albanese is de speciale gezant van de VN voor Palestina en zet zich al lange tijd in voor de Palestijnse zaak. Dat bleek het afgelopen jaar ook nodig. Dus goed dat ze ook dmv een boek aandacht vraagt voor het Palestijnse perspectief. Het is een verhalenbundel van bijzondere personen die zij ontmoette in haar leven. Ik las het synchroon met een leerling van mij, is altijd leuk, dan kun je erover appen.

In augustus las ik M L’uomo della provvidenza (M de man van de voorzienigheid) van Antonio Scurati. Hierin ging het o.a. over de Italiaanse koloniale periode in Libië. Ik volgde daarover ook nog een webinar die was georganiseerd door het Koninklijk Nederlands Instituut in Rome. Je kunt dat instituut volgen op de socials, die doen soms best leuke dingen op cultureel gebied, al is het best wetenschappelijk allemaal.

In oktober las ik Calibano e la strega: le donne, il corpo e l’accumulazione originaria van Silvia Federici (onvertaald). Feminisme. Ik organiseerde daar ook een boekenclub over. Dat was een gezellige avond waarin de louter vrouwelijke deelnemers los konden gaan over de empathiekloof. Vooral spraken we over taakverdeling wat het werk van Federici raakte: vrouwen in de zorg, het onderwijs en de universiteiten, mannen in de techniek. Hoe komt het dat sommige onderwerpen als vrouwelijk worden gezien en andere dingen meer als mannelijk? Tegelijkertijd zien we dat wij vrouwen ook in het bedrijfsleven vertegenwoordigd worden door vrouwen die zorgen voor de pegels. Dat had Federici nog niet helemaal voorzien. Ook raakte het indirect aan femicide, omdat het gaat over een cultuur waarin mannen menen het recht te hebben op de vrouw en hun lichaam. Federici heeft daar historische verklaringen voor. Ik ging er hier wat dieper op in, voor de mensen die er meer over willen lezen.

In oktober las ik Il popolo delle scimmie – Scritti sul fascismo van Antonio Gramsci (Ik zie een Nederlandse vertaling online beschikbaar op marxists.org). Dat was een beetje bijvangst bij mijn boekenclub over Scurati. Gramsci (communist, in de gevangenis gezet ten tijde van het Italiaanse fascisme) vertelt in zijn boeken over een intellectuele culturele elite, die volgens hem nodig is om de arbeiders te helpen te zorgen voor een omwenteling. In die tijd werd gehoopt op een revolutie door de roodhemden, naar Russisch model oid uit 1917. Hoewel hij lid was van de communistische partij, zijn er vandaag de dag ook rechtse mensen die hem aanhalen omdat zij de westerse beschaving menen te moeten redden met een cultureel offensief. Naar mijn idee had Gramsci cultuur een emanciperende rol toegedacht. Wat emanciperend is, daar verschillen de meningen over.

In november las ik La maggioranza deviante – L’ideolologia del controllo sociale totale van Franco Basaglia en Franca Ongaro Basaglia. Basaglia was in Italie de aanjager in de jaren ’70 van een grootschalige GGZ hervorming door een aanpassing van de wet. Hierdoor werden mensen met psychische problemen terug de maatschappij in gebracht. Het idee hierachter van Basaglia was dat waanzin een maatschappelijk probleem was, tot stand gekomen door een gebrek aan tolerantie naar verschillende ideeen en manieren van in de wereld staan. We zijn allemaal neurodivers, moet hij gedacht hebben in onze tijd. Mooi dat Franca co-auteur is, in hoeverre zij de aanjager was van dit gedachtengoed is mij niet helemaal duidelijk.

In november las ik ook Il filo di mezzogiorno van Goliarda Sapienza. Sapienza was een anarchistische actrice met een vrij wonderlijke levensloop. Een ander boek van haar gaat over haar leven in de gevangenis, en hoe fijn ze het daar vond. Dit boek gaat over haar psychische problemen en de therapie die daarop volgde, waarbij ze zelf uiteindelijk herstelde, maar haar Freudiaanse psycholoog zijn verstand verloor. Ze is begonnen in de jaren ’40 met schrijven, maar haar boeken verschenen pas vanaf 1967, ze had wat moeite om een uitgever te vinden. Een wat diepgravender artikel hierover schreef ik hier.

In november las ik ook Trattato di semiotica generale van Umberto Eco. Umberto Eco is wereldberoemd vanwege boeken zoals ‘In de naam van de Roos’ en ‘De slinger van Foucault’, maar wat weinig mensen weten is dat hij hoogleraar was in een tak van wetenschap die in Nederland een beetje een ondergeschoven kindje is, namelijk de semiotiek. Semiotiek gaat over tekens. Hoe interpreteren we tekens, hoe komen ze tot stand. Daar heeft hij een interessant wetenschappelijk boek over geschreven. Zijn romans, de fictie, kwam ik niet zo goed doorheen, de film van In de naam van de Roos vond ik wel aardig, die is vertolkt met Sean Connery (jaren ’80 vibes mensen – James Bond). Eco overleed in 2016. Ik weet niet of hij een staatsbegrafenis heeft gehad.

In december wil ik nog het derde deel van Antonio Scurati lezen: Gli ultimi giorni dell’Europa. De laatste dagen van Europa. Ik moet zeggen dat één boek (Tussen de 600 en 900 pagina’s puur fascisme) best een intense leeservaring is, dus het zou goed zijn als ik in december nog iets vrolijks of lichts achter de hand houd voor erbij. Ik hoor dan ook graag je tip hierover in een comment.


Reacties

2 reacties op “Italiaanse boeken die ik las in 2025”

  1. Sophie lomme

    Dit alles is al leuk om te lezen. Ik bedoel je beschrijvingen van de boeken

    1. Dat komt omdat ik aan jou dacht toen ik het schreef natuurlijk 😉

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *