De Italiaanse taal en genderidentiteit

Is het Italiaans een binaire taal?

Ik wil jullie even meenemen in wat een marginale linguïstische discussie kan lijken in een land hier ver vandaan (als je niet het vliegtuig neemt), namelijk Italië. Inclusief taalgebruik is in Nederland een item, maar in Italië gaat deze hele discussie next-level. Een binaire taal is de taal van computerprogrammeurs, van enen en nullen, waarin grijs niet altijd mogelijk is. In het Italiaans draait alles om gender. Is het taalkundige uitgangspunt mannelijk of vrouwelijk?

De afgelopen drie of vier weken volgde ik een online asynchrone cursus bij de Universiteit van Venetie, Ca’ Foscari. Linguaggio, identità di genere e lingua italiana (Taal, genderidentiteit en het Italiaans) had mijn interesse. Het was mij al wel eens opgevallen dat sommige Italiaanse teksten een * gebruiken om inclusief te zijn naar mannen én vrouwen. Dan wordt er bijvoorbeeld bovenaan een tekst gezegd : Benvenut* a tutt* om niet de vorm van het mannelijk meervoud te hoeven gebruiken. Ik had wel zin om hier eens in te duiken. Driewerf hoera dat er dan universiteiten zijn die gratis online asynchrone cursussen op academisch nivo beschikbaar stellen om zo het democratische debat te stimuleren door academische kennis te ontsluiten. 

Mannelijke inclusiviteit

De overheersing van het mannelijk meervoud wordt mannelijke inclusiviteit genoemd. Het feit dat als je benvenuti a tutti zegt, dat je dan ook vrouwen bedoeld. Maar daar gaat het dus vaak mis. Want wat als de populatie voor 90% uit vrouwen bestaat? Is het dan nog ok om de mannelijke vorm te gebruiken? En is het überhaupt wel ok dat vrouwen bestaan bij gratie van de mannelijke vorm? We zijn toch wel wat meer dan de rib van Adam? Als vrouwen lezen: i giornalisti sono stati premiati (De journalisten zijn bekroond), dan zullen zij toch dit voor zich zien als een groep mannen die een prijs heeft gewonnen. Beter zou dan dus zijn om te zeggen: i giornalisti e le giornalisti sono state premiate (De mannelijke journalisten en de vrouwelijke journalisten zijn bekroond). Het voltooid deelwoord neemt dan de vorm van het laatst gebruikte zelfstandig naamwoord waar het op terugslaat.

Deze manier om zinnen te herformuleren om inclusief te zijn wordt circonvallazione genoemd. Vera Gheno, de bekende Italiaanse sociolinguiste, doet het ook in haar boek Grammamanti, zo schrijft ze in haar voorwoord. Zinnen herformuleren om zo inclusief te zijn. Ik vind dat echt wel een opgave. Schriftelijk is het wel houdbaar, maar mondeling lijkt het me niet te doen. 

De schwa en de asterisk

Laten we dan beginnen met het kijken naar oplossingen. De schwa wordt door sommige mensen gepropageerd. Het is een soort omgekeerde e (ǝ) die zou moeten klinken als u, zoals de e in mijn naam Lotje. Je zou dan kunnen zeggen Benvenutǝ Tuttǝ (Welkom allemaal). Het probleem is dan echter de uitspraak. Want is dat bij dit voorbeeld benvenutǝ nog te doen, wat te doen bij de uitspraak van een inclusief meervoud amicǝ of amichǝ (vrienden), hoe moet je de letter ervoor dan uitspreken? Als een fonetische k (vrouwelijk) of als tjs (mannelijk)? Je komt dan op een hellend vlak waarbij de keus voor de schwa je ook weer tot andere veranderingen dwingt. 

De asterisk is mooi en inclusief: benvenut* a tutt*, voor schrijftaal, maar je kunt het niet uitspreken. 

Incorrect: automobilisto en avvocatessa

Er is een artikel van een conservatieve journalist die schreef: als ik naar de farmacista (apotheker) of naar een automobilista (autobestuurder) ga, en het is een man, moet dat dan niet een farmacisto of een automobilisto zijn? Dat is nu nog agrammaticaal. Maar farmacista en automobilista zijn taalkundige uitzonderingen op de regel van het -o voor het mannelijk en de – a voor het vrouwelijk. Het is agrammaticaal, volgens professor Giuliana Giusti, want er zijn in het Italiaans geen suffixen met – isto. Je zou het kunnen vergelijken met de bijvoeglijke naamwoorden olandese of intelligente die op een e eindigen in het enkelvoud. Ze vormen een soort van neutrale categorie. Maargoed, hier is wel wat op af te dingen want ondertussen heeft die automobilista en de farmacista wel een A op het einde. Maar dat is dan geen vrouwelijke inclusiviteit vergelijkbaar met mannelijke inclusiviteit die we hierboven zagen, maar een gelijkrechtig linguïstisch fenomeen van diversiteit. 

Een andere kwestie is die van de suffixen met – essa. Denk aan studentessa, wat inmiddels ontzettend is ingeburgerd. Deze suffix hoor je ook voor de advocaat (avvocatessa). Het probleem volgens Sabatini was dat de basis hier niet neutraal, maar mannelijk is. Waarbij de vrouw dus linguistisch gezien weer een soort aanhangsel van de mannelijke vorm wordt. Het is beter om de suffix -essa voor het vrouwelijk daarom te mijden. 

Vrouwelijke vormen voor hoge functies: een voorbeeld voor onze jonge meisjes

In ieder geval, in de cursus leerde ik best wat leuke dingen. Zo bleek dat de eerste grote Italiaanse taalkundige op  het gebied van gender, Alma Sabitini in 1993 een boek uitgaf waarin zij veel ophef maakte over bijvoorbeeld de mannelijke inclusiviteit in de taal. Ook ging het daarin over de vrouwelijke vormen van hoge functies. Tot een jaar of x geleden waren er geen vrouwelijke ministers, dokters of secretarissen dus bestond de naam voor die functie alleen in mannelijke vorm: ministro, medico, avvocato, sindaco en segretario. Inmiddels zijn er wel vrouwen die die functie bekleden, maar niet altijd willen zij zich ministra, medica, avvocata, sindaca of segretaria noemen ‘want dat klinkt niet’ zeggen veel mensen. Het gaat dan niet genoeg over vrouwelijke rolmodellen voor jonge meisjes, naar mijn mening. Ook zou je een verband kunnen leggen met de bezittelijkheid van sommige Italiaanse mannen. Als mannelijke inclusiviteit taalkundig de norm is, dan is de vrouw een beetje de rib van Adam. Het is niet onwaarschijnlijk dat dit taalgebruik repercussies  heeft op de sociale verhoudingen. 

In de praktijk doet ieder wat hij wil

Technisch gaat het ook over het gebruik van het mannelijk (il) of vrouwelijk lidwoord (la), de stroomlijning van het mannelijk (-o) of vrouwelijk (-a) bijvoeglijk naamwoord en de stroomlijning met het voltooid deelwoord. Er is veel onduidelijk, er zijn geen vaste regels en wat je tegenkomt in de kranten heeft te maken met de politieke voorkeur van de schrijver. Giorgia Meloni, de rechts-conservatie president heeft aangegeven dat zij il presidente wil zijn en niet la presidente. Maar hoe moet je dat dat vervoegen. Il presidente conservativa è stata a Roma? (De conservatieve president is in Rome geweest) Je ziet de asymmetrie: een mannelijke vorm voor het lidwoord en een vrouwelijke vorm voor het voltooid deelwoord. Dat is agrammaticaal. Het zou grammaticaal correcter te zijn om een vrouwelijke vorm van het lidwoord te nemen: la presidente. 

Wat zijn de praktische consequenties voor mijn eigen taalgebruik?

Sommige dingen zijn heel makkelijk aan te pakken. Zeggen ‘Ciao tutti e ciao tutte’ is een verandering a costo zero, zonder prijskaartje. (Ik denk overigens niet dat Nederlands grootste Italie website snel haar domeinnaam zal veranderen). Ook ben ik voor een grammaticaal correct en inclusief gebruik van hoge functies die vrouwen bekleden. Dus ik ben voor la presidente, l’avvocata, la ministra en la segretaria. 

Éen van de redenen dat ik weer van LinkedIn af was gegaan was dat ik het aan de stok kreeg met een classicus die alle politieke discussie over inclusiviteit reduceerde tot een semantische discussie. ‘Zo is het historisch ontstaan’ is ook een argument wat je vaak hoort. Wat bijvoorbeeld ook een reden is om het woord neger nog te gebruiken als we spreken over historische teksten. Want ‘je moet dat in zijn context zien’. Eh ja, maar we mogen dat wel inbedden in een inclusief discours van nu. Daar moet wel altijd een morele context aan gegeven worden. Omdat tijden veranderen. 

Dus moet je expliciet zijn in je politieke overtuigingen

En aangeven dat een segretaria als bestuurskundige gelijkwaardig is aan de segretaria die de brieven van de directeur verstuurt. De baan is ingewikkelder, hij wordt beter betaald, maar de personen die ze uitvoeren zijn gelijkwaardig. Om expliciet en inclusief te zijn in mijn overtuigingen gebruik ik in mijn trainingen DitisItaliaans teksten waarbij vrouwen hoge functies bekleden en aangeklaagd worden, waarin islamitische Italiaanse kinderen bestaan en waarin jongeren soms precari (kwetsbare tijdelijke werknemers) zijn. Ook al vinden Nederlandse toeristen die naar Italië gaan dat niet altijd interessant, niet iedereen heet Marco, is succesvol geworden na een zware strijd, heeft een zak met geld en ‘la stima di tutt* (de hoogachting van iedereen). Er zijn mannelijke farmacista’s, aseksuele dentista’s (tandarts), transgender fiorista’s (bloemist) en non-binaire automobilista’s, die alleen bekend zijn bij vrienden en familie, een modaal inkomen hebben waarmee ze bijdragen aan de staatsruif en daar heel gelukkig mee zijn. 


Reacties

0 reacties op “Is het Italiaans een binaire taal?”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *