10 x een mooi Italiaans cadeau

Sinterklaas is alweer geweest, maar de kerstdagen staan nog voor de deur. Misschien weet je niet zo goed wat je moet vragen als kadootje (zelf denk ik altijd: nog meer clutter in my house, please…) maar toch doe ik hier enkele tips aan de hand die leuk zijn om kado te geven aan iemand die Italiaans studeert. Stuur de link dus naar je familieleden, degene die je mysterieus aankeek toen de lootjes werden getrokken, je dochter, je collega, wie dan ook. Hier komen ze: 10 x een Italiaans cadeau om te geven met de feestdagen

Italiaans cadeau 1

Italiaanse koelkastmagneetjes. Leuk voor op de koelkast of voor op het toilet (het moet wel een magnetische ondergrond zijn). Prijs: 22 dollar.

Italiaans cadeau 2

Een boekje met taalpuzzels van Intertaal. Prijs : 9,71

Italiaans cadeau 3

Een Italiaans taalkwartet. Prijs : 9,95 Vooral leuk voor de beginner.

#Italiaans cadeau 4:

Een handig hulpboek grammatica voor beginners en gevorderden. Zoals van Susanna Nocchi.

Italiaans cadeau 5:

Maak zelf bij een webdrukkerij dit t-shirt met deze tekst voor circa 20 euro. Het spoort Italianen aan om geen Engels met de student te spreken, maar Italiaans. Let op dat de accenten en komma’s goed staan.

Italiaans leren t-shirt vrouwen

Italiaans cadeau 6

Bestel een Italiaans delicatessenpakket bij bijvoorbeeld Pasta e Più uit Asten of La Fermata uit Woerden.

7

Bestel een Italiaanse roman DVD of CD bij een webwinkel. Bel mij gerust voor tips of overleg wat betreft smaakvoorkeur.

Italiaanse films Schoonhoven
Italiaanse films op DVD. Foto: Lotje Lomme

8.

Koop een Italiaans leesboekje op nivo. Mail mij gerust om te vragen op welk nivo de student zit en welk boekje geschikt zou zijn. Prijs: 10,20

9

Tegoed op Google Play zodat de student de Prisma of van Dale woordenboek app kan downloaden. Prijs: 8,99

10

Een artikel uit de Italiaanse vintagewinkel Little Rome . Ik kreeg van Odette en Domenico ooit dit Italiaanse bord kado, leuk voor mijn Italiaanse culinaire uitstapjes. Ze hebben mooie artikelen vanaf kleine prijsjes.

Als toegift nog de allerbeste cadeautip: Een % korting bij aankoop van een cursus Italiaans bij mijn taalschool. Je kunt mij mailen, dan weet ik ervan en dan stuur ik je een mooie kortingsbon op van mijn school op die je kunt geven.

De Griekse cultuur in Zuid-Italie: Magna Graecia

Italianen hebben een fascinatie voor de Griekse cultuur. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de grote departementen Griekse geschiedenis in de Italiaanse faculteiten of uit het succes van de boeken van Andrea Marcolongo. In dit blog wil ik jullie iets vertellen over de Griekse historie van verschillende Zuid Italiaanse steden. En over de Griekse cultuur in Zuid-Italie.

In de 8e eeuw v. Chr. stichten Griekse kolonisten in Zuid-Italie en Sicilie hun steden, lang voordat Rome een groot wereldrijk was. Griekse volkeren van verschillende oorsprong verlieten hun moederland, vaak vanwege schaarste en overbevolking. Zij raadpleegden een orakel over de locatie van de toekomstige kolonie en gingen op weg. De Griekse gekoloniseerde steden in Zuid-Italie vormen samen Magna Graecia, Groot Griekenland.

In de geschiedenis van deze Griekse kolonies speelt de oorsprong van de stichters een grote rol in de politieke ontwikkelingen en concurrentie tussen de steden. Doriërs, Achaeërs en Ioniërs waren het die wedijverden. Eerst om het gebied te koloniseren en later om de macht te krijgen in de regio. Deze Griekse etnische stammen concurreerden met elkaar in Griekenland, dus het is niet raar dat zij hun conflicten meenamen overzees in Zuid-Italie.

Afbeelding uit de Atlante storico mondiale / Touring Club Italiano uit 2001

De Griekse cultuur in Zuid-Italië

De kolonisten lieten hun vrouw en kinderen achter in het thuisland en het is waarschijnlijk dat ze dus aanpapten met lokale vrouwen in Italië. Het is ook waarschijnlijk dat de kolonisten de outcast waren van hun Griekse moederstad. Wellicht vertrokken ook criminelen of politieke bannelingen om kolonies te stichten in Italië. Eenmaal aangekomen in Italië poogden de kolonisten ook al snel het Italiaanse achterland achter de kolonie te veroveren en te integreren. Net zoals de emigranten die in de 19e eeuw naar Amerika vertrokken, moet Magna Graecia een land van beloften en mogelijkheden zijn geweest. De steden kenden verschillende bestuursvormen. De Dorische steden ontwikkelden al snel tirannieke vormen van bestuur. Zoals we die ook kennen van haar meest bekende stad Sparta. De Ionische en Aecheïsche steden ontwikkelden semidemocratieën. Een voorbeeld daarvan zijn de ‘chìlioi’ de duizend mannen die de bevolking vertegenwoordigden in Reggio, in de punt van de Italiaanse laars. Daarnaast bestond er vaak in hun steden een raad van ouderen die de magistraat die het dagelijkse bestuur vormde, moest adviseren.

Doriers in Puglia en Calabrie: Taranto en Reggio

Reggio en Taranto hebben een Dorische oorsprong. De Doriërs waren een etnische groep waartoe in Griekenland de Spartanen behoorden. Reggio, het uiterste westen van Italië, ligt tegenover Zancle (nu Messina) op Sicilië. Volgens Strabo, een Griekse schrijver die leefde ten tijde van keizer Augustus, stichtten Messeense bannelingen Reggio. De Spartanen voerden in de 8e, 7e en 5e eeuw voor Chr. oorlog met het hen omliggende gebied (Messenië) waarbij ze de overwonnen volkeren tot slaaf maakten. Reggio zou rond 750 v. Chr. zijn gesticht door deze slaven. Voor de Italiaanse stad Reggio is dit de oorsprong van hun stad.

Dezelfde schrijver Strabo heeft twee hypotheses over de stichting van het Pugliese Taranto, in de hak van de laars die allebei te maken hebben met de identiteit van de Partenen in de dorische cultuur. Volgense een eerste hypothese waren de Partenen de Spartanen die weigerden deel te nemen aan de Messenische oorlogen zelf tot slaaf gemaakt. Deze Partenen organiseerden een opstand tegen de Spartaanse burgers en hun leider Falanto ging naar Delphi om het orakel raad te vragen over de locatie van een te stichten kolonie. Dit werd Taranto.              

Volgens het 2e verhaal gingen de Spartanen op oorlogspad in Messenië en bleven hun vrouwen alleen achter. Uit bezorgdheid over de krimp van de natuurlijke aanwas van de Spartanen door de afwezigheid van de mannen, vroegen de Spartaanse vrouwen hun mannen om raad. Deze stuurden de jongste mannen uit het leger naar huis om de maagden te bevruchten. Het andere verhaal is dus dat de kinderen die hieruit voortkwamen Partenen zijn genoemd. Toen de Spartanen echter terugkwamen van de oorlog weigerden ze aan deze jongeren dezelfde rechten als zijzelf hadden toe te kennen. De oudste Spartanen haalde de nieuwe generatie over te vertrekken en elders een kolonie te stichten. Dat zou ook het stichtingsverhaal van Taranto kunnen zijn. Bij mythologische verhalen geld vaak: het een hoeft het ander niet uit te sluiten!

Griekse steden in Zuid – Italie. Een kaart van Magna Graecia. Afbeelding uit de Atlante Storico Mondiale / Touring Club Italiano uit 2001

Acheeers in Calabria en Campania: Sibari, Poseidonia en Crotone

Sibari, Poseidonia en Crotone waren Achaeïsche kolonies in Magna Graecia. De Acheeërs waren een andere etnische groep uit de Peloponnesos, de Griekse stad Korinthe behoorde tot dit gebied. Sibari zou een aanzienlijke macht en territorium verwerven in de 6e eeuw v. Chr. zo vertellen de historici Diodorus Siculus en Strabo. Ze vertellen over de overheersing over 4 volkeren en 25 steden. De welvaart was dusdanig, dat de schrijvers meenden dat de inwoners van Sibari leden aan hybris (overmoed) en tryphé (ze waren verwend en zwak door luxe) door alle overvloed. Deze eigenschappen vond men verwerpelijk in de oudheid.

Sibari stichtte op haar beurt rond 600 v. Chr. weer Poseidonia, wat in de Romeinse tijd Paestum ging heten. Dit stadje ligt ongeveer 85 km ten zuiden van Napels. Deze plek is archeologisch gezien goed bewaard gebleven en is nu een Unesco wereld erfgoed site waar o.a. nog een tempel voor Hera, Athene en voor Poseidon staat. In het bijbehorende park kun je tegenwoordig vaak muzikale avonden bijwonen, of een Grieks theaterspel meemaken. Ook daar schreef ik een blog over voor Italie Uitgelicht. Deze stad werd welvarend doordat het handelde met Etrusken en Romeinen. Toch zijn het wellicht ook de hybris en tryphe die mede verantwoordelijk zijn voor de verwoesting van de Sibari in 510 v. Chr.  

Als Sibari de stad was van luxe, overvloed en decadentie dan was Crotone de stad van de moraal en de deugd. De filosoof Pythagoras verbleef er lange tijd en had een blijvende invloed op het stadje. Met hem ontstond er een cultuur van areté (deugd). Gelijkheid, ambitie, ascetisme en samenleven waren erg belangrijk in dit gedachtegoed.

Ioniers in Campania: Pithekoussai en Cumae

Ioniërs zijn de 3e etnische groep Grieken, die uit Athene, Euboa of West-Turkije kwamen. Zij zorgden voor de eerste Griekse kolonie in Italië door Pithekoussai te stichten rond 770 v. Chr., in de buurt van Napels.

Ioniërs uit Euboa stichtten ook Cumae rond 740 v. Chr. Deze stad was de sterkste macht op zee in de Golf van Napels. Cumae had altijd nauwe banden met Capua, een Etruskische stad iets noordelijker. Dit deden ze vooral uit commercieel oogpunt. De Etrusken waren ook hun rivalen in de handel. Onder de tiran Aristodemus van Cumae beslaat Cumae dan een uitgebreid territorium. De laatste koning van Rome zoekt er bescherming als hij wordt verjaagd na het incident met Lucretia. In 474 v. Chr. verslaat Cumae de Etrusken ter zee. Vanuit Cumae werden ook Zancle (later Messina) en in 480 Neapolis, het latere Napels gesticht.

De Peloponnesische oorlog tussen Sparta en Athene & Zuid-Italie

Op het einde van de 5e eeuw heeft Athene zich veel bemoeid in de Siciliaanse zaken. In Griekenland was een felle machtsstrijd ontstaan tussen Doriërs en Ioniërs, Spartanen en Atheners. In dat kader hebben beide partijen claims gedaan die hun eigen invloedssfeer moest vergroten. Zo had Athene het in haar hoofd gehaald dat Sibari, oorspronkelijk door Achaeërs gesticht, door de Ioniërs ‘hersticht’ moest worden na haar vernietiging. Athene zag zichzelf als de legitieme opvolger van de verloren macht van Sibari. De oude inwoners van Sibari vragen zich echter af wat ze met deze nieuwe moeder moeten. Ze vragen het orakel in Delphi om raad. Het orakel bevestigt dat de Sibarieten geen enkele verplichting kennen naar de Atheners. De Atheense generaal en politicus Alcibiades probeert ook de volksvergadering in Athene ervan te overtuigen het Atheense rijk te vergroten met gebieden overzees. Athene leed echter een desastreuze nederlaag die haar verlies in Griekenland ook zou versnellen. De enige bondgenoot van Athene in Sicilië was Reggio. Taranto en Syracuse besloten samen tegen het Atheense imperialisme op te trekken. Athene en de Ioniers waren kansloos.

Historische figuren

Voor Italie Uitgelicht schreef ik een blog over de bekende Griek Dionysius. In de link kun je lezen welke historische figuren uit deze Griekse tijd belangrijk zijn geweest voor de Siciliaanse stad Syracuse.

Een ander belangrijk figuur was Archita voor de stad Taranto. In Magna Graecia was in het Oosten Taranto de grootste stadstaat in de 4e eeuw. In Delphi zijn bij het orakel van Apollo inscripties gevonden van de Tarantini. Zij bedankten de god voor hun overwinning tegen de inheemse volkeren in Puglia: de Messapi, Iapigi en Peucetiërs. De Tarantini behoorden tot de Doriërs en dus ook tot de overwinnaars van de Peloponnesische oorlog. Archita was cultureel enorm ontwikkeld. Bevriend met Plato en onderwezen door pythagoristen, filosofen. Ook had hij een leidende politieke rol als ‘strategos’. Dat was een soort eerste man. Tevens was hij een wetenschapper die schreef over wiskunde en astronomie. Met de tiran van Syracuse Dionysos II van Sicilie onderhield Archita goede relaties.

Bij conflicten in Zuid-Italie wordt echter de militaire hulp ingeroepen van fellow-Doriers uit Griekenland. Zo gaan de doriers uit Zuid-Italie ook hulp vragen aan koning Pyrrhus van Epirus. Hij moet hen gaan helpen tegen de Romeinen als deze steeds groter en sterker worden. In eerste instantie is Pyrrhus erg succesvol, maar in 275 v. Chr. verslaan de Romeinen hem bij Beneventum. Kort daarvoor had hij nog een overwinning geboekt. Dat had hem zoveel verliezen gekost, dat van een overwinning eigenlijk niet echt meer sprake was. Sindsdien noemen we een dergelijke overwinning een Pyrrusoverwinning.

Einde van Magna Graecia, maar niet het einde van de Griekse cultuur

De Romeinen verslaan uiteindelijk de Grieken van Magna Graecia. Zij moesten een militaire bijdrage gaan leveren aan het Romeinse leger. De Tarantijnse schrijver Livius Andronicus vertaalt voor de Romeinen dan de Odyssee. De Romeinen (en dus de Italianen) hebben veel Griekse culturele elementen overgenomen in hun cultuur. De Griekse cultuur in Zuid-Italië is nog op veel plekken te zien. Zo wordt er op sommige plekken op Sicilie en in Reggio nog Grieks gesproken, kun je de Griekse tempels nog bezoeken en zijn olijven, amandelen en honing onderdeel geworden van de Siciliaanse keuken. Zo zijn de woorden grammatica (γραμματική) en retorica ( ῥητορική) ook van Griekse oorsprong!

Wil je meer weten over hoe Italië er uit zag voor de komst van de Romeinen? Lees dan ook dit blog van mij over Sicanen en Siculen, de oudste bewoners van Sicilie op Italie Uitgelicht.

Dag van de leraar – How to fail…

Misschien kennen jullie de podcast wel van Elizabeth Day? Het programma How to fail nodigt allerlei gasten uit om hun grootste fouten en mislukkingen te bespreken. Horen dat iedereen met fouten en mislukkingen zit vind ik erg geruststellend in deze part time virtuele wereld waar je leven toch vooral mooi en succesvol moet zijn. En hoe je van mislukkingen op deze manier iets positiefs en menselijks maakt. Hoe kun je leren van je fouten als docent?

Ik voel me vaak onzeker over het lesgeven. Er is namelijk altijd wel iets wat beter had gekund. Er is geen perfectie te bereiken, daarvoor zijn de omstandigheden te variabel. Het succes van mijn les hangt van veel dingen af die buiten mijn macht liggen. Of een leerling er bij is met zijn hoofd, of het smartboard het doet, of het huiswerk is gemaakt, om maar wat te noemen.

Daarnaast zijn er veel dingen die goed werken in onderwijsland en moet je het juiste geneesmiddel uit de kast halen bij elke afzonderlijke kwaal. Er zijn veel hypes: formatief evalueren, activerende didactiek, een accent op conversatie en vaardigheden; ga zo maar door. Op het moment dat je met het ene bezig bent, is er geen tijd voor dat andere. Competenties probeer ik te wisselen in leerlijnen en te spreiden over een cursus maar dat blijft ook lastig. Daarnaast zul je bij elke strategie die je kiest deze moeten herhalen om uberhaupt effectief te kunnen zijn.

Ik maak(te) dus fouten. Dat is niet te voorkomen. Wat zijn mijn errori più grandi che ho fatto? Wat zijn mijn grootste fouten?

Verkeerde focus

Ik heb als docent zes jaar gedacht dat als ik maar veel wist dat ik dan ook wel goed kon lesgeven. Als ik moest lesgeven over een periode in de geschiedenis waar ik niet veel van wist ging ik er meer over lezen. Als ik moest lesgeven over een taalkundig onderwerp waar ik zelf intuitief mee omging ging ik alle uitzonderingen nog eens nalezen en opzoeken. Dat heeft me zeker wel veel opgeleverd, ik heb echt wel vakkennis. Of ik het echter ook kon overdragen is maar de vraag. In 2016 kreeg ik eens de feedback van een leerling: ‘Je bent erg aardig, maar lesgeven kun je niet‘. Dan kun je 20 positieve reviews hebben, maar die ene blijft hangen.

Sinds ik me heb verdiept in didactiek voel ik me echter veel zekerder voor de klas. Ik kan nadenken over hoe mijn boodschap aankomt en doordat ik zie dat dat gebeurt, kan ik ook meer aandacht geven aan de inhoud. De effectiviteit van mijn lessen lijkt evenveel te maken te hebben met didactiek dan met mijn vakkennis, durf ik nu wel te zeggen.

Leren van je fouten: te hoge verwachtingen

Bij het lesgeven had ik te hoge verwachtingen over wat mensen zouden moeten bereiken. Dat werkt niet goed, want ik merkte al snel dat ik mijn frustraties bij de studenten legde, terwijl die echt wel hun best deden. Dan word je een boze juf en toen ik dat bij mezelf merkte dacht ik: dit kan niet de bedoeling zijn. Je moet je werk met plezier doen, dus kennelijk doe je dan iets verkeerd.

Bij volwassenen ging ik te snel door de stof heen. Ik nam mezelf en mijn leerproces bij de universiteit aan als maat. Mijn studenten zijn echter hobbyisten die er, meestal, op een heel andere manier in staan. In 7 maanden op nivo A1 uitkomen leek mij wenselijk. Ik gaf 20 oefeningen in de week op en circa 40 woorden om te leren. Tegenwoordig doe ik dat niet meer en trek ik er 1,5 jaar voor uit. Bij de kinderen op de basisschool heb ik een half uur in de week. De kennismaking met een andere taal en cultuur en het aanleren van studievaardigheden zijn daar belangrijker dan dat ze daadwerkelijk Italiaans kunnen spreken na een jaar. Dat is een illusie dat dat zou kunnen.

Leren van je fouten: studenten in het diepe gooien

Toen ik in 2017 begon me in lichte mate te interesseren voor didactiek was mijn eerste interesse de methode van doeltaal – voertaal. Ik dacht: dat moet ik doen. Ik realiseerde me niet dat er allemaal haken en ogen aan een methode zitten en dat je, juist als je kiest voor één specifieke methode, je er allerlei dingen om heen moet aanpassen. De randvoorwaarden moeten goed zijn en je moet een methode invullen en kleur geven. Langzamer praten, veel woorden vertalen en opschrijven en proberen aan een functionele woordenschat te werken. Ik gebruikte een compleet Italiaanse methode ook voor de beginners waarbij alle instructies in het Italiaans waren. Alleen doeltaal – voertaal is niet genoeg en kan zelfs averechts werken. Daar kwam ik dat jaar achter.

In 2018 had ik me een beetje verdiept in formatief evalueren. Ook dat vond ik wel interessant, maar een onderwijshype is zoveel meer dan alleen een slogan aanhangen. Ik gooide studenten in het diepe, riep dat ze dingen zelf moesten uitzoeken en nam ze niet bij de hand in hun leerproces. Achteraf zag ik dat ook hierdoor leerlingen afhaakten. Ze voelden zich niet competent. Ze zagen een eindresultaat maar wisten niet hoe ze de weg er naar toe konden bewandelen. Die zelfstandigheid van leerlingen en het idee dat ze zelf weten wat ze nodig hebben, daar is heel veel begeleiding bij nodig. Ook hier was het zo dat alleen het aanhangen van een filosofie averechts werkt. Ik verdiepte me onvoldoende in het begeleiden van leerlingen bij hun studievoortgang.

Hoe verder? Leren van je fouten als docent

Het gebeurt me nog steeds af en toe, dat ik niet helder voor ogen heb wat studenten moeten leren, welke stappen ze moeten maken en dat je daardoor te snel gaat. Dit jaar deed ik een Italiaanse cursus didactiek, plus het DITALS examen en heb ik twee goede Nederlandse boeken gelezen met bewezen praktische technieken over effectief onderwijs. Op schouders van reuzen en Wijze lessen – twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek. In Rotterdam ga ik een cursus doen tot professioneel taaltrainer. Ik ben in ieder geval afgestapt van het idee dat één filosofie zaligmakend is en dat je er snel mee kunt scoren. Eén methode er koste wat kost door heen te duwen, dat doe ik niet meer. Ik probeer als docent kleine stapjes te maken in concrete didactische vaardigheden.

Wel heb ik weer een nieuw onderwijskundig experimentje opgezet (experimenteren zit ook wel een beetje in mijn aard). Dit jaar werken we met een studentenportaal en de beginnerscursus heeft de mogelijkheid hun oefeningen digitaal te maken. Daarnaast werken de leerlingen aan hun woordenschat door middel van de app Quizlet. Op het moment ben ik dus wel een beetje een Steve Jobs school. We zullen zien hoe dat uitpakt en waar ik volgend jaar weer afstand van ga doen omdat het toch niet veel toevoegt. Vanochtend las ik in het boek ‘Op schouders van reuzen’ dat techniek niet persé tot betere resultaten leidt, het is de manier waarop de leraar de techniek inzet en leerlingen begeleidt dat bepaalt of radio, tv of computer effectief zijn. Daar zal ik dus goed naar moeten kijken.

Ik ben minder onzeker geworden over mijn manier van lesgeven en gun het mezelf meer dat ik ook mag leren. Dat is fijner lesgeven. Dat je 38 moet zijn om daar achter te komen, tja dat is dan kennelijk zo.

Review Italiaans boek ‘De heldenmaat’ van Andrea Marcolongo

Italianen houden van oude dingen. Waarschijnlijk omdat ze in een oud land wonen met een rijke geschiedenis waar de verhalen overal op de loer liggen. Ze leren op hun scholen dat ze Romeinen waren, vroeger. In Nederland leer je ook over de Romeinen, maar we maken ons de cultuur van de Romeinen maar zelden zo eigen als dat de Italiaan dat kan. De Romeinen zijn dan ook vaak bekend met de Griekse mythologische verhalen, het onderwerp van dit boek van Marcolongo.

De functies van mythologie

Een veelgebruikte, maar achterhaalde functie van mythologie is die van het uitleggen van de oorsprong van dingen. Zoals Stephen Frye het zegt in zijn inleiding van zijn boek ‘mythos’: ‘Early human beings the world over wondered at the sources of power that fuelled volcanoes, thunderstorms, tidal waves and earthquakes. They celebrated and venerated the rhythm of the seasons, the procession of the heavenly bodies in the night sky and the daily miracle of the sunrise’ Op veel plekken in Italie zijn er dan ook plekken in de natuur waar mensen mythologische verhalen bij beschrijven. Het meest bekende voorbeeld is de poort van Gibraltar die in de oudheid bekend stond als ‘de zuilen van Hercules’. Vanaf een afstand lijken de twee bergen die het Europese en Afrikaanse continent met elkaar verbinden net twee zuilen.

Daarna gingen mensen mythologie gebruiken als historische verklaring (toen de geschiedwetenschap nog in de kinderschoenen stond) en om sociale verhoudingen uit te leggen. Die historische functie van mythologie is nog steeds belangrijk, maar er zijn wel heel veel kanttekeningen bij geplaatst. Dit boekje van oud-historicus Lendering maakt dat goed duidelijk. Toch is het gebruik van mythologie als historisch verklaringsmodel nog wijdverbreid, zeker in de populaire cultuur.

Menselijke waarden en psychologische inzichten

Een blauwe maandag studeerde ik cultuurgeschiedenis in Maastricht. Maastricht voelt een beetje als buitenland en daar beschouwden ze de Griekse tragedies vanuit het literaire, filosofische of psychologische oogpunt. Wat zegt mythologie ons over de menselijke conditie? Wat zegt het over mensen? Het eerste vak dat ik daar volgde heette ‘Apollo en Dionysius’. Die titel kwam van Nietzsche’s theorie over het dualisme tussen droom en harmonie (Apollo) enerzijds en de roes en de chaos (Dionysius) anderzijds. Nietzsche was classicus en schreef dit in zijn eerste grote artikel ‘De geboorte van de tragedie’. De tegenstelling van Nietzsche is een filosofische manier om de wereld te zien.

Bij de cursus in Maastricht keken we ook naar het dilemma van Antigone. Haar broer Polyneikes werd door velen gezien als landverrader en na zijn dood gunden sommigen hem geen waardige begrafenis. Haar dilemma was: kies je voor de waarden van de gemeenschap of die van jezelf? Kies je voor goddelijke wetten of menselijke wetten? Dat is een universeel dilemma dat door de tijd heen niet aan actualiteit heeft ingeboet. Als puber koos ik voor goddelijke wetten, maar in mijn volwassenwording ben ik steeds meer gaan kiezen voor menselijke wetten.

De mythologie is vaak tragisch. Een andere functie die de mythologie is toebedeeld is die van katharsis. Door het lezen van literatuur of zien van theater onderga je loutering. Gevoelens van een toeschouwer of lezer worden gezuiverd door het meebeleven in de emoties van een hoofdrolspeler uit een boek of toneelstuk. Zo ging ik een paar jaar geleden naar een uitvoering van de tragedie ‘Medea’ waarin je wordt meegevoerd in de gedachtenwereld van iemand die iets vreselijks begaat. Het kunnen begrijpen van zoiets, zonder het zelf écht te hoeven ondergaan is louterend.

Het gebruik van mythologie voor het verwerven van psychologische inzichten, dat doet ook dit boek van Marcolongo.

Communicatie adviseur

Marcolongo werkte als communicatieadviseur voor bedrijven en politici zoals Matteo Renzi. Zij leren: ‘hoe kan ik een positieve draai geven aan een impopulaire maatregel?’ Zij helpen politici geen boosheid te etaleren, maar alleen een verstandige berekenende strategie om hun doel te bereiken. Over communicatie adviezen zal in de oudheid ook gesproken zijn. Zo zijn monumenten en munten bekeken in het licht van de propaganda en zijn antieke schrijvers bestempeld als ‘panegyrici‘. Dat communicatieadviseurs van politici ook afgestudeerde Griekse letterkundigen kunnen zijn, verbaasde mij niet.

De moed om lief te hebben

De schrijfster vertelt het verhaal van de Argonauten. Een Grieks mythologisch verhaal dat ze verweeft met haar pleidooi voor een écht leven, tegen een risicomijdend bestaan vol appjes en zonder echt contact. Dat vind ik echt typerend voor een zelfhulpboek, deze gedachte dat mensen zoveel in een sleur zitten waar ze uit gehaald dienen te worden om écht te leven of lief te hebben.

Mijn vader zei altijd dat je je talenten moet benutten en iets voor anderen moet betekenen die minder geluk hebben dan jij. Ik vraag me wel af wat dat is, écht leven. Zelf ben ik dol op mijn sleur en houd ik er echt niet van als ik er uit wordt gehaald. In mijn sleur functioneer ik op mijn best. Als ik niet hoef te denken aan allerlei overlevingsmechanismen dan kan ik namelijk denken aan oplossingen voor kleine concrete problemen die ik wél op kan lossen en kan ook ik, als intuïtief en gevoelsmatig mens, mijn pragmatische en rationele kwaliteiten ontwikkelen en daadwerkelijk iets betekenen voor anderen.

Woorden

Wat wel heel waardevol is in dit boek is de manier waarop de schrijfster ons de cultuur van de Grieken laat zien achter de woorden zoals vertrouwen, vergeten, herinnering, lot, gastvrijheid. Woorden hebben zich ontwikkeld in de loop van de tijd en vaak zijn we verwijderd van de betekenis van een woord zoals de Grieken het begrepen. Ik moest daarbij denken aan dit artikel dat ik las van Anna Kaal over hoe de connotatie van woorden uit een vreemde taal een rol zouden kunnen en moeten spelen in het Vreemde Talenonderwijs. Een kennismaking met een nieuw woord is verfrissend en geestverruimend, als je dat kunt overdragen als schrijfster of docent ben je goed bezig.

Het beste van jezelf voor jezelf

Een citaat uit Marcologo’s boek: “het instinct om te veranderen, de kracht om te kiezen, de moed om lief te hebben, de eer om trouw te zijn, bovenal aan zichzelf, het vermogen om over zichzelf te praten: dat zijn de elementen die mensen uit alle tijden in staat stellen en vol en waardig leven te leiden”(p.29).

Niemand bezit natuurlijk al die kwaliteiten. Ik weet in ieder geval van mijn vrienden en van mijzelf dat wij op heel veel momenten denk ‘dit is echt vervelend, maar ik weet niet hoe het komt en hoe ik het op moet lossen maar ik ga maar door’. De succesvolle mensen, onze hedendaagse helden (Ik denk aan de Obama’s, Malala, Greta Thunberg) kunnen echte problemen identificeren en zichtbaar maken, maar voor veel mensen is dat niet weggelegd. Die ploeteren maar in een dagelijks bestaan, worstelen met scheidingen, overlijden van dierbaren, ziektes en pijn. Om het nog maar niet te hebben over fietsen in de regen, te vroeg opstaan, het brood dat op is en dat je moet halen bij de supermarkt en je schoen waar een gat in zit en waardoor je nu natte sokken hebt. Marcolongo zelf is trots dat ze ook haar keuze heeft gemaakt tegen die sleur en ze vertelt over haar keus om te schrijven, het resultaat is dan dit boek zelf. Maar met die keuze zal ze nog steeds appjes moeten sturen (geen écht contact) en sokken moeten wassen.

De onderliggende vraag van dit boek is echter relevant : Hoe wil ik nu en kan ik nu mijn leven inrichten dat ik er optimaal gebruik van maak? Die vraag blijft interessant om te blijven stellen. Zo ben ik zelf al een half jaar aan het twijfelen of ik nu moet starten met een opleiding tot NT2 docent, omdat ik denk dat het kunnen helpen van immigranten bij hun integratie in Nederland me heel waardevol lijkt en omdat ik denk dat ik dat goed zou kunnen. Maar de stap zelf zetten is moeilijk.

‘Gelukkig zijn is dus niet hetzelfde als geen problemen of tegenslagen hebben en leven in een ongestoorde rusttoestand….het is de energie om te handelen, de vreugde om te doen, de zin om te veranderen – om vruchtbaar te zijn, om de bloemen die we zijn te zien uitkomen. En ongelukkig zijn is daar het tegenovergestelde van: het onvermogen om te bewegen, om zware gedachten van je af te schudden, de onmogelijkheid om ook maar een stap verder te zetten’ (blz. 38)

Andrea Marcolongo

De heldenmaat De mythe van de Argonauten en de moed om lief te hebben

Wereldbibliotheek Amsterdam 2019

Vertaling: Miriam Bunnik en Mara Schepers

22,99 euro.

Taalspelletjes voor in de Italiaanse les

Taalspelletjes Italiaans

Spelenderwijs leren is iets dat volgens de wetenschap erg goed is om te doen. Mensen zijn met plezier iets aan het doen en vergeten obstakels. Het leren gaat als het ware vanzelf. In dit blog geef ik een overzicht van Italiaanse taalspelletjes, ik hoop dat jij als juf of meester er je voordeel mee kunt doen. Soms heb je tijd over in de les en denk je: hoe ga ik deze tijd effectief vullen? Een spelletje is dan een leuk idee. Andere keren is het leuk om een hele les aan een spel te besteden.

Bestaande italiaanse taalspelletjes

In de les gebruik ik wel eens het kwartet van scalaleukerleren.nl. Dit is een leuk taalkwartet voor beginners of voor mensen die een vakantiecursus doen. Zorg er wel voor dat je mensen niet teveel kaarten geeft, want heel veel ruimte in het hoofd van de student gaat bij dit spel naar de Italiaanse taal in plaats van naar de strategie en het winnen van het spel.

Wat niet echt een spel is, maar wat je wel kunt gebruiken als spel zijn koelkast – poezie magneetjes in het Italiaans. Ik kocht mijn koelkastmagneetjes bij www.magneticpoetry.com. Leerlingen maken dan spelenderwijs kennis met zinsopbouw en grammatica.

Bij Intertaal is een puzzelboek verschenen met taalpuzzels voor studenten Italiaans. Een leuk boekje met puzzels op diverse nivo’s. Je kunt het boek bestellen bij Intertaal.

Ook leuk (voor kinderen en volwassenen) is de spellendoos van Edilingua. Hier zit een boekje in met allerlei spelletjes, twee spelborden, pionnen en heel veel kaartjes waar je ook weer allemaal verschillende spelletjes kunt doen, waarvan memory natuurlijk het meest voor de hand liggende spelletje is.

Tombola: bingo is altijd leuk om de cijfers mee te oefenen. Een leerling vond een keer een spel voor mij bij de kringloopwinkel.

Pim Pam Pet, Boggle, Scrabble: allemaal spellen die je ook in het Italiaans kunt doen.

Italiaanse taalspelletjes op de computer

Op Socrative heb ik een leuke culturele quiz gemaakt. Leerlingen hebben daarvoor de app socrative student nodig op hun telefoon. Je bent hier wel een hele les mee bezig.

Heel leuk is Quizlet. Een app om je woordjes mee te oefenen. Spelenderwijs zijn er diverse manieren om je woorden te oefenen. Je kunt woorden bij elkaar zoeken (Nederlands en Italiaans) of het woord uitgesproken horen en het vervolgens moeten typen. Gebruik de lijsten van deze juf (gebruikersnaam: Dilatua) of maak zelf een lijst aan met de woorden die jij moet leren.

Zoek een liedje dat je kunt karaoken op YouTube. Zorg ervoor dat het een bekend lied is dat iedereen kent en oefen eerst het lied met de papieren tekst erbij. Een liedje wat alle kinderen bijvoorbeeld kennis is het liedje van Anna en Elsa uit Frozen (in ieder geval de meisjes), een lied wat veel volwassenen kennen is ‘strani amori’ van Laura Pausini.

Zet een liedje op op YouTube (zorg dat het een bekende is) en zet YouTube op pauze op een bepaald moment. Het team dat verder kan zingen krijgt een punt.

Spelletjes apps zoals WordOn of Ruzzle. Je moet dan zoveel mogelijk of het best mogelijke Italiaanse woord vinden. Ruzzle lijkt op Boggle, WordOn lijkt op Scrabble. Je krijgt een aantal letters die een aantal punten zijn en je moet daar het best mogelijke woord mee maken. Helaas is Wordfeud nog niet beschikbaar in het Italiaans.

Ik ben met leerlingen een virtuele toeristische kaart aan het maken van Italie. Ze kunnen zelf plekken toevoegen en iets omschrijven. Leerlingen hebben hiervoor wel een google account nodig.

Italiaanse taalspelletjes met pen en papier

Vertel een verhaal in het Italiaans en laat leerlingen het tekenen.

Vat een boek samen in een tweet van 140 tekens. De anderen moeten daarna raden welk boek het is.

Wie, wat, waar, wanneer, waarom. Nummer 1 krijgt een blaadje en schrijft een personage op. Vervolgens vouwt hij het briefje. De volgende schrijft dan op een leeg blad een voorval, weer wordt het papier omgevouwen, de volgende schrijft een plaats etc. Nadat de laatste heeft geschreven vouw je het briefje uit en lees je het verhaal voor. Je krijgt dan bijvoorbeeld: La parucchiere con capelli blu / ha vinto la lotteria / nel centro di Amsterdam / la notte di San Silvestro / perché ama molto i suoi gatti.

Maak een verhaal I. Bij deze versie mag degene die het briefje krijgt het verhaal van de vorige lezen. Ieder voegt steeds twee woorden toe aan het verhaal.

Maak een verhaal II. Iedere student krijgt een briefje. Daarna worden de briefjes één voor één voorgelezen. De studenten moeten er een verhaal mee schrijven. Daarna kun je de verhalen aan elkaar voorlezen.

Vraag en antwoord: om de condizionale en congiuntivo mee te oefenen. De klas wordt in twee groepen gesplitst. De één schrijft briefjes met ‘Cosa faresti se……’, de ander schrijft briefjes met ‘Farei…….. Daarna worden vraag en antwoord bij elkaar gelegd. Dat slaat natuurlijk nergens op, maar zorgt wel voor de nodige hilariteit.

Laat iemand zijn huis beschrijven. De ander moet het tekenen (de plattegrond) op papier.

Wie ben ik? De juf schrijft op een post-it de naam van een bekend personage en plakt deze op het hoofd van één van de leerlingen. Deze moet vervolgens door middel van het stellen van vragen er achter komen wie hij / zij is.

Je kunt online een woordzoeker maken met de woorden van de week.

Impiccato (galgje) om het alfabet te oefenen in het Italiaans.

Het Boek Met Alle antwoorden. Maak een lijst met mogelijke antwoorden op alle levensvragen die je zou kunnen stellen.

Italiaanse taalspelletjes buiten

Als het lekker weer is kun je de groep in twee groepen verdelen. Eerst moeten ze beiden een speurtocht uitzetten die vervolgens aan de andere groep gaan geven die hem gaat lopen. Een derde reflectie moment kan terug in de les waarop je bespreekt wat er eventueel verkeerd ging. Handig voor het oefenen van de imperativo, de gebiedende wijs.

Zet mensen buiten met de rug tegen elkaar en laat ze beschrijven aan elkaar wat ze zien.

Spelen met niks

Woorden rijgen. Iemand zegt een woord, de volgende mag een woord zeggen dat begint met de laatste letter van het vorige woord. Voor het Italiaans kom je na 5 minuten op steeds dezelfde klinkers uit!

Mi fa pensare a…… De leraar noemt een woord. De volgende noemt een woord wat hij/ zij daarmee associeert. De volgende gaat daarmee verder. Waar kom je bij uit?

Non dire sì o no. Éen iemand krijgt de beurt. De rest gaat vragen stellen. De leerling mag niet met ja of nee antwoorden. Kun je dat lang volhouden?

Speeddaten. Je zet mensen tegenover elkaar en laat ze na 2 minuten wisselen van gesprekspartner. Om dit wat af te wisselen kun je ze van te voren ook na laten denken en zelf een compleet nieuw personage te verzinnen. Giuseppe uit Basilicata die houdt van vissen en tango dansen.

Alibi. Je vertelt: er is een inbraak geweest gisteren tussen 20:00 en 21:00 op de Tapuitstraat. Vervolgens moeten de leerlingen in duo’s een alibi met elkaar bespreken. Waar waren zij? Wat deden zij? Vervolgens als iedereen het alibi heeft gemaakt wordt 1 van het duo de klas uit gestuurd. De ander wordt aan de tand gevoeld over zijn alibi. Vervolgens mag zijn maatje terug komen en wordt die ondervraagd. Kloppen de alibi’s met elkaar? Dan hebben zij het niet gedaan. Het duo waarvan de verhalen het meeste uit elkaar liepen is natuurlijk de dader!

Dialogo a catena: Iemand stelt een vraag, de volgende in de kring mag hem beantwoorden en een nieuwe vraag stellen aan zijn buurman. Die moet de vraag beantwoorden en weer een nieuwe vraag stellen aan zijn buurman. Etc.

Zing een lied. Noem twee zinnen uit een liedje. Degene die het liedje raad krijgt een punt. Als degene het ook kan zingen krijg je een punt extra. Degene die het raad krijgt de beurt om zelf twee zinnen uit een liedje op te zoeken.

Tongbreker. Zet er een op het bord en laat de leerlingen ermee oefenen.

Ik zie ik zie wat jij niet ziet…. en het is…..

Ik ga op vakantie en ik neem mee….. Voor de gevorderden ook leuk om de possessivi mee te oefenen. Mijn tandenborstel, jouw koffer, jouw zonnebrandolie etc. Goed voor de woordenschat ook.

Vertel een verhaal en laat de studenten het uitbeelden op een theatrale manier. Goed voor de luistervaardigheid en het taalbegrip.

Pictionary. Iemand krijgt een kaartje waar een woord op staat. Dit gaat hij/ zij op het bord tekenen. Degene die het raad mag daarna aan de beurt om te tekenen.

Doorfluisteren: de juf fluistert een zin in het oor van leerling 1. Deze moet het doorfluisteren aan leerling 2, deze fluistert het door aan leerling 3. Dit gaat zo door. De laatste moet wat hij heeft gehoord hardop zeggen. Je kunt dan hardop met de klas checken of het overeenstemt met de 1e zin die is ingefluisterd door de juf.

Quiz. Bij dit spel heb je een lijst nodig van onregelmatige zelfstandige naamwoorden. Zoals il bar, la mano ecc. vervolgens vraag je aan leerlingen of het enkelvoud of meervoud, mannelijk of vrouwelijk is. Elk goed antwoord levert een punt op.

Spreekwoorden. Je bespreekt met leerlingen 5 Italiaanse spreekwoorden. Daarna moet een leerling een spreekwoord uitbeelden. De anderen moeten raden welk spreekwoord het is.

Italiaans in Woerden: La fermata

Een tijdje terug alweer op een saaie zondagmorgen besloot ik mijn kinderen in de auto te stoppen en eens te gaan kijken wat er is voor Italiaans in Woerden bij La fermata. La fermata betekent ‘de halte’ in de zin van bushalte of stop, een plek waar je even stil staat om vervolgens weer verder te gaan. Ik volgde de winkel al een tijdje op social media en zag wel dat ze lekker eten zeer serieus nemen.

Italiaanse delicatessenzaak La fermata in Woerden

Eenmaal daar zag ik dat het echt een mooie zaak is, leuk ingericht en veel, heel veel lekkere dingen te koop. Ik nam vanalles mee. Grote conchiglioni (pasta om te vullen) een fiasco (dat is een wijnfles in een rieten mandje), pastrami voor mijn man (die niet vegetarisch is) panforte (omdat dat nu eenmaal ook lekker is), goede kaas…. Nee ik ging niet met lege handen naar huis.

Ik sprak eigenaar Ron van Kuijen via de telefoon en hij vertelde me dat hij al veel in Italië op vakantie ging voordat hij begon met zijn Italiaanse delicatessenzaak. Ze deden er kookworkshops en gingen overal het eten verkennen, zoals veel van ons doen als ze in Italië zijn. Restaurantjes bezoeken, de lokale lekkernijen proberen. Ook vond hij de markten zo leuk. Misschien is hij ook wel eens bij een sagra geweest. Dat zijn dorpsfeesten die in het teken staan van de lokale lekkernij. Bijvoorbeeld de truffel, de venkel, een specifieke wijn, een bepaald worstje etc. Dan worden alle tafels aan elkaar geschoven en krijg je écht mooie dorpsverbroedering.

Sagra van Aviko en Duitse pasta carbonara: niet zo Italiaans in Woerden

Op Facebook las ik een oproep van Aviko, de diepvriesmaaltijdenhandelaar, aan Italianen om naar hun dorpsfeesten te komen in Italië. Ze willen filmpjes gaan maken waarbij ze Italianen hun diepvriesmaaltijden gaan voorschuiven. Ik kan me niet voorstellen dat dat een succes wordt, eerlijk gezegd. Italianen zijn echt lekkerbekken en kunnen kwaliteit van opsmuk goed onderscheiden. Ik verwacht geen enthousiaste reacties op die diepvriesmaaltijden.

Ron vertelde dat ze hun producten bestellen bij groothandelaren in Italiaanse of mediterrane producten. Als je per bedrijf producten over moet laten komen is dat natuurlijk veel te duur. Dat kun je de klant niet doorberekenen. Daar zie ik het ook vaak fout gaan bij Nederlanders die dat handeltje wel interessant vinden. Als je de transportkosten per bulk kunt doen is dat natuurlijk veel voordeliger dan per stuk. Een dure fles olijfolie kun je aan je vrienden nog wel verkopen, maar vreemden hebben daar niet zo’n trek in. Bovendien kun je kennis van kwaliteit ook beter aan Italianen overlaten, zoals ik hierboven al schreef.

Laatst las ik ook een onbedoeld komisch verhaal van een Italiaanse die zich zo ergerde aan filmpjes van Duitsers die uitleggen hoe je de pasta carbonara moet maken. Vind ik een begrijpelijke frustratie. Het is net als Little Venice in Las Vegas, een Rotterdammer die stroopwafels adverteert, vadertje kerstman in hartje Brazilie in de zomer met een kokosnoot onder een palmboom. Een bus Japanners die uitstapt midden op het fietspad op het Rokin, terwijl jij daar op weg bent naar je werk. Natuurlijk mogen die Duitsers ook hun mening hebben, maarja…goed…. hebben ze hun witte sokken in hun slippers nog aan? Zijn ze roodverbrand door de zon? De essentie van erfgoed is toch dat het D.O.P is, dat het denominazione origine protetta is. Het is eigen aan een bepaald gebied. Mag daar iemand anders mee weglopen? Insomma… ik kan de ergernis begrijpen. Laat ik het daar maar op houden.

Dromen

Ik heb er ook wel eens over gedroomd met Elisabetta Cascino. Een eigen delicatessenzaak beginnen. Elisabetta had net als ik Italiaans gestudeerd in Utrecht en Bologna. In de laatste stad volgde ze een echte officiële pastacursus zoals de bolognese koks dat doen. We schreven allebei over de Italiaanse keuken. Ik recenseerde Italiaanse kookboeken voor DitisItalie.nl en kookte Italiaans voor buurtgenoten via Thuisafgehaald.nl en Elisabetta schreef zelf recepten en gaf Italiaanse kookworkshops. Dromen…. dat doe ik over veel dingen hoor. En ik had wel door dat Ron het heel druk had met zijn werk. Zo’n eigen catering bedrijf als dat goed loopt en je maakt winst dan moet je daar heel veel tijd en moeite in stoppen. Knap hoe ze La Fermata echt tot een begrip hebben gemaakt in Woerden. En dat zonder Aviko of Duitse pastacarbonara-toestanden. Want dan lukt het gewoon niet denk ik.

Je kunt ook lunchen bij La fermata, pizza laten bezorgen of de catering door ze laten doen. Op het moment zoeken ze nog een medewerker voor de winkel. Als je iets meer wilt leren over de Italiaanse keuken is dat een mooie manier. Twee jaar geleden bestond de winkel tien jaar en maakten ze een bedrijfsfilmpje.

La fermata

De kazerne 10

3441 AZ Woerden

Tel: 0348 460 146

www.lafermata-woerden.nl (voor bestellingen)

www.la-fermata.nl (voor algemene info)

Italiaans in Gouda: David’s gelato

Italiaans ijs. Gelaterie duiken op veel plaatsen op, wellicht doordat de zomers warmer worden. Zo schreef ik al over Roberto’s ijs in Oudewater en Scoop in Lopik. Deze zomer was ik ook bij David’s gelato in Gouda en ik moet zeggen: ik was onder de indruk. Ik nam een ijsje met sinaasappel broccoli smaak. Dat is het leuke als je ijs zelf echt maakt, dan kun je creatief zijn! In Oudewater en Lopik heb je ijszaken van de boerderij, ijs gemaakt van melk van de eigen koeien. Maar Italiaans ijs is meer dan dat. En David weet het!

Het ziet er allemaal mooi uit. De ijssmaken worden door hen zelf gemaakt en komen niet uit pakjes en zakjes, dus Karin Luijten van de kookrubriek “Zonder pakjes en zakjes” kan hier ook een ijsje gaan eten. Ik moet zeggen: het heeft ook mijn voorkeur, niet omdat ik vies ben van e-nummers of artificiële ingrediënten, maar omdat ik houd van de kunst op zich, van het vakmanschap. Een pakje toevoegen aan melk is toch anders.

David neemt het ijs maken zeer serieus. David’s gelato heeft een mooie instagramaccount waar je je kunt vergapen aan hun ijs, want ze besteden veel zorg, als echte Italianen, aan het esthetische aspect. Het lijkt wel alsof alle foto’s door professionals zijn genomen. Bij David’s zag ik die fantastische hoorntjes waar ik het al eerder over gehad, toen ik schreef over ijs van Roberto’s in Oudewater. Hij had ze! Held! Ik wist waar hij het heeft geleerd. Onderstaande foto nam ik in Bologna.

Italiaans ijs uit Bologna
Italiaanse hoorntjes voor ijs. Foto: Lotje Lomme

In de ijszaak in Gouda hangt een Italiaans certificaat van David van een ijscursus die hij heeft gevolgd in Italië. Dat moet erg interessant zijn geweest. David was zelf niet bereikbaar voor een gesprekje, dat vond ik wel jammer. Ik had daar graag iets meer over gehoord. Was daar een vertaler bij? Ging het allemaal in het Engels of spreekt David ook Italiaans? Waar komt zijn liefde voor het (Italiaans) ijs vandaan?

Ik nam echter een foto van het certificaat en zag dat hij deze cursus had gevolgd bij Carpigiani Gelato University. Dat ga ik eens googlen, denk ik dan.

De IJs universiteit is een school die in 2003 in Bologna is begonnen, maar Carpigiani is wel een ondernemer, want die dacht: dat willen buitenlandse ijscomannen ook wel leren, hoe wij dat doen. En nu kun je dus ook gewoon een cursus in België doen. Onderstaande foto is echter bij het moederbedrijf in Bologna. Prachtige foto. Lijkt wel het font van een retro winkel. En sommige winkels doen echt hun best om modern retro te zijn, maar er zijn ook nog gewoon bedrijven die het gewoon hebben. Italian style. You have got to love it.

Ik moet zeggen, die Italiaanse website van dat bedrijf spreekt tot mijn verbeelding. Gelukkige Italiaanse dames die lachend in schone schortjes hun ijs presenteren, in 4 weken professioneel Italiaans ijscoman worden dankzij een ijs universiteit. Ik moet als ik het woord gelato hoor trouwens ook altijd denken aan het liedje van Mina Mazzini “Se mi compri un gelato, ti bacerò”. Als je een ijsje voor me koopt dan kus ik je. Luister dat liedje maar eens op YouTube.

Op het twitteraccount van Carpigiani zie ik een grote foto van een ruimte in hun bedrijf waar allemaal historische ijsmachines staan uitgesteld in een IJSMUSEUM. Als cultuurhistoricus vind ik dat ook weer fantastisch. Graag zou ik de volgende keer als ik weer eens naar mijn stad Bologna ga, dat ijsmuseum bezoeken. En een historisch ijsje draaien en dan zelf opeten op het fabrieksterrein. Want aan schoonheid zit altijd een rafelig randje. Die ijsschool ligt natuurlijk gewoon op een lelijk fabrieksterrein. Denk maar niet dat die omgeven is door een heuvellandschap en eindeloze rijen cipressen.

Zelf heb ik hele andere dingen in Bologna gedaan. Ieder zijn vak. Mooi.

David’s Gelato

Lange Tiendeweg 23

2801 KE Gouda

Tel: 0182 399197

Italiaans boek: Alessandro Baricco ‘The Game’

Baricco The Game

The Game is een geschiedenis van de afgelopen 40 jaar. In dit non-fictie boek schetst filosoof Baricco onze maatschappij zoals die wordt gekenmerkt door een parallelle wereld, de digitale die wij zelf hebben geschapen. Hij vertelt in een weergaloos verhaal de opkomst van een nieuwe maatschappij. Dit blog is geen samenvatting/review van het boek, maar een weergave van de impact die het boek op mijn gedachten had. De titel ‘The Game’ verwijst naar de regels die gelden in die parallelle wereld, die zijn ontworpen naar gelijkenis van een computerspel.

De schrijver is een interessant figuur. In 2010 tipte mijn broer het boek ‘De Barbaren’. Dat filosofisch maatschappelijke boek, voorganger van dit boek, ging ik niet lezen. Ik nam het luisterboek/ de roman Oceaan van een zee. Nog hoor ik het ruisen van de zee als ik aan dat luisterboek denk. Baricco is iemand met een maatschappelijke functie in Italie. Zo verscheen in het najaar van 2018 een essay van de filosoof die veel stof deed opwaaien in Italie. Het essay werd vertaald door Anne Branbergen voor De Groene Amsterdammer in januari 2019.

Einde van veel lange termijn projecten?

We zijn anders gaan denken, zo schrijft de filosoof. De digitale revolutie is hiervan het gevolg. Waar we in de 20e eeuw lang en hard moesten werken om een glimp op te vangen van diepere kennis doen we tegenwoordig onze kennis op in een vluchtige digitale ervaring. Ik herken de vluchtigheid van de digitale ervaring ook bij mezelf. Ik lees veel boeken half en vaak lees ik er twee tegelijk terwijl ik ook nog eens een artikel tussendoor doe. Zijn we niet meer gewend om langdurig ergens in te investeren?

Een taalstudie is per definitie geen korte termijn project. Dat kan gewoon niet. Het kost tijd en moeite en alleen als je bereid bent daar plezier in te hebben, zul je op lange termijn de vruchten ervan gaan plukken. Op grond van onderzoek blijkt dat Engelse volwassen native speakers die Frans of Spaans leren, na 240 uur taalverwerving het niveau A2 voor de gespreksvaardigheid bereiken, na 480 uur niveau B1 en na 720 uur niveau B2. Deze gegevens zijn een indicatie, maar geen garantie. Een taalstudie biedt bij uitstek niet de vluchtige digitale succes ervaring die we hebben leren kennen de afgelopen 20 jaar. De meeste mensen haken dan ook af na 1 cursus. Van de mensen die doorgaan, blijven de meesten doorgaan tot ze nivo A2/B1 bereikt hebben.

Ik weet wel dat de inburgeringsscholen in Nederland er drie jaar voor innemen, voor het behalen van nivo A2. A2 is het nivo dat de Nederlandse regering eist aan inburgeraars, als voorwaarde voor het verkrijgen van hun paspoort. Die drie jaar is nodig. Ook omdat het Afghaans, Pools, Chinees of Syrisch veel verder van het Nederlands af ligt, dan dat u van het Italiaans bent verwijderd. Die vluchtelingen en arbeidsmigranten hebben 12 uur in de week Nederlandse les, maar wonen wel in Nederland. Veel Nederlanders zijn ontevreden over de inburgering van deze nieuwkomers. Maar zou u het kunnen, in dit tempo dit taalnivo behalen?

Einde van de tussenpersonen

Inspanning, daar heb ik ook niet altijd zin in. En ik denk ook dat ik veel zelf kan. Informatie over didactiek opzoeken kan ook op het internet. Waar heb ik nog een juf voor nodig? Kennis opdoen kan ook digitaal.

Doordat kennis zo onder handbereik ligt van iedereen, denken mensen wel eens dat ze geen tussenpersoon meer nodig hebben, zo stelt Baricco. Bestellen doe je via internet, een politicus hoeft geen verstand van zaken meer te hebben. Ook de kennis van doktoren wordt ter discussie gesteld: mensen gaan zelf hun ziektebeelden googlen en denken mee over hun behandeling. Docenten zijn linkse betweters die je aan kan geven bij een meldpunt als ze er een mening op na houden.

Uren maken en een vakman worden, dat is naar mijn mening echter toch iets anders. Leren ook door ervaring en uitwisseling met anderen. Daarom weet ik ook dat Hoo Man van Italtaal een goede docent is, die maakt al 10 jaar het driedubbele aantal lesuren dat ik maak. Hij heeft meer ervaring. Door ervaring doe je ook kennis op die je niet kunt leren door een opinie van een interessant artikel achter een hyperlink over te nemen. Zo is niet iedereen met een mening over gezondheid een dokter en niet iedereen met een mening over politiek een politicus.

Visie

In het laatste hoofdstuk vertelt de schrijver over zijn visie. Wat zijn nu de consequenties van deze historische ontwikkeling? Interessant is hoe hij vertelt over snelwaarheden. Door het internet wordt veel ingewikkeld, genuanceerd of wetenschappelijk nieuws gecomprimeerd tot een nieuwtje dat versimpeld is en meer ‘aerodynamisch’ is. Een nieuwtje dat zich sneller verplaatst over het internet. De schrijver noemt een voorbeeld en ik kon er zelf ook meteen een bedenken. Onlangs zag ik een veel gedeeld artikel in het italiaanse taaldocentenland over dat het Italiaans het Frans had ingehaald en de 3e meest bestudeerde taal van de wereld zou zijn. Het nieuws ging viral, maar enkele dagen later zag ik in een tweet van een Italiaanse professor linguistiek van de Universiteit van Utrecht het geverifieerde nieuws: het ging in feite om de derde taal die mensen studeren. Dan was Italiaans de meest bestudeerde taal (dus als eenzelfde persoon ook al Frans en Chinees studeerde. Dat is wel wat anders! Storytelling, een goed verhaal vertellen is tegenwoordig essentieel. En een goed verhaal reist snel, is pakkend en gaat viral en is per definitie niet volledig. Dat is ook het verschil tussen populisten met een pakkende boodschap en de traditionele politiek die een ingewikkelde genuanceerd verhaal heeft dat vervolgens door spindoctoren moet worden opgeleukt.

Alessandro Baricco

The Game

vertaling: Manon Smits

De Bezige Bij (verschijningsdatum: 16 mei 2019)

24,99 euro

Week van de Klassieken 2019

In januari had ik een lezing willen geven bij het Dante Instituut in Utrecht over feit en fictie in de Italiaanse oudheid. Voor DitisItalie en ItalieUitgelicht heb ik de afgelopen jaren veel boeken gelezen over de Italiaanse oudheid. Als ik dan een recensie schreef heb ik dikwijls boeken beoordeeld op hun plek op de lijn in dat spectrum. Terwijl ik nu denk dat dat wellicht ook weer wat kort door de bocht is. In dit blog wil ik vertellen over waarom ik het ene mooier vind dan het ander.

Non-fictie

Aan de ene kant heb je wetenschap die zich laat leiden door harde data en veel mogelijke maar onzekere hypotheses formuleert. Zeggende dat je iets niet met zekerheid kunt zeggen. Mijn voorkeur gaat daarin uit naar de boeken en website van Jona Lendering. Ook zijn er wetenschappelijke werken die toch op een literaire en aantrekkelijke manier kunnen vertellen, zoals het boek van Dennison over Livia of SPQR van Mary Beard. Hoewel deze laatste vanwege haar actuele invalshoeken ook terechte kritiek krijgt.

Historische non-fictie is ook de reconstructies en vertalingen van antieke werken. Fantastisch om te lezen en zeker net zo toegankelijk als sommige moderne literaire non-fictie. Bijvoorbeeld de boeken van Seneca, Sallustius en Suetonius. Mensen zijn vaak bang voor dit soort werken omdat ze denken dat het te ingewikkeld is. Als je echter een interesse hebt voor geschiedenis en best bereid bent om te werken tijdens het lezen, dan heeft dit naar mijn mening de voorkeur. De voorkeur boven het lezen van een triviale historische roman over de oudheid.

Italiaanse oudheid
Feit en fictie: wetenschap versus historische literaire romans

Wetenschapscommunicatie

Zelf probeerde ik ook wat aan wetenschapscommunicatie over de Italiaanse oudheid. Een goed verhaal schrijven dat ook wetenschappelijk is verantwoord is nog helemaal niet zo makkelijk. Het lijkt me leuk daar nog eens een cursus in te volgen. Voor Italie Uitgelicht schreef ik bijvoorbeeld over

De mythologische stichting van de stad Rome. De twee gezichten van keizer Marcus Aurelius/ Het Romeins Recht: de basis van onze beschaving. Herkomst van de Etrusken: feit en fictie. Verkiezingscampagne in het Oude Rome. De Zuil van Trajanus in Rome: een Romeins stripverhaal. Hoe het Christendom ontstond als geloofsleer. Deel 1: het Neoplatonisme Deel 2: De gnostiek. Het concept Italie, lang voor de eenwording. Inkomensverschillen in de oudheid. De oudste bewoners van Sicilie.De import van graan, vissaus en gallische wijn in Ostia

Sommige materie is erg ingewikkeld en ook zijn niet alle verhalen voldoende gecontrasteerd met wetenschappelijke research. Ik doe het met de boeken, het internet en mijn gezond verstand dat ik tot mijn beschikking heb (het gros van de tijd). En heb bovendien weinig literair talent. Fictie mag, ik heb geen probleem met fictie, maar waar ik wel een probleem mee heb is met historische literaire verhalen die gepresenteerd en gelezen worden als wetenschappelijke feiten. Dit is bijvoorbeeld het boek van Stijn Vennik dat onlangs uitkwam bij Athenaeum waarbij ongecontrastreerde bronnen worden gepresenteerd in al hun trivialiteit, puur als historische gekkigheid. Of het boek van Willemijn van Dijk over Tiberius waarin de schrijfster geen scherpe keus maakte tussen feit en fictie. Of het boek van Fik Meijer over Petrus, met een eenzijdig oog voor historische bronnen. Mijn eigen verhalen, daar ben ik ook nog kritisch over. Ik weet zelf ook niet precies de grens tussen wetenschapscommunicatie en ‘een mooi verhaal over geschiedenis’.

Zo gaf ik in 2011 ook een lezing bij Dante Utrecht over populisme in de Oudheid. Ik besprak de Gracchen, Drusus, Clodius Pulcher, Caesar en Augustus. Ik citeerde daarbij Tacitus (niet die bekende) uit zijn causes of corrupt eloquence:

‘The style which we hear every day, abounds with colloquial barbarisms, and vulgar phraseology: no knowledge of the laws is heard; our municipal policy is wholly neglected, and even the decrees of the senate are treated with contempt and derision. Moral philosophy is discarded, and the maxims of ancient wisdom are unworthy of their notice. In this manner, eloquence is dethroned; she is banished from her rightful dominions, and obliged to dwell in the cold regions of antithesis, forced conceit and pointed sentences. The consequence is, that she, who was once the sovereign mistress of the sciences, and let them as handmaids in her train, is now deprived of her attendants, reduced, impoverished, and, stripped of her usual honours (I might say of her genius), compelled to exercise a mere plebeian art’.

In de discussie naderhand kwamen destijds ook Wilders, Fortuyn en Berlusconi boven drijven. Die discussie zwengelde ik zelf aan, leek me makkelijk vissen in dat poeltje. Altijd fijn om de geschiedenis actueel te kunnen maken. Dat zou ik nu niet meer doen.

Fictie: historische literaire romans

Aan de andere kant heb je romans die zich historisch zeer goed onderbouwen na een gedegen onderzoek, zoals de historische roman van Nynke Smits. Of zoals Willemijn van Dijk als gedegen oudheidkundige nu ogenschijnlijk heeft gedaan met het boek Het wit en het purper. Historische romans kunnen zeer accuraat zijn en een oog voor narratief detail hebben dat je niet ziet in wetenschappelijke werken. Literaire historische romans zijn zeer populair sinds de komst van het boek van Geert Mak ‘Toen God verdween uit Jorwerd’.

Ik las ook een leuk boekje “Meer dan feiten” dat gaat precies over de rechtvaardiging en het bestaansrecht, het nut en de kwaliteiten van historische romans. Maar zij scheren wel fictie en non-fictie over één kam. Hoewel je met het beschrijven of oproepen van sentimenten in literaire historische romans ongetwijfeld een meerwaarde en bestaansrecht hebt, rechtvaardigt het niet de term “non-fictie”. Het is een spectrum en literaire ‘non-fictie’ zit niet aan het uiteinde van de harde wetenschap.

Waardevol vind ik het dan als een historische roman literaire stijlmiddelen gebruikt om aan te zetten tot denken over morele en politieke dilemma’s. Dus niet alleen de persoonlijke en psychologische dilemma’s belicht over het wel en wee van een historisch personage. Deze morele en politieke dilemma’s komen goed aan bod bij het boek M figlio del Secolo van Scurati. De historische roman is bij uitstek een goede plek voor een politieke invalshoek. Dit kan uiteraard niet in een wetenschappelijk handboek. Ook het boek van Falx & Toner zet aan tot denken en is op haar manier een geslaagd literair-historisch experiment.

Een primaire bron (een document uit de tijd zelf) kun je ook op die manier lezen: als een moreel en politiek handvest. Zeker Cicero en Sallustius zijn in dat opzicht prachtige documenten uit de oudheid. Je mag daarover nadenken en over filosoferen en boeken over schrijven. Dat is ontzettend leuk, zeker met een glas wijn. Maar er kennis uit destilleren, parallellen trekken tussen heden en verleden en daarmee een leken publiek trekken dat meent te komen luisteren naar historisch feiten… Dat vind ik een vorm van zelfbewierooking die bovendien vaak de maatschappelijke discussie nodeloos doet opflikkeren en polariseert. In zo’n geval is het veel beter terug te keren naar de wetenschap die kan nuanceren en relativeren. Dat geeft mij in ieder geval meer vertrouwen en het doet volgens mij ook meer recht aan je politieke tegenstanders.

Dit jaar ging het themaboekje in de Week van de Klassieken over Landverhuizers in de oudheid. Ik schreef er een review over.

Wat is jouw favoriete historische roman eigenlijk?

Uurloon van een freelance taaldocent

Ik begrijp dat u het jammer vindt dat ik niet meer wil werken voor die 5 euro per persoon per uur zoals ik in 2016 deed. Toen begon ik in Schoonhoven en vroeg ik voor 22 lessen 150 euro. Dat jaar werkte ik onder het minimumloon. In 2017 besefte ik me ook al dat dat niet zo kon en ging ik 10 euro per persoon per uur vragen. Dat is de concurrerende prijs die een stichting vraagt die draait op vrijwilligerswerk en subsidie van de gemeente en daarmee ging ik een minimumuurloon verdienen van circa 8 euro per uur. Maar denk niet dat ik dat jaar doorbetaald kreeg bij ziekte of ook maar iets opzij heb kunnen leggen.

De omstandigheden zijn veranderd. Annemart werkt voor mij, ik heb een duurdere locatie en heb mijn DITALS examen lesbevoegdheid gedaan. Er wordt met plezier buiten lestijd gewerkt en ik heb mijn trots terug gevonden. Ik vind niet meer dat ik hoef te concurreren met stichtingen. Ik ben beter. Wij zijn beter.

Voortaan ga ik dus meer vragen. Ik wil namelijk mezelf én Annemart een docenten uurloon kunnen betalen van 40 euro bruto per uur. Wat overigens evenveel is als mijn tegelzetter verdient. Als ik uit ga van circa 6 leerlingen per groep dan betekent dat dat u 13,00 euro betaalt per persoon per uur les. Dat is 3 euro per uur meer per persoon per uur dan u bent gewend. Voor 14 lessen van 1,5 uur betaalt u in plaats van 210, vanaf september 2019 dus 273 euro. 63 euro meer.

Ik ga u uitleggen waarom ik vind dat ik dat mag doen.

Indicatie uurloon

Onlangs was ik bij de Post-HBO opleiding NT2 van de Hogeschool van Utrecht waar er voor aanstaande freelance docenten informatie lag over hun aanstaande vak. Daarbij was er ook een folder die berekende wat zij tenminste zouden moeten vragen voor uurloon. Je moet er rekening mee houden dat je zelf pensioen zou willen afdragen of vakantiegeld zou willen hebben. Je moet je jezelf verzekeren tegen ziekte of arbeidsongeschiktheid, tijd nemen om lessen voor te bereiden en na te kijken of bijvoorbeeld tijd te besteden aan deskundigheidsbevordering. Ze komen dan uit op een bedrag van 49 euro per uur. U ziet op uw loonstrookje toch ook een verschil tussen bruto loon en netto loon? Het is net als met schoonmakers, die kunt u ook zwart betalen. Dat is voor u goedkoper, maar niet eerlijk naar de werknemer.

uurloon taalcursus
Wat mag een freelance taaldocent vragen voor uurloon?

De naam van het beestje

Een ander verschil zit in ‘bedrijven’ die ’taaltrainingen’ geven enerzijds en ‘scholen’ (zoals volksuniversiteiten) die ‘cursussen’ geven. Hoewel ze ogenschijnlijk hetzelfde doen, het geven van les in de Italiaanse taal, zie ik dat taaltrainingen aanmerkelijk duurder zijn dan taalcursussen. Het verschil dat je maakt met een eigen school/ eigen bedrijf versus een vrijwilligersinstituut of stichting gesubsidieerd door de gemeente is dat je je eigen marketing en administratie moet doen en moet doorberekenen aan leerlingen. En ik moet de huur van een locatie doorberekenen in de prijs. Eigenlijk zou dus moeten gelden: 1 uur lesgeven, 2 uur uitbetaald. Op deze manier kom je in de buurt van de prijzen van taalscholen voor bedrijven. 100 euro per uur.

Evenveel als een man

Als het adagium zou gelden: laat je evenveel betalen als een man met een stropdas die jouw werk doet, dan is dat een lastige opgave, want die zijn er bijna niet in mijn sector. In de Facebookgroep ‘Insegnanti italiani in Olanda’ (docenten Italiaans in Nederland) zijn er 4 mannen en 88 vrouwen. Mijn man studeerde Engels en was ook één van de vier mannelijke taalstudenten op een totale studiegroep van circa 100 studenten. Waarmee je dus kunt concluderen dat een taal onderwijzen niet echt is besteed aan mannen. Is het slecht voor hun imago, verdien je er te weinig? Als ik kijk naar de beelden van het Dante Alighieri Instituut, een groot cultureel Italiaans instituut dat kennis en kunde over Italie moet bevorderen, dan zie ik in de directie bijna uitsluitend stropdasmannen. Ook in de filmpjes van het ALMA congres voor docenten Italiaans, zie je dat de lerarenopleiders mannen zijn. Maar de docenten zelf, dat zijn vooral vrouwen. Als mannen financieel niet hoeven te concurreren met gekwalificeerde vrouwen die werken beneden het minimumloon, dan zouden er vast meer mannen in de sector werkzaam zijn. Maar dat terzijde.

Meer lezen over Docent Italiaans worden? Lees dan dit blog!