BlogVakpraat

Taalspelletjes voor in de Italiaanse les

Spelenderwijs leren is iets dat volgens de wetenschap erg goed is om te doen. Mensen zijn met plezier iets aan het doen en vergeten obstakels. Het leren gaat als het ware vanzelf. In dit blog geef ik een overzicht van taalspelletjes, ik hoop dat jij als juf of meester er je voordeel mee kunt doen. Soms heb je tijd over in de les en denk je: hoe ga ik deze tijd effectief vullen? Een spelletje is dan een leuk idee. Andere keren is het leuk om een hele les aan een spel te besteden.

Bestaande spelletjes

In de les gebruik ik wel eens het kwartet van scalaleukerleren.nl. Dit is een leuk taalkwartet voor beginners of voor mensen die een vakantiecursus doen. Zorg er wel voor dat je mensen niet teveel kaarten geeft, want heel veel ruimte in het hoofd van de student gaat bij dit spel naar de Italiaanse taal in plaats van naar de strategie en het winnen van het spel.

Wat niet echt een spel is, maar wat je wel kunt gebruiken als spel zijn koelkast – poezie magneetjes in het Italiaans. Ik kocht mijn koelkastmagneetjes bij www.magneticpoetry.com. Leerlingen maken dan spelenderwijs kennis met zinsopbouw en grammatica.

Ook leuk (voor kinderen en volwassenen) is de spellendoos van Edilingua. Hier zit een boekje in met allerlei spelletjes, twee spelborden, pionnen en heel veel kaartjes waar je ook weer allemaal verschillende spelletjes kunt doen, waarvan memory natuurlijk het meest voor de hand liggende spelletje is.

Tombola: bingo is altijd leuk om de cijfers mee te oefenen. Een leerling vond een keer een spel voor mij bij de kringloopwinkel.

Pim Pam Pet, Boggle, Scrabble: allemaal spellen die je ook in het Italiaans kunt doen.

Spelletjes op de computer

Op Socrative heb ik een leuke culturele quiz gemaakt. Leerlingen hebben daarvoor de app socrative student nodig op hun telefoon. Je bent hier wel een hele les mee bezig.

Heel leuk is Quizlet. Een app om je woordjes mee te oefenen. Spelenderwijs zijn er diverse manieren om je woorden te oefenen. Je kunt woorden bij elkaar zoeken (Nederlands en Italiaans) of het woord uitgesproken horen en het vervolgens moeten typen. Gebruik de lijsten van deze juf (gebruikersnaam: Dilatua) of maak zelf een lijst aan met de woorden die jij moet leren.

Zoek een liedje dat je kunt karaoken op YouTube. Zorg ervoor dat het een bekend lied is dat iedereen kent en oefen eerst het lied met de papieren tekst erbij. Een liedje wat alle kinderen bijvoorbeeld kennis is het liedje van Anna en Elsa uit Frozen (in ieder geval de meisjes), een lied wat veel volwassenen kennen is ‘strani amori’ van Laura Pausini.

Zet een liedje op op YouTube (zorg dat het een bekende is) en zet YouTube op pauze op een bepaald moment. Het team dat verder kan zingen krijgt een punt.

Spelletjes apps zoals WordOn of Ruzzle. Je moet dan zoveel mogelijk of het best mogelijke Italiaanse woord vinden. Ruzzle lijkt op Boggle, WordOn lijkt op Scrabble. Je krijgt een aantal letters die een aantal punten zijn en je moet daar het best mogelijke woord mee maken. Helaas is Wordfeud nog niet beschikbaar in het Italiaans.

Ik ben met leerlingen een virtuele toeristische kaart aan het maken van Italie. Ze kunnen zelf plekken toevoegen en iets omschrijven. Leerlingen hebben hiervoor wel een google account nodig.

Spelletjes met pen en papier

Vertel een verhaal in het Italiaans en laat leerlingen het tekenen.

Vat een boek samen in een tweet van 140 tekens. De anderen moeten daarna raden welk boek het is.

Wie, wat, waar, wanneer, waarom. Nummer 1 krijgt een blaadje en schrijft een personage op. Vervolgens vouwt hij het briefje. De volgende schrijft dan op een leeg blad een voorval, weer wordt het papier omgevouwen, de volgende schrijft een plaats etc. Nadat de laatste heeft geschreven vouw je het briefje uit en lees je het verhaal voor. Je krijgt dan bijvoorbeeld: La parucchiere con capelli blu / ha vinto la lotteria / nel centro di Amsterdam / la notte di San Silvestro / perché ama molto i suoi gatti.

Maak een verhaal I. Bij deze versie mag degene die het briefje krijgt het verhaal van de vorige lezen. Ieder voegt steeds twee woorden toe aan het verhaal.

Maak een verhaal II. Iedere student krijgt een briefje. Daarna worden de briefjes één voor één voorgelezen. De studenten moeten er een verhaal mee schrijven. Daarna kun je de verhalen aan elkaar voorlezen.

Vraag en antwoord: om de condizionale en congiuntivo mee te oefenen. De klas wordt in twee groepen gesplitst. De één schrijft briefjes met ‘Cosa faresti se……’, de ander schrijft briefjes met ‘Farei…….. Daarna worden vraag en antwoord bij elkaar gelegd. Dat slaat natuurlijk nergens op, maar zorgt wel voor de nodige hilariteit.

Laat iemand zijn huis beschrijven. De ander moet het tekenen (de plattegrond) op papier.

Wie ben ik? De juf schrijft op een post-it de naam van een bekend personage en plakt deze op het hoofd van één van de leerlingen. Deze moet vervolgens door middel van het stellen van vragen er achter komen wie hij / zij is.

Je kunt online een woordzoeker maken met de woorden van de week.

Impiccato (galgje) om het alfabet te oefenen in het Italiaans.

Het Boek Met Alle antwoorden. Maak een lijst met mogelijke antwoorden op alle levensvragen die je zou kunnen stellen.

Spelletjes buiten

Als het lekker weer is kun je de groep in twee groepen verdelen. Eerst moeten ze beiden een speurtocht uitzetten die vervolgens aan de andere groep gaan geven die hem gaat lopen. Een derde reflectie moment kan terug in de les waarop je bespreekt wat er eventueel verkeerd ging. Handig voor het oefenen van de imperativo, de gebiedende wijs.

Zet mensen buiten met de rug tegen elkaar en laat ze beschrijven aan elkaar wat ze zien.

Spelen met niks

Woorden rijgen. Iemand zegt een woord, de volgende mag een woord zeggen dat begint met de laatste letter van het vorige woord. Voor het Italiaans kom je na 5 minuten op steeds dezelfde klinkers uit!

Mi fa pensare a…… De leraar noemt een woord. De volgende noemt een woord wat hij/ zij daarmee associeert. De volgende gaat daarmee verder. Waar kom je bij uit?

Non dire sì o no. Éen iemand krijgt de beurt. De rest gaat vragen stellen. De leerling mag niet met ja of nee antwoorden. Kun je dat lang volhouden?

Speeddaten. Je zet mensen tegenover elkaar en laat ze na 2 minuten wisselen van gesprekspartner. Om dit wat af te wisselen kun je ze van te voren ook na laten denken en zelf een compleet nieuw personage te verzinnen. Giuseppe uit Basilicata die houdt van vissen en tango dansen.

Alibi. Je vertelt: er is een inbraak geweest gisteren tussen 20:00 en 21:00 op de Tapuitstraat. Vervolgens moeten de leerlingen in duo’s een alibi met elkaar bespreken. Waar waren zij? Wat deden zij? Vervolgens als iedereen het alibi heeft gemaakt wordt 1 van het duo de klas uit gestuurd. De ander wordt aan de tand gevoeld over zijn alibi. Vervolgens mag zijn maatje terug komen en wordt die ondervraagd. Kloppen de alibi’s met elkaar? Dan hebben zij het niet gedaan. Het duo waarvan de verhalen het meeste uit elkaar liepen is natuurlijk de dader!

Dialogo a catena: Iemand stelt een vraag, de volgende in de kring mag hem beantwoorden en een nieuwe vraag stellen aan zijn buurman. Die moet de vraag beantwoorden en weer een nieuwe vraag stellen aan zijn buurman. Etc.

Zing een lied. Noem twee zinnen uit een liedje. Degene die het liedje raad krijgt een punt. Als degene het ook kan zingen krijg je een punt extra. Degene die het raad krijgt de beurt om zelf twee zinnen uit een liedje op te zoeken.

Tongbreker. Zet er een op het bord en laat de leerlingen ermee oefenen.

Ik zie ik zie wat jij niet ziet…. en het is…..

Ik ga op vakantie en ik neem mee….. Voor de gevorderden ook leuk om de possessivi mee te oefenen. Mijn tandenborstel, jouw koffer, jouw zonnebrandolie etc. Goed voor de woordenschat ook.

Vertel een verhaal en laat de studenten het uitbeelden op een theatrale manier. Goed voor de luistervaardigheid en het taalbegrip.

Pictionary. Iemand krijgt een kaartje waar een woord op staat. Dit gaat hij/ zij op het bord tekenen. Degene die het raad mag daarna aan de beurt om te tekenen.

Doorfluisteren: de juf fluistert een zin in het oor van leerling 1. Deze moet het doorfluisteren aan leerling 2, deze fluistert het door aan leerling 3. Dit gaat zo door. De laatste moet wat hij heeft gehoord hardop zeggen. Je kunt dan hardop met de klas checken of het overeenstemt met de 1e zin die is ingefluisterd door de juf.

Quiz. Bij dit spel heb je een lijst nodig van onregelmatige zelfstandige naamwoorden. Zoals il bar, la mano ecc. vervolgens vraag je aan leerlingen of het enkelvoud of meervoud, mannelijk of vrouwelijk is. Elk goed antwoord levert een punt op.

Spreekwoorden. Je bespreekt met leerlingen 5 Italiaanse spreekwoorden. Daarna moet een leerling een spreekwoord uitbeelden. De anderen moeten raden welk spreekwoord het is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *