vermogensbelasting voor de ultrarijken

Belast de ultrarijken, het pleidooi van Pfeiffer en Mattei

2/3 van de rijkdom van de wereld is in handen van minder dan 1% van de wereldbevolking. En dat vinden we oké met zijn allen? Er kan een einde worden gemaakt aan honger en de druk op de welvaartsstaat met een vermogensbelasting, maar liever hebben we dat Bezos, Zuckerberg en Musk verder gaan met hun extreemrechtse agenda.

Ik las in december het boek ‘No one leaves clean’ van Yaw Ofosu-Asare van uitgeverij Set Margins

Toen ik dit artikel ging schrijven kwam ik erachter dat ik de naam van de hoofdpersoon niet wist. Het boek eindigt met het schreeuwen van zijn naam aan het strand van Accra. ‘He whispered a name he hadn’t said in years. Not a person. A version of himself. The one who had believed.’

De naam van de vader is een concept uit de filosofie van Lacan. Het is het patriarchale symbool voor de wetgevende macht. De macht die namen bedenkt, oordeelt, ordent in de materie en het verlangen materialiseert.

Wat is de betekenis van deze fluistering op het einde van het boek? Een naam. Wat ben ik? Wie was ik?

De hoofdpersoon van het boek wordt afwisselend benaderd. Soms lezen we zijn innerlijke dialoog, soms zien we de alwetende verteller in de objecten die worden beschreven. Maar wat weet Yaw Ofosu -Asare? De beschreven objecten worden één met de hoofdpersoon. Het zijn twee kanten van dezelfde munt. Het is de poezie en de retorica van een dwingende alledaagsheid. In dit grijze gebied dat we collectief ontkennen wordt onze mening en de handhaving van het recht geboren, als we ons hart durven laten spreken. Laat dit boek oproepen tot verandering.

580 pagina’s. De hoofdpersoon staat op, gaat naar de wc, gaat telefoonkaarten verkopen op de markt, gaat naar zijn vriend, zijn vriendin, is thuis, heeft seks met zijn vrouw, gaat naar het strand. Dode Zielen. Lichamen die handelen maar waartoe? Hoeveel innerlijke belichaamde vormen van spiritualiteit kunnen wij nog terugvinden in het initiatief van dit personage met wie wij ten diepste kunnen meeleven? Zombies zijn wij en tot zombies zullen wij wederkeren.

In dit boek gaat het over het verlangen naar autonomie in een wereld die wordt gedomineerd door vormen die al vastliggen. De kapitalistische wereldorde, onze verziekte culturele uitingen, de corrumperende taal die we gedwongen worden te gebruiken. Minitieuze documentatie en lyriek komen hierin samen. Een goed verhaal zou gebaat zijn bij weinig uitleg en zou voor zichzelf moeten spreken. Maar in dit boek is het : krijg de tyfus show don’t tell. ALLES wordt uitgelegd.

Ik zie de laatste tijd best wel veel discussie online over de rol van moraliteit in literatuur. Mag dat wel? Moet dat niet? Wat is het politieke juiste antwoord in deze samenleving die verder en verder opschuift richting minderstemmigheid?

Elk praktisch fysiek beeld dat voorkomt in dit boek wordt uitgelegd in zijn politieke betekenis. Het toilet waar het boek begint, de telefoonkaarten die hij verkoopt, de fontein waar hij bij staat, de weg waar hij op loopt. Alles krijgt een stem in deze kosmische vertelling. Ook de taal, de politiek, juist ook die. Het is de illustratie van de onvolkomenheid van het literaire beeld én de filosofie. Empathie alleen is niet genoeg. Onverschilligheid is idiotie. Metaforen staan niet op zichzelf. Elk fysiek object én elke culturele verklaring, het filosofische idee en de werkelijkheid convergeren samen in de tijd. Je zou kunnen zeggen: je wordt gedwongen om door te lezen. Maar dit is geen literaire stijloefening, dit is bittere noodzaak.

Het is het opgedrongen verhaal van het welvaartsevangelie en de absolute leegheid daarvan.

We zien hier wat verdinglijking écht betekent in een maatschappij waar armoede overheerst. De objecten krijgen een stem, praten tot ons. Het is de psychose die we met zijn allen collectief in stand houden, die we elkaar opdringen door het materialistische wereldsysteem waar we niet uit kunnen ontsnappen omdat we het tolereren, gedogen, en instrumentaliseren om gevestigde belangen in stand te houden. Laat dit een oproep zijn voor medemenselijkheid, tegen goud en tegenmacht.

Clara Mattei, een Italiaanse econome die werkt aan een Amerikaanse Universiteit en Ilja Leonard Pfeiffer, de laatste woont al jaren in Genua, gaven gehoor aan die oproep. Zoals ook in Nederland er mensen zijn die de ultra rijken willen belasten. Pfeiffer sprak erover in de podcast van Nooit meer slapen.

De Italiaanse econome sprak erover met BBC4.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *