Italiaans in Woerden: La fermata

Een tijdje terug alweer op een saaie zondagmorgen besloot ik mijn kinderen in de auto te stoppen en eens te gaan kijken wat er is voor Italiaans in Woerden bij La fermata. La fermata betekent ‘de halte’ in de zin van bushalte of stop, een plek waar je even stil staat om vervolgens weer verder te gaan. Ik volgde de winkel al een tijdje op social media en zag wel dat ze lekker eten zeer serieus nemen.

Italiaanse delicatessenzaak La fermata in Woerden

Eenmaal daar zag ik dat het echt een mooie zaak is, leuk ingericht en veel, heel veel lekkere dingen te koop. Ik nam vanalles mee. Grote conchiglioni (pasta om te vullen) een fiasco (dat is een wijnfles in een rieten mandje), pastrami voor mijn man (die niet vegetarisch is) panforte (omdat dat nu eenmaal ook lekker is), goede kaas…. Nee ik ging niet met lege handen naar huis.

Ik sprak eigenaar Ron van Kuijen via de telefoon en hij vertelde me dat hij al veel in Italië op vakantie ging voordat hij begon met zijn Italiaanse delicatessenzaak. Ze deden er kookworkshops en gingen overal het eten verkennen, zoals veel van ons doen als ze in Italië zijn. Restaurantjes bezoeken, de lokale lekkernijen proberen. Ook vond hij de markten zo leuk. Misschien is hij ook wel eens bij een sagra geweest. Dat zijn dorpsfeesten die in het teken staan van de lokale lekkernij. Bijvoorbeeld de truffel, de venkel, een specifieke wijn, een bepaald worstje etc. Dan worden alle tafels aan elkaar geschoven en krijg je écht mooie dorpsverbroedering.

Sagra van Aviko en Duitse pasta carbonara: niet zo Italiaans in Woerden

Op Facebook las ik een oproep van Aviko, de diepvriesmaaltijdenhandelaar, aan Italianen om naar hun dorpsfeesten te komen in Italië. Ze willen filmpjes gaan maken waarbij ze Italianen hun diepvriesmaaltijden gaan voorschuiven. Ik kan me niet voorstellen dat dat een succes wordt, eerlijk gezegd. Italianen zijn echt lekkerbekken en kunnen kwaliteit van opsmuk goed onderscheiden. Ik verwacht geen enthousiaste reacties op die diepvriesmaaltijden.

Ron vertelde dat ze hun producten bestellen bij groothandelaren in Italiaanse of mediterrane producten. Als je per bedrijf producten over moet laten komen is dat natuurlijk veel te duur. Dat kun je de klant niet doorberekenen. Daar zie ik het ook vaak fout gaan bij Nederlanders die dat handeltje wel interessant vinden. Als je de transportkosten per bulk kunt doen is dat natuurlijk veel voordeliger dan per stuk. Een dure fles olijfolie kun je aan je vrienden nog wel verkopen, maar vreemden hebben daar niet zo’n trek in. Bovendien kun je kennis van kwaliteit ook beter aan Italianen overlaten, zoals ik hierboven al schreef.

Laatst las ik ook een onbedoeld komisch verhaal van een Italiaanse die zich zo ergerde aan filmpjes van Duitsers die uitleggen hoe je de pasta carbonara moet maken. Vind ik een begrijpelijke frustratie. Het is net als Little Venice in Las Vegas, een Rotterdammer die stroopwafels adverteert, vadertje kerstman in hartje Brazilie in de zomer met een kokosnoot onder een palmboom. Een bus Japanners die uitstapt midden op het fietspad op het Rokin, terwijl jij daar op weg bent naar je werk. Natuurlijk mogen die Duitsers ook hun mening hebben, maarja…goed…. hebben ze hun witte sokken in hun slippers nog aan? Zijn ze roodverbrand door de zon? De essentie van erfgoed is toch dat het D.O.P is, dat het denominazione origine protetta is. Het is eigen aan een bepaald gebied. Mag daar iemand anders mee weglopen? Insomma… ik kan de ergernis begrijpen. Laat ik het daar maar op houden.

Dromen

Ik heb er ook wel eens over gedroomd met Elisabetta Cascino. Een eigen delicatessenzaak beginnen. Elisabetta had net als ik Italiaans gestudeerd in Utrecht en Bologna. In de laatste stad volgde ze een echte officiële pastacursus zoals de bolognese koks dat doen. We schreven allebei over de Italiaanse keuken. Ik recenseerde Italiaanse kookboeken voor DitisItalie.nl en kookte Italiaans voor buurtgenoten via Thuisafgehaald.nl en Elisabetta schreef zelf recepten en gaf Italiaanse kookworkshops. Dromen…. dat doe ik over veel dingen hoor. En ik had wel door dat Ron het heel druk had met zijn werk. Zo’n eigen catering bedrijf als dat goed loopt en je maakt winst dan moet je daar heel veel tijd en moeite in stoppen. Knap hoe ze La Fermata echt tot een begrip hebben gemaakt in Woerden. En dat zonder Aviko of Duitse pastacarbonara-toestanden. Want dan lukt het gewoon niet denk ik.

Je kunt ook lunchen bij La fermata, pizza laten bezorgen of de catering door ze laten doen. Op het moment zoeken ze nog een medewerker voor de winkel. Als je iets meer wilt leren over de Italiaanse keuken is dat een mooie manier. Twee jaar geleden bestond de winkel tien jaar en maakten ze een bedrijfsfilmpje.

La fermata

De kazerne 10

3441 AZ Woerden

Tel: 0348 460 146

www.lafermata-woerden.nl (voor bestellingen)

www.la-fermata.nl (voor algemene info)

Italiaans in Gouda: David’s gelato

Italiaans ijs. Gelaterie duiken op veel plaatsen op, wellicht doordat de zomers warmer worden. Zo schreef ik al over Roberto’s ijs in Oudewater en Scoop in Lopik. Deze zomer was ik ook bij David’s gelato in Gouda en ik moet zeggen: ik was onder de indruk. Ik nam een ijsje met sinaasappel broccoli smaak. Dat is het leuke als je ijs zelf echt maakt, dan kun je creatief zijn! In Oudewater en Lopik heb je ijszaken van de boerderij, ijs gemaakt van melk van de eigen koeien. Maar Italiaans ijs is meer dan dat. En David weet het!

Het ziet er allemaal mooi uit. De ijssmaken worden door hen zelf gemaakt en komen niet uit pakjes en zakjes, dus Karin Luijten van de kookrubriek “Zonder pakjes en zakjes” kan hier ook een ijsje gaan eten. Ik moet zeggen: het heeft ook mijn voorkeur, niet omdat ik vies ben van e-nummers of artificiële ingrediënten, maar omdat ik houd van de kunst op zich, van het vakmanschap. Een pakje toevoegen aan melk is toch anders.

David neemt het ijs maken zeer serieus. David’s gelato heeft een mooie instagramaccount waar je je kunt vergapen aan hun ijs, want ze besteden veel zorg, als echte Italianen, aan het esthetische aspect. Het lijkt wel alsof alle foto’s door professionals zijn genomen. Bij David’s zag ik die fantastische hoorntjes waar ik het al eerder over gehad, toen ik schreef over ijs van Roberto’s in Oudewater. Hij had ze! Held! Ik wist waar hij het heeft geleerd. Onderstaande foto nam ik in Bologna.

Italiaans ijs uit Bologna
Italiaanse hoorntjes voor ijs. Foto: Lotje Lomme

In de ijszaak in Gouda hangt een Italiaans certificaat van David van een ijscursus die hij heeft gevolgd in Italië. Dat moet erg interessant zijn geweest. David was zelf niet bereikbaar voor een gesprekje, dat vond ik wel jammer. Ik had daar graag iets meer over gehoord. Was daar een vertaler bij? Ging het allemaal in het Engels of spreekt David ook Italiaans? Waar komt zijn liefde voor het (Italiaans) ijs vandaan?

Ik nam echter een foto van het certificaat en zag dat hij deze cursus had gevolgd bij Carpigiani Gelato University. Dat ga ik eens googlen, denk ik dan.

De IJs universiteit is een school die in 2003 in Bologna is begonnen, maar Carpigiani is wel een ondernemer, want die dacht: dat willen buitenlandse ijscomannen ook wel leren, hoe wij dat doen. En nu kun je dus ook gewoon een cursus in België doen. Onderstaande foto is echter bij het moederbedrijf in Bologna. Prachtige foto. Lijkt wel het font van een retro winkel. En sommige winkels doen echt hun best om modern retro te zijn, maar er zijn ook nog gewoon bedrijven die het gewoon hebben. Italian style. You have got to love it.

Ik moet zeggen, die Italiaanse website van dat bedrijf spreekt tot mijn verbeelding. Gelukkige Italiaanse dames die lachend in schone schortjes hun ijs presenteren, in 4 weken professioneel Italiaans ijscoman worden dankzij een ijs universiteit. Ik moet als ik het woord gelato hoor trouwens ook altijd denken aan het liedje van Mina Mazzini “Se mi compri un gelato, ti bacerò”. Als je een ijsje voor me koopt dan kus ik je. Luister dat liedje maar eens op YouTube.

Op het twitteraccount van Carpigiani zie ik een grote foto van een ruimte in hun bedrijf waar allemaal historische ijsmachines staan uitgesteld in een IJSMUSEUM. Als cultuurhistoricus vind ik dat ook weer fantastisch. Graag zou ik de volgende keer als ik weer eens naar mijn stad Bologna ga, dat ijsmuseum bezoeken. En een historisch ijsje draaien en dan zelf opeten op het fabrieksterrein. Want aan schoonheid zit altijd een rafelig randje. Die ijsschool ligt natuurlijk gewoon op een lelijk fabrieksterrein. Denk maar niet dat die omgeven is door een heuvellandschap en eindeloze rijen cipressen.

Zelf heb ik hele andere dingen in Bologna gedaan. Ieder zijn vak. Mooi.

David’s Gelato

Lange Tiendeweg 23

2801 KE Gouda

Tel: 0182 399197

Italiaans boek: Alessandro Baricco ‘The Game’

Baricco The Game

The Game is een geschiedenis van de afgelopen 40 jaar. In dit non-fictie boek schetst filosoof Baricco onze maatschappij zoals die wordt gekenmerkt door een parallelle wereld, de digitale die wij zelf hebben geschapen. Hij vertelt in een weergaloos verhaal de opkomst van een nieuwe maatschappij. Dit blog is geen samenvatting/review van het boek, maar een weergave van de impact die het boek op mijn gedachten had. De titel ‘The Game’ verwijst naar de regels die gelden in die parallelle wereld, die zijn ontworpen naar gelijkenis van een computerspel.

De schrijver is een interessant figuur. In 2010 tipte mijn broer het boek ‘De Barbaren’. Dat filosofisch maatschappelijke boek, voorganger van dit boek, ging ik niet lezen. Ik nam het luisterboek/ de roman Oceaan van een zee. Nog hoor ik het ruisen van de zee als ik aan dat luisterboek denk. Baricco is iemand met een maatschappelijke functie in Italie. Zo verscheen in het najaar van 2018 een essay van de filosoof die veel stof deed opwaaien in Italie. Het essay werd vertaald door Anne Branbergen voor De Groene Amsterdammer in januari 2019.

Einde van veel lange termijn projecten?

We zijn anders gaan denken, zo schrijft de filosoof. De digitale revolutie is hiervan het gevolg. Waar we in de 20e eeuw lang en hard moesten werken om een glimp op te vangen van diepere kennis doen we tegenwoordig onze kennis op in een vluchtige digitale ervaring. Ik herken de vluchtigheid van de digitale ervaring ook bij mezelf. Ik lees veel boeken half en vaak lees ik er twee tegelijk terwijl ik ook nog eens een artikel tussendoor doe. Zijn we niet meer gewend om langdurig ergens in te investeren?

Een taalstudie is per definitie geen korte termijn project. Dat kan gewoon niet. Het kost tijd en moeite en alleen als je bereid bent daar plezier in te hebben, zul je op lange termijn de vruchten ervan gaan plukken. Op grond van onderzoek blijkt dat Engelse volwassen native speakers die Frans of Spaans leren, na 240 uur taalverwerving het niveau A2 voor de gespreksvaardigheid bereiken, na 480 uur niveau B1 en na 720 uur niveau B2. Deze gegevens zijn een indicatie, maar geen garantie. Een taalstudie biedt bij uitstek niet de vluchtige digitale succes ervaring die we hebben leren kennen de afgelopen 20 jaar. De meeste mensen haken dan ook af na 1 cursus. Van de mensen die doorgaan, blijven de meesten doorgaan tot ze nivo A2/B1 bereikt hebben.

Ik weet wel dat de inburgeringsscholen in Nederland er drie jaar voor innemen, voor het behalen van nivo A2. A2 is het nivo dat de Nederlandse regering eist aan inburgeraars, als voorwaarde voor het verkrijgen van hun paspoort. Die drie jaar is nodig. Ook omdat het Afghaans, Pools, Chinees of Syrisch veel verder van het Nederlands af ligt, dan dat u van het Italiaans bent verwijderd. Die vluchtelingen en arbeidsmigranten hebben 12 uur in de week Nederlandse les, maar wonen wel in Nederland. Veel Nederlanders zijn ontevreden over de inburgering van deze nieuwkomers. Maar zou u het kunnen, in dit tempo dit taalnivo behalen?

Einde van de tussenpersonen

Inspanning, daar heb ik ook niet altijd zin in. En ik denk ook dat ik veel zelf kan. Informatie over didactiek opzoeken kan ook op het internet. Waar heb ik nog een juf voor nodig? Kennis opdoen kan ook digitaal.

Doordat kennis zo onder handbereik ligt van iedereen, denken mensen wel eens dat ze geen tussenpersoon meer nodig hebben, zo stelt Baricco. Bestellen doe je via internet, een politicus hoeft geen verstand van zaken meer te hebben. Ook de kennis van doktoren wordt ter discussie gesteld: mensen gaan zelf hun ziektebeelden googlen en denken mee over hun behandeling. Docenten zijn linkse betweters die je aan kan geven bij een meldpunt als ze er een mening op na houden.

Uren maken en een vakman worden, dat is naar mijn mening echter toch iets anders. Leren ook door ervaring en uitwisseling met anderen. Daarom weet ik ook dat Hoo Man van Italtaal een goede docent is, die maakt al 10 jaar het driedubbele aantal lesuren dat ik maak. Hij heeft meer ervaring. Door ervaring doe je ook kennis op die je niet kunt leren door een opinie van een interessant artikel achter een hyperlink over te nemen. Zo is niet iedereen met een mening over gezondheid een dokter en niet iedereen met een mening over politiek een politicus.

Visie

In het laatste hoofdstuk vertelt de schrijver over zijn visie. Wat zijn nu de consequenties van deze historische ontwikkeling? Interessant is hoe hij vertelt over snelwaarheden. Door het internet wordt veel ingewikkeld, genuanceerd of wetenschappelijk nieuws gecomprimeerd tot een nieuwtje dat versimpeld is en meer ‘aerodynamisch’ is. Een nieuwtje dat zich sneller verplaatst over het internet. De schrijver noemt een voorbeeld en ik kon er zelf ook meteen een bedenken. Onlangs zag ik een veel gedeeld artikel in het italiaanse taaldocentenland over dat het Italiaans het Frans had ingehaald en de 3e meest bestudeerde taal van de wereld zou zijn. Het nieuws ging viral, maar enkele dagen later zag ik in een tweet van een Italiaanse professor linguistiek van de Universiteit van Utrecht het geverifieerde nieuws: het ging in feite om de derde taal die mensen studeren. Dan was Italiaans de meest bestudeerde taal (dus als eenzelfde persoon ook al Frans en Chinees studeerde. Dat is wel wat anders! Storytelling, een goed verhaal vertellen is tegenwoordig essentieel. En een goed verhaal reist snel, is pakkend en gaat viral en is per definitie niet volledig. Dat is ook het verschil tussen populisten met een pakkende boodschap en de traditionele politiek die een ingewikkelde genuanceerd verhaal heeft dat vervolgens door spindoctoren moet worden opgeleukt.

Alessandro Baricco

The Game

vertaling: Manon Smits

De Bezige Bij (verschijningsdatum: 16 mei 2019)

24,99 euro

Week van de Klassieken 2019

In januari had ik een lezing willen geven bij het Dante Instituut in Utrecht over feit en fictie in de Italiaanse oudheid. Voor DitisItalie en ItalieUitgelicht heb ik de afgelopen jaren veel boeken gelezen over de Italiaanse oudheid. Als ik dan een recensie schreef heb ik dikwijls boeken beoordeeld op hun plek op de lijn in dat spectrum. Terwijl ik nu denk dat dat wellicht ook weer wat kort door de bocht is. In dit blog wil ik vertellen over waarom ik het ene mooier vind dan het ander.

Non-fictie

Aan de ene kant heb je wetenschap die zich laat leiden door harde data en veel mogelijke maar onzekere hypotheses formuleert. Zeggende dat je iets niet met zekerheid kunt zeggen. Mijn voorkeur gaat daarin uit naar de boeken en website van Jona Lendering. Ook zijn er wetenschappelijke werken die toch op een literaire en aantrekkelijke manier kunnen vertellen, zoals het boek van Dennison over Livia of SPQR van Mary Beard. Hoewel deze laatste vanwege haar actuele invalshoeken ook terechte kritiek krijgt.

Historische non-fictie is ook de reconstructies en vertalingen van antieke werken. Fantastisch om te lezen en zeker net zo toegankelijk als sommige moderne literaire non-fictie. Bijvoorbeeld de boeken van Seneca, Sallustius en Suetonius. Mensen zijn vaak bang voor dit soort werken omdat ze denken dat het te ingewikkeld is. Als je echter een interesse hebt voor geschiedenis en best bereid bent om te werken tijdens het lezen, dan heeft dit naar mijn mening de voorkeur. De voorkeur boven het lezen van een triviale historische roman over de oudheid.

Italiaanse oudheid
Feit en fictie: wetenschap versus historische literaire romans

Wetenschapscommunicatie

Zelf probeerde ik ook wat aan wetenschapscommunicatie over de Italiaanse oudheid. Een goed verhaal schrijven dat ook wetenschappelijk is verantwoord is nog helemaal niet zo makkelijk. Het lijkt me leuk daar nog eens een cursus in te volgen. Voor Italie Uitgelicht schreef ik bijvoorbeeld over

De mythologische stichting van de stad Rome. De twee gezichten van keizer Marcus Aurelius/ Het Romeins Recht: de basis van onze beschaving. Herkomst van de Etrusken: feit en fictie. Verkiezingscampagne in het Oude Rome. De Zuil van Trajanus in Rome: een Romeins stripverhaal. Hoe het Christendom ontstond als geloofsleer. Deel 1: het Neoplatonisme Deel 2: De gnostiek. Het concept Italie, lang voor de eenwording. Inkomensverschillen in de oudheid. De oudste bewoners van Sicilie.De import van graan, vissaus en gallische wijn in Ostia

Sommige materie is erg ingewikkeld en ook zijn niet alle verhalen voldoende gecontrasteerd met wetenschappelijke research. Ik doe het met de boeken, het internet en mijn gezond verstand dat ik tot mijn beschikking heb (het gros van de tijd). En heb bovendien weinig literair talent. Fictie mag, ik heb geen probleem met fictie, maar waar ik wel een probleem mee heb is met historische literaire verhalen die gepresenteerd en gelezen worden als wetenschappelijke feiten. Dit is bijvoorbeeld het boek van Stijn Vennik dat onlangs uitkwam bij Athenaeum waarbij ongecontrastreerde bronnen worden gepresenteerd in al hun trivialiteit, puur als historische gekkigheid. Of het boek van Willemijn van Dijk over Tiberius waarin de schrijfster geen scherpe keus maakte tussen feit en fictie. Of het boek van Fik Meijer over Petrus, met een eenzijdig oog voor historische bronnen. Mijn eigen verhalen, daar ben ik ook nog kritisch over. Ik weet zelf ook niet precies de grens tussen wetenschapscommunicatie en ‘een mooi verhaal over geschiedenis’.

Zo gaf ik in 2011 ook een lezing bij Dante Utrecht over populisme in de Oudheid. Ik besprak de Gracchen, Drusus, Clodius Pulcher, Caesar en Augustus. Ik citeerde daarbij Tacitus (niet die bekende) uit zijn causes of corrupt eloquence:

‘The style which we hear every day, abounds with colloquial barbarisms, and vulgar phraseology: no knowledge of the laws is heard; our municipal policy is wholly neglected, and even the decrees of the senate are treated with contempt and derision. Moral philosophy is discarded, and the maxims of ancient wisdom are unworthy of their notice. In this manner, eloquence is dethroned; she is banished from her rightful dominions, and obliged to dwell in the cold regions of antithesis, forced conceit and pointed sentences. The consequence is, that she, who was once the sovereign mistress of the sciences, and let them as handmaids in her train, is now deprived of her attendants, reduced, impoverished, and, stripped of her usual honours (I might say of her genius), compelled to exercise a mere plebeian art’.

In de discussie naderhand kwamen destijds ook Wilders, Fortuyn en Berlusconi boven drijven. Die discussie zwengelde ik zelf aan, leek me makkelijk vissen in dat poeltje. Altijd fijn om de geschiedenis actueel te kunnen maken. Dat zou ik nu niet meer doen.

Fictie: historische literaire romans

Aan de andere kant heb je romans die zich historisch zeer goed onderbouwen na een gedegen onderzoek, zoals de historische roman van Nynke Smits. Of zoals Willemijn van Dijk als gedegen oudheidkundige nu ogenschijnlijk heeft gedaan met het boek Het wit en het purper. Historische romans kunnen zeer accuraat zijn en een oog voor narratief detail hebben dat je niet ziet in wetenschappelijke werken. Literaire historische romans zijn zeer populair sinds de komst van het boek van Geert Mak ‘Toen God verdween uit Jorwerd’.

Ik las ook een leuk boekje “Meer dan feiten” dat gaat precies over de rechtvaardiging en het bestaansrecht, het nut en de kwaliteiten van historische romans. Maar zij scheren wel fictie en non-fictie over één kam. Hoewel je met het beschrijven of oproepen van sentimenten in literaire historische romans ongetwijfeld een meerwaarde en bestaansrecht hebt, rechtvaardigt het niet de term “non-fictie”. Het is een spectrum en literaire ‘non-fictie’ zit niet aan het uiteinde van de harde wetenschap.

Waardevol vind ik het dan als een historische roman literaire stijlmiddelen gebruikt om aan te zetten tot denken over morele en politieke dilemma’s. Dus niet alleen de persoonlijke en psychologische dilemma’s belicht over het wel en wee van een historisch personage. Deze morele en politieke dilemma’s komen goed aan bod bij het boek M figlio del Secolo van Scurati. De historische roman is bij uitstek een goede plek voor een politieke invalshoek. Dit kan uiteraard niet in een wetenschappelijk handboek. Ook het boek van Falx & Toner zet aan tot denken en is op haar manier een geslaagd literair-historisch experiment.

Een primaire bron (een document uit de tijd zelf) kun je ook op die manier lezen: als een moreel en politiek handvest. Zeker Cicero en Sallustius zijn in dat opzicht prachtige documenten uit de oudheid. Je mag daarover nadenken en over filosoferen en boeken over schrijven. Dat is ontzettend leuk, zeker met een glas wijn. Maar er kennis uit destilleren, parallellen trekken tussen heden en verleden en daarmee een leken publiek trekken dat meent te komen luisteren naar historisch feiten… Dat vind ik een vorm van zelfbewierooking die bovendien vaak de maatschappelijke discussie nodeloos doet opflikkeren en polariseert. In zo’n geval is het veel beter terug te keren naar de wetenschap die kan nuanceren en relativeren. Dat geeft mij in ieder geval meer vertrouwen en het doet volgens mij ook meer recht aan je politieke tegenstanders.

Dit jaar ging het themaboekje in de Week van de Klassieken over Landverhuizers in de oudheid. Ik schreef er een review over.

Wat is jouw favoriete historische roman eigenlijk?

Uurloon van een freelance taaldocent

Ik begrijp dat u het jammer vindt dat ik niet meer wil werken voor die 5 euro per persoon per uur zoals ik in 2016 deed. Toen begon ik in Schoonhoven en vroeg ik voor 22 lessen 150 euro. Dat jaar werkte ik onder het minimumloon. In 2017 besefte ik me ook al dat dat niet zo kon en ging ik 10 euro per persoon per uur vragen. Dat is de concurrerende prijs die een stichting vraagt die draait op vrijwilligerswerk en subsidie van de gemeente en daarmee ging ik een minimumuurloon verdienen van circa 8 euro per uur. Maar denk niet dat ik dat jaar doorbetaald kreeg bij ziekte of ook maar iets opzij heb kunnen leggen.

De omstandigheden zijn veranderd. Annemart werkt voor mij, ik heb een duurdere locatie en heb mijn DITALS examen lesbevoegdheid gedaan. Er wordt met plezier buiten lestijd gewerkt en ik heb mijn trots terug gevonden. Ik vind niet meer dat ik hoef te concurreren met stichtingen. Ik ben beter. Wij zijn beter.

Voortaan ga ik dus meer vragen. Ik wil namelijk mezelf én Annemart een docenten uurloon kunnen betalen van 40 euro bruto per uur. Wat overigens evenveel is als mijn tegelzetter verdient. Als ik uit ga van circa 6 leerlingen per groep dan betekent dat dat u 13,00 euro betaalt per persoon per uur les. Dat is 3 euro per uur meer per persoon per uur dan u bent gewend. Voor 14 lessen van 1,5 uur betaalt u in plaats van 210, vanaf september 2019 dus 273 euro. 63 euro meer.

Ik ga u uitleggen waarom ik vind dat ik dat mag doen.

Indicatie uurloon

Onlangs was ik bij de Post-HBO opleiding NT2 van de Hogeschool van Utrecht waar er voor aanstaande freelance docenten informatie lag over hun aanstaande vak. Daarbij was er ook een folder die berekende wat zij tenminste zouden moeten vragen voor uurloon. Je moet er rekening mee houden dat je zelf pensioen zou willen afdragen of vakantiegeld zou willen hebben. Je moet je jezelf verzekeren tegen ziekte of arbeidsongeschiktheid, tijd nemen om lessen voor te bereiden en na te kijken of bijvoorbeeld tijd te besteden aan deskundigheidsbevordering. Ze komen dan uit op een bedrag van 49 euro per uur. U ziet op uw loonstrookje toch ook een verschil tussen bruto loon en netto loon? Het is net als met schoonmakers, die kunt u ook zwart betalen. Dat is voor u goedkoper, maar niet eerlijk naar de werknemer.

uurloon taalcursus
Wat mag een freelance taaldocent vragen voor uurloon?

De naam van het beestje

Een ander verschil zit in ‘bedrijven’ die ’taaltrainingen’ geven enerzijds en ‘scholen’ (zoals volksuniversiteiten) die ‘cursussen’ geven. Hoewel ze ogenschijnlijk hetzelfde doen, het geven van les in de Italiaanse taal, zie ik dat taaltrainingen aanmerkelijk duurder zijn dan taalcursussen. Het verschil dat je maakt met een eigen school/ eigen bedrijf versus een vrijwilligersinstituut of stichting gesubsidieerd door de gemeente is dat je je eigen marketing en administratie moet doen en moet doorberekenen aan leerlingen. En ik moet de huur van een locatie doorberekenen in de prijs. Eigenlijk zou dus moeten gelden: 1 uur lesgeven, 2 uur uitbetaald. Op deze manier kom je in de buurt van de prijzen van taalscholen voor bedrijven. 100 euro per uur.

Evenveel als een man

Als het adagium zou gelden: laat je evenveel betalen als een man met een stropdas die jouw werk doet, dan is dat een lastige opgave, want die zijn er bijna niet in mijn sector. In de Facebookgroep ‘Insegnanti italiani in Olanda’ (docenten Italiaans in Nederland) zijn er 4 mannen en 88 vrouwen. Mijn man studeerde Engels en was ook één van de vier mannelijke taalstudenten op een totale studiegroep van circa 100 studenten. Waarmee je dus kunt concluderen dat een taal onderwijzen niet echt is besteed aan mannen. Is het slecht voor hun imago, verdien je er te weinig? Als ik kijk naar de beelden van het Dante Alighieri Instituut, een groot cultureel Italiaans instituut dat kennis en kunde over Italie moet bevorderen, dan zie ik in de directie bijna uitsluitend stropdasmannen. Ook in de filmpjes van het ALMA congres voor docenten Italiaans, zie je dat de lerarenopleiders mannen zijn. Maar de docenten zelf, dat zijn vooral vrouwen. Als mannen financieel niet hoeven te concurreren met gekwalificeerde vrouwen die werken beneden het minimumloon, dan zouden er vast meer mannen in de sector werkzaam zijn. Maar dat terzijde.

Meer lezen over Docent Italiaans worden? Lees dan dit blog!

Onvertaald Italiaans boek: Handboek voor revolutionaire meisjes

Italiaans feminisme

Dit boek van Giulia Blasi staat al een tijdje in de top 10 in Italie. Blasi is een feministische dertiger die ik alweer een hele tijd terug interviewde voor Italieplein. Destijds deed ik voor een vak interculturele communicatie studie naar de verschillen tussen het Nederlandse en het Italiaanse feminisme. Ik ging toen op zoek op internet, waar de feministes veel duidelijker aanweziger waren dan in de reguliere Italiaanse media, kranten en tv. Tegenwoordig werkt ze als docent bij het Europees Instituut voor Design in Milaan.

Blasi op Twitter

30 oktober kwam haar handboek voor revolutionaire meisjes uit. Op haar veelgevolgde twitteraccount becommentarieert ze het nieuws, vanuit politiek en feministisch perspectief. De afgelopen weken ging het daarbij bijvoorbeeld over een door Salvini geintimideerde tolk die uit haar ambt was gezet omdat ze kritiek had uitgeoefend op de Italiaanse regering. (In Nederland tweeten we dan gewoon op persoonlijke titel, daar doet niemand moeilijk over – tenzij je leraar bent want dan loop je risico bij een meldpunt linkse indoctrinatie aangemeld te worden). Ook ging het over het familiecongres in Verona waar conservatieve rechtse partijen en christelijke fundamentalisten uit de V.S. elkaar vonden in hun poging de traditionele gezinnen te beschermen, die zo merkte zij op, door niemand worden bedreigd. Of het ging over een nagelaten veroordeling van enkele mannen. Ze werden vrijgesproken van verkrachting omdat de vrouw ’te lelijk was om te worden verkracht’. Op NOS was een interessante podcast daarover met Rosanna Colicchia, docente Italiaans in Hilversum en Angelo van Schaijk, Italie correspondent.

Geen Nederland

Veel zaken die in Italie erg belangrijk zijn spelen niet in Nederland. Zo hebben wij veel minder passiemoorden waarbij jaloerse vriendjes hun vriendin om het leven brengen. Blasi vertelt hoe er in Italie mededogen wordt opgebracht voor de daders die gekweld worden door hun jaloezie en verlangens. Terwijl de meisjes het nog wel eens opzoeken of de schuld krijgen hun vriendjes veel eerder verlaten gehad moeten hebben. Ook gaat het over roze speelgoed, poppen en speelgoedstrijkijzers voor meisjes en fietsen voor jongens. Iets wat in Nederland ook veel minder speelt. Hoewel het me wel opvalt dat veel basisschooljongens én meisjes zijn gekleed als de miniatuurversie van een volwassene. En Blasi benoemt de concurrentie tussen Italiaanse vrouwen als een probleem in de gemeenschappelijke strijd. Iets wat ze wil overkomen. Een speerpunt in haar feministische strijd is dat het is voor alle vrouwen. Nerderige tomboys en elegante verschijningen met commerciele ambities verenigt u!

Relevant ook in NL

Hopelijk wordt haar boek vertaald. Omdat andere kwesties die zij aantikt ook hier spelen. Blasi schrijft licht en humoristisch, zonder zure woorden of verwijten. Ze vertelt over haar eigen jeugd waarin ze graag met de jongens optrok en onderdeel mocht zijn van de exclusieve jongensclubs door zichzelf onzichtbaar te maken. Een herkenbaar verhaal voor veel meiden in Nederland denk ik. Haar manier van schrijven is ontwapenend en spoort aan tot saamhorigheid. Toch heeft ze ook wel degelijk een politieke agenda die ook voor ons Nederlanders relevant is.

Feminismo sociale

Bij feminismo sociale gaat het niet over het nadoen van mannelijke modellen of juist daar uit te breken maar om het vormgeven van een leven met elkaar waarin plaats is voor de zwakkeren. Ik moest toen denken aan een quote van Germaine Greer, de Australische schrijfster:

I do think that women could make politics irrelevant; by a kind of spontaneous cooperative action the like of which we have never seen; which is so far from people’s ideas of state structure or viable social structure that it seems to them like total anarchy — when what it really is, is very subtle forms of interrelation that do not follow some heirarchal pattern which is fundamentally patriarchal. The opposite to patriarchy is not matriarchy but fraternity, yet I think it’s women who are going to have to break this spiral of power and find the trick of cooperation.”

Het gaat dan wat Blasi betreft bijvoorbeeld over incapabele mannen (soms van het narcistische type) die maar rond blijven draaien in de baantjestoedeling. Het ene bedrijf bij de achterdeur verlaten en er evengoed ergens anders weer bij de voorkeur weer binnen komen. Het gaat over mannen die een medaille willen omdat ze ook ‘de afwas doen’. Terwijl de statistieken aangeven dat het deel van het huishouden dat aan vrouwen toekomt nog steeds extreem onevenredig is. Het gaat over vrouwen op een voetstuk zetten en zo een goedwillend seksisme in stand houden.

Binnenpretje

Het zet me ook aan het denken over mijn eigen werk. Hoe komt het dat in de onderbetaalde sector waarin ik werk: freelance taaldocenten, er voor 95% vrouwen werken? En dat als ik een foto zie van het bestuur van het Dante Alighieri Instituut in Italie, het bestuur dat mijn sector vertegenwoordigd op bestuurlijk en politiek nivo, ik een foto zie van bijna uitsluitend oude mannen in pak met stropdassen?

Ik denk nu aan Blasi elke keer als ik een foto zie van 10 mannen in een pak met stropdas bij willekeurig welk event waarbij je altijd kunt becommentarieren: waren de vrouwen op? Hoe komt het dat in deze formele of professionele situatie er geen enkele vrouw aanwezig is?

Blasi heeft een frisse blik op de actualiteit en geeft deze met flair door aan mensen die haar boek lezen en haar activiteiten volgen. De ondertitel is dan ook: ‘waarom het feminisme ons gelukkig maakt’.

Zelf lezen? Ik pleit voor vertaling van haar boek. Speriamo bene!

Giulia Blasi

Manuale per ragazze revoluzionarie Perché il femminismo ci rende felici

Rizzoli libri 2018

18 euro

Meer lezen over Italiaanse non-fictie? Lees dan ook mijn review over M figlio del secolo (over Mussolini) of mijn review van The Game van Alessandro Baricco of mijn review van Het meisje met de Leica van Helena Janeczek.

Meer lezen over onvertaalde Italiaanse boeken? Lees dan dit blog uit 2009. Sommige boeken hoeven namelijk ook niet vertaald te worden.

Onvertaald Italiaans boek: M Zoon van de eeuw

M kind van zijn tijd

In november was mijn vader erg ziek. We hadden het vermoeden dat hij binnenkort zou overlijden, maar je weet niet wanneer dat precies is. Ik stopte met werken en zag tijd voor me opdoemen. Kostbare tijd met hem en tijd voor mezelf thuis. E-boeken zijn een goede manier om tijd voor jezelf waardevol te maken. Zeker als je zelf je boeken kiest en je niet laat leiden door wat Nederlandse uitgevers laten vertalen, nam ik mezelf voor voor 2019.

Op de nominatie voor de Premio Strega 2019

Éen van die boeken die ik kocht en downloadde (schrijf ik dat goed?) was M Figlio del secolo (letterlijk: zoon van de eeuw). Van de Italiaanse schrijver Antonio Scurati. Ik kwam er gisteren achter dat dit boek ook op de shortlist staat voor de Premio Strega van 2019. De Premio Strega is Italie’s meest bekende literaire prijs. Onwaarschijnlijk dat deze hem toe zal vallen, want het boek is een duidelijke aanklacht tegen het fascisme. Om enige vergelijking met het heden te suggereren zou echt ongepast én onwetenschappelijk zijn en van het verkiezen van het boek tot winnaar een politiek gemotiveerde beslissing maken.

Waarom is het boek een aanklacht?

De M in de titel verwijst naar Mussolini. Mooi dat hij wordt geanonimiseerd, zoals onlangs de premier uit Nieuw Zeeland die een terrorist zijn naam geen publieke bekendheid gunde. De naam is zoveel gaan betekenen en de schrijver wil los weken daarvan en een menselijk beeld neerzetten van Mussolini. Kind van zijn tijd. Het boek gaat over de periode 1919-1924. De tijd van de mars op Rome, de vestiging van het fascisme in de zetel van de macht.

Het hele verhaal van de aantrekkingskracht van het fascisme, dat wordt door Scurati verteld. De volgelingen waren mensen in hun tijd. Echte mensen die zelf beslissingen moesten maken over goed en fout en daarbij met de wetenschap van nu, verkeerd hebben gekozen. Maar wat zullen wij zelf doen als wij in hun schoenen staan? Dat is de vraag die het boek oproept. Het wil geen vergelijking maken tussen Mussolini en politieke leiders van nu (Godwin!), maar wel zet het aan tot denken over een ‘clima mentale‘.

Het verhaal als podcast

Het boek heb ik nog niet gelezen, maar wel heb ik het beluisterd. Het verhaal is gesproken gepubliceerd als podcast in La Repubblica online en ook beschikbaar op Spotify. Ik was op zoek naar een leuke podcast. Op die manier kan ik mijn luistervaardigheid bijhouden en tegelijkertijd letten op een correcte uitspraak in het Italiaans. Maar deze taaltip terzijde.

Italiaans fascisme

Arthur Weststeijn en Pepijn Corduwener betogen in hun boek ‘Proeftuin Italie‘ dat twee jaar geleden uitkwam dat Italie met Mussolini de eerste was die experimenteerde met het fascisme en zo een trend zette die in andere plekken van de wereld navolging zou krijgen. Hoe dit fascisme kon ontstaan, de periode waarin Mussolini de macht grijpt en wat het onderwerp is van Scurati’s boek, beschrijven zij als volgt (Proeftuin Italie, blz. 52)

‘Soldaten die aan het front tot het uiterste getergd waren door hun superieuren, keerden shellshocked terug naar huis, vol wrok jegens het establishment en met de wapens nog op zak. De vakbonden riepen op tot massale acties en stakingen. Het geweld van de oorlog zette zich moeiteloos voort in vredestijd, terend op de lange traditie van verzet en de gewelddadige onderdrukking daarvan die Italië al zo lang parten speelde, met een nieuwe opwelling van brigantaggio in het zuiden, anarchistisch geïnspireerde rellen in het noorden, en rechtse en linkse vergeldingsacties over en weer. In Rome wist de oude elite van liberalen zich geen raad meer met de ontstane situatie. De macht ontglipte haar….

De volgelingen die Mussolini om zich heen verzamelde zocht hij vooral in de kringen van radicale nationalisten, gefrustreerde veteranen en futuristische oproerkraaiers. In eerste instantie werd hij nog overschaduwd door de ster van D’Annunzio, en behaalde zijn beweging nauwelijks stemmen bij de verkiezingen van 1919. Toen in het jaar daarop de massale arbeidersprotesten steeds groter werden, bleek die neerwaartse spiraal richting anarchie echter koren op Mussolini’s molen. Staking volgde op staking, Italië leek stuurloos af te stevenen op wetteloosheid, en in september 1920 kwam het biennio rosso tot een climax met een massale bezettingsactie van fabrieksarbeiders. De eerste fabriek die bezet werd was die van Alfa Romeo in Milaan, en vandaar verspreidde het protest zich over Turijn en Genua, het hart van de Italiaanse industrie. Honderdduizenden arbeiders namen deel aan de acties en lieten met de geweren in de aanslag de hamer en sikkel wapperen, tot schrik van de gegoede klassen. Nu zag Mussolini zijn kans’.

Italian style

Het verhaal van Scurati is Italiaans. Een roman? Meeslepend wordt er verteld over de poetische en kleurrijke figuren die die periode kende. De periode nét voor het fascisme is erg interessant vanwege het futurisme. Een artistiek literaire beweging die, zoals je ook hierboven kunt lezen, toch niet los is te zien van het fascistische opkomst. Ik schreef er een artikel over voor Italieplein (wat overigens inmiddels een pizza website is geworden met historische artikelen). Het futurisme was een beweging die het gevaar prees. Moed en rebellie werden tot deugd verheven.

Het stond tegenover de behoefte aan harmonie en decadentie van schrijvers zoals d’Annunzio. De literaire dandy van de esthetica en van levenskunst ook een politieke daad maakten. d’Annunzio heeft een grote rol in de eerste hoofdstukken van M figlio del secolo. Je leest over de massa die luisterde naar zijn redevoeringen en la vittoria mutulata (de gemankeerde overwinning), de afkeer van plutocrati angloamericani, banchieri.

De manier waarop Scurati vertelt is me bij gebleven. Je leest over de levenswijze van d’Annunzio en Mussolini. Hun vrouwen, hun vakanties. Het verhaal van de grote mannen die het échte leven leiden en voordoen, poetisch en met een trefzeker gevoel voor stijl en grandeur. En hoe dat indruk maakt. De hele Italiaanse cultuur getuigt van een nauwe verbondenheid van esthetiek en politiek. Nederlanders zien wel dat Italianen er mooi uit zien en dat het leuk is om te flaneren op Italiaanse boulevards. Al die esthetiek (zoals met het futurisme en d’Annunzio) heeft echter ook een keerzijde.

Zou Italie een politieke avant garde kunnen zijn, doordat de esthetiek zo’n prominente plek heeft in de Italiaanse maatschappij?

Loser

De volgers van Mussolini waren losers. Loser zijn, dat is mooi klote want dan is er van je leven buiten jouw zeggenschap om een wedstrijd gemaakt die jij hebt verloren. Dat verloren leven zul je terug willen claimen en het gekrenkte zelfbeeld willen herstellen. De vernedering door die bankiers en plutocratische wereldmachten en sterkere figuren ongedaan maken. En dat wordt door Scurati mooi verteld én historisch uitgelegd.

De Italianen deden dit op een manier zoals Pinokkio. Ze gaan onbedoeld de fout in door met de verkeerde mensen mee te gaan. Grootse figuren die een meeslepend leven voordeden, dat is wel iets waar Italianen van houden. Pinokkio ging mee met Stromboli of met de ezeltjes naar het Eiland van Plezier. Later kreeg hij er spijt van. De fascistische aanhangers gingen mee met de futuristen, d’Annunzio en Mussolini en belanden uiteindelijk in een bloedige strijd. Velen moeten zich op hun sterfbed zich toch hebben afgevraagd hoe het zo fout had kunnen gaan.

Tip voor Nederlandse uitgevers

M figlio del secolo vertelt een menselijk verhaal. Zonder het historische verhaal over maatschappelijke oorzaken en gevolgen uit het oog te verliezen. Verweven. En hoewel ik wel eens zeur, hier en daar, over een literaire insteek bij historische romans, vind ik het bij dit Italiaanse boek zeer geslaagd. Misschien omdat Nederlanders vooral van eufemismes en understatements houden. Scurati kiest voor een menselijke benadering met morele en psychologische dilemma’s in een stijl vol crescendo en pathos, met veel politiek geladen repetitio. Die overigens ook heel mooi is in de voorgelezen versie met de warme stem van Marco Paolini, die accellereert en verheft, intiem fluistert en verstilt.

Ik hoop dus dat een Nederlandse uitgever het boek oppakt en laat vertalen. Én dat ze daarbij kiezen voor de vertaling van de titel als: M Zoon van de eeuw. Dat maakt het persoonlijk en menselijk, kenmerkend voor het verhaal van Scurati. Een kind van zijn tijd is iedereen. Maar niet iedereen is M.

Antonio Scurati

M figlio del secolo

Uitgeverij Bompiani 2018

Meer lezen over vertalen van het Italiaans naar het Nederlands? Lees dan dit artikel over Google Translate

Liever een film kijken dan een boek lezen? Lees dan dit blog over de film ‘A casa tutti bene’.

Review: Het meisje met de Leica

Het meisje met de Leica

Bij uitgeverij De Bezige Bij verschijnt vandaag de roman Het meisje met de Leica. Een boek van Helena Janeczek. Janeczek werd in 1964 geboren in Duitsland en verhuisde als tiener naar Italie. Ik vind het altijd inspirerend als iemand die een taal niet met de paplepel ingegoten heeft gekregen, later dan een boek in die taal gaan schrijven. Kader Abdolah in het Nederlands bijvoorbeeld. Janeczek is redacteur van het literaire tijdschrift Nuovi Argomenti en dook voor dit boek in het levensverhaal van de historische figuur Gerda Taro. Hoewel een historisch figuur, gaat het de schrijfster om het vertellen van een mooi verhaal, het is geen biografische geschiedenis geworden. Daarbij bleken de herinneringen van dierbaren een mooie insteek.

Het boek is dus non-fictie, maar heeft wel degelijk de vorm van een roman. Wil je meer harde non-fictie, lees dan het boek van Baricco (over de gevolgen van de digitale revolutie) of Blasi (over Italiaans feminisme) eens. Een ander non-fictie boek dat leest als fictie is M figlio del secolo (over Mussolini) dat op dit moment vertaald wordt.

Synopsis

Gerda was een twintiger in de tijd dat WOII uitbrak. Het boek bestaat uit vijf delen, waarin in drie delen drie kennissen het leven van Gerda vertellen. In 1933 verliet Gerda haar moederland Duitsland en ging naar Frankrijk. Het boek gaat over de periode van haar leven waarbij ze als oorlogsfotografe werkte. Een tijd van opkomend fascisme en nazisme, in Parijs. Ze werd ook bekend als de geliefde Andre Friedmann. Ook een joodse fotograaf zoals zijzelf met wie ze samen Robert Capa bedacht om zo hun foto’s te kunnen slijten bij de grote dagbladen in Europa. Gerda was een onafhankelijke en geemancipeerde vrouw voor haar tijd en overleed op jonge leeftijd in Spanje, waar ze werkte als oorlogsfotografe. .

Deel 1 en 2

Het eerste deel bestaat uit foto’s van Gerda waarbij Janeczek een context schrijft. Ze schrijft het verhaal achter die foto’s. Mooi gedaan, pakkend meteen vanaf het begin. Een menselijke context bij een beeld. Beelden die we tegenwoordig vaak registreren maar niet meer zien.

Het tweede deel is het begin van de roman. Het verhaal van Gerda wordt verteld door een oude liefde, Willy Chardack. Éen van de vele want Gerda had een hele schare mannelijke volgers. De fotografe wordt door Chardack voortdurend beschreven in haar elegantie. Ik begrijp Chardack wel, het is best een goedige loebas, kwetsbaar voor vrouwelijk schoon. Maar ik vat geen sympathie voor hem op. Kennelijk blijft hij toch in een bepaalde stereotypering hangen.

Zijspoor

Italianen hebben er nogal een hand van om iemand helemaal op te hemelen als ze elegant is. Zo heb ik ook een Italiaanse docent gehad die een leerling voortrok vanwege haar esthetische opvattingen en voorkomen. U kunt ook vast iemand bedenken. Sommige Nederlanders hebben het namelijk ook. Mensen die zich totaal niet bewust zijn van het feit dat hun mening over vrouwelijke esthetiek politiek incorrect en kleinerend is. Of misschien interesseert het ze gewoon niet. Zo heb je ook bestuurders die meisjes met een politieke mening kunnen uitleggen hoe het echt zit.

Het zal wel jaloezie van me zijn op Gerda. Ik bots tegen dingen aan, heb geen natuurlijke charme behalve mijn bijtende spot, ben tien kilo te zwaar en draag nooit hakken. Elegantie is een gegeven, een aangeboren conditie. Elegantie kun je een beetje verwerven: je kunt mooie kleren aandoen maar al draagt een aap een gouden ring…..Het is een gegeven dat sommige vrouwen elegant zijn, meerdere Italiaanse vrouwen zijn het dan Nederlandse. Maar hen mythische eigenschappen toeschrijven, dat dwepen, het is onhebbelijk.

Italiaanse schoonheid: soms lijkt het alleen maar aan de buitenkant te zitten.

Het is wellicht nogal amateuristisch om als boekreviewer kritiek op het boek te hebben omdat een personage (Chardack) me niet ligt. In een interview met de schrijfster gaat het over il desiderio di verderla. Het verlangen om Gerda te zien. Ik word daar een beetje moe van. Het is goed geschreven hoor, ik zag onder de woorden van Janeczek ook echt wel een charismatische dame verschijnen, vooral ook vanwege haar maatschappelijke bijdrage als oorlogsfotografe. Als ik alleen vanuit moreel oogpunt naar het karakter van een personage kijk, zou ik sowieso heel veel romans moeten afschrijven. Raskolnikov, van ‘Schuld en boete’ van de schrijver Dostojevski bijvoorbeeld. Terwijl dat toch ook mateloos interessant is. En dat maakt van mij blik op Chardack maar een onbelangrijke mening die er niet toe doet voor de waardering van het boek.

Een wetenschappelijke analyse is wel interessant om te lezen. Literatuurwetenschapper Manetti schrijft in dat artikel onder de link dat hoe Gerda in het geheugen van anderen vorm heeft gekregen bepalend is voor de roman. Dat is een interessant gegeven. Je bent iemand anders in het hoofd van iemand anders dan in je eigen hoofd.

Perspectief van vriendin Ruth Cerf

In deel 3 wordt Gerda beschreven door haar vriendin Ruth. Er komt dan iets meer naar voren over de geschiedenis en haar persoonlijke verhaal en keuzes omdat deze vriendin niet de gierende hormonen heeft van Willy. Je ziet dan dezelfde elegantie door de ogen van haar vriendin meer als nonchalance en eerlijkheid. De optimistische fotografe wordt dan een stuk interessanter en makkelijker om van te houden. Het wordt iets meer een mens, je ziet ook haar tekortkomingen en twijfels. Ook blijkt dat Gerda gewoon lichtzinnig en onbezorgd is en dat ze daardoor bepaalde keuzes maakt die, met de wetenschap van nu of van anderen, onbezonnen waren. Ze blijft tegelijkertijd, door de bril van Ruth ook een verheven persoon, door het gemak en nonchalance waarmee ze goede morele keuzes lijkt te maken.

Janeczek zegt dat deze eigenschap, een zekere onbezonnenheid, kenmerkend is voor de jongeren die geboren werden tijdens WOI en zorgeloos opgroeiden. Die gelaagdheid van verschillende perspectieven geeft wel een meerwaarde aan het boek en het verhaal van Gerda. Mijn cynische stereotypering (avonturier, lekker wijf, doener) verdwijnt niet helemaal, maar wordt wel genuanceerd.

Die vanzelfsprekendheid in morele keuzes is iets waar ik zelf moeite mee heb: vaak geef ik mensen gelijk in een gesprek en begrijp hun standpunt en denk ik achteraf het tegenovergestelde. Of neem ik zelf een bepaald standpunt in, waar in dan later, door meer informatie, op terug moet komen. Mijn realiteit lijkt weerbarstiger van die van Gerda, maar Gerda zien we dan ook alleen door de ogen van anderen. Dat is wellicht ook de aantrekkingskracht van het hele verhaal en de charme van dit boek.

Tot slot

De laatste kennis is Georg Kuritzkes, ook een oude liefde. Het boek wordt afgesloten met een vijfde deel waarin de schrijfster Janeczek het woord weer neemt, zoals in het eerste deel. Het boek won trouwens belangrijke Italiaanse literaire prijzen, waaronder de Premio Strega van 2018. Ik hoor graag wat jij er van vindt en of mijn verhaal herkenbaar is. Lees het boek en laat een reactie achter.

Het meisje met de Leica

Helena Janeczek

De Bezige Bij (2019)

Vertaling: Els van der Pluijm

24,99 euro.

Docent Italiaans worden

In Nederland mag iedereen zich docent Italiaans noemen. Er is geen beroepsvereniging of keurmerk. Ik werkte dan ook al als docent Italiaans bij volksuniversiteiten toen ik nog op nivo B2 zat en verder geen didactische certificering had, behalve die voor docent geschiedenis. Gewoon, omdat het kon en omdat ik het leuk vond voor erbij, naast mijn baan als geschiedenisdocent op een middelbare school.

Tien jaar geleden ontmoette ik ook nog docenten Italiaans die zelf op een nivo B1 zaten. Twee jaar geleden zag ik een Nederlander met A2 nivo een vakantiecursus geven. Ook hoorde ik van jonge Italianen die wel of niet een didactische cursus hadden gedaan, zelf geen Nederlands spraken en ook voor de klas stonden voor 25 euro per uur. Zie hierover ook mijn blog over het uurloon van een freelance taaldocent.

Dit zijn echter maar incidenten die niet vaak voorkomen. Zelf ben ik ook zo’n incident geweest, onderbetaald en ondergekwalificeerd. Natuurlijk zijn er ook hoogopgeleide Italianisten, maar die kiezen er meestal niet voor om 6 uur in de week les te geven onder die slechte arbeidsvoorwaarden (niet doorbetaald in de vakanties, geen pensioenopbouw, slechts een paar uur kunnen maken in de week). Die gaan werken bij een commercieel bedrijf als accountmanager voor de Italiaanse gebieden of gaan iets heel anders doen.

Taaldidactiek

Volgende week vrijdag heb ik het DITALS I examen. Deze mag je doen als je nivo C1 hebt. Het Ditals I examen is een examen Italiaanse taaldidactiek van 5 studiepunten van de Universiteit van Siena. Het is een technisch en invidualistisch examen. Ik moet er veel begrippen voor leren die ik moet destilleren uit 6 wetenschappelijke handboeken in het Italiaans over syntaxis, taaldidactiek, sociolinguistiek, linguistiek algemeen etc. Ik hoef niet mijn mening te geven en hoef er niet voor samen te kunnen werken. De kennis die ze in Italie belangrijk vinden is formeel, cognitief en technisch. Ik had evengoed een Nederlands examen didactiek kunnen doen bij de LOI ofzo, maar dat is voor mij gewoon minder leuk.

Stel dat…

ik juf zou willen worden in Italie. Dan moet ik, om mee te kunnen doen in de race om een baan, allereerst mijn C2 examen hebben afgelegd en daarin 75 / 100 punten hebben gehaald (en niet de schamele 62 van mij). Daarnaast moet ik een master hebben gedaan in Italiaans als 2e taal óf mijn DITALS 1 en 2 hebben gehaald of een soortgelijk certificaat hebben behaald bij een andere universiteit.

In de praktijk werkt het in Italie dan zo dat je je vaak moet inschrijven voor een bepaalde baan. Laten we zeggen: docent Italiaans aan buitenlanders. Dit is klas A023. Hiervoor moet ik me inschrijven en laten zien dat ik aan de voorwaarden voldoen. Voldoe ik niet helemaal aan de voorwaarden, dan mag ik alleen als tijdelijke kracht ergens werken. Voldoen aan de vereisten is echter ook in Italie niet altijd genoeg voor een baan.

Als er een numerus clausus op de klas zit wordt er ook nog eens gekeken naar mijn cijfers die ik behaalde tijdens mijn studie. Haalde ik zeventjes dan kom ik onder aan de lijst. Want: in Italie is het vrij normaal om met een tien af te studeren (je moet gewoon alles in je kop stampen). Diegene met een tien krijgt dan voorrang. Omdat Italie niet in een economische gunstige situatie zit, is er voor veel overheidsbanen een numerus clausus. Er zijn in Italie meer juffen dan dat er werk voor ze is.

Je kunt in Italie dus geen sollicitatiegesprek hebben met een school van je eigen keuze. Deze school wordt je toegewezen. Het kan dus ook goed zijn dat ik, afgestudeerd letterkundige uit Campania, een tijdelijke baan toegewezen krijg op het platteland in Toscane. Op een school die me niet zint.

Blij toe

Gelukkig ben ik geen Italiaanse dus. Ik kan gewoon mijn vak uitoefenen door zelf een schooltje te starten als ZZP’er. Zelf mijn standaard bepalen voor kwaliteit. Dat die uiteindelijk wordt erkend door scholieren gebeurt ook alleen als je kwaliteit bezit. En daarvoor hoef ik in Nederland dan weer niet voor naar de andere kant van het land gestuurd te worden, mee te doen in een bureaucratische mallemolen en in competitie te zijn met andere docenten die als een bezetene cum laude certificaten binnen halen. Ik heb gelukkig along the way veel ervaring op kunnen doen bij volksuniversiteiten. Nu ben ik één van de docenten Italiaans in Nederland die geen madrelingua is en gewoon is getrouwd met een Nederlander. Ik heb wel mijn best gedaan, maar mijn huwelijkskandidaat kwam ik gewoon tegen bij een verjaardagsfeestje in Utrecht.

Review: Van de gladiatorenkeizer tot de gepensioneerde tiener

Boek van Stijn Vennik

Boeken over de late oudheid zijn er weinig voor een groot publiek, zo zegt de achterflap van dit boek. En dat klopt. Helaas maakt de oudheid maar voor een tiende deel onderdeel uit van de geschiedenis. Met de kenmerkende aspecten en de tijdvakken in het geschiedenisonderwijs, is de hele oudheid maar één periode toegeschreven. Wat er op neerkomt dat leerlingen het ongeveer 2 maanden krijgen in de brugklas. In de bovenbouw is het ongeveer 2 maanden onderwerp en dat is het dan. In Italie besteden ze veel meer tijd aan de Romeinse periode in het curriculum en is dit ongeveer een vierde van de behandelde stof. Goede insteek.

Lastige materie goed toegankelijk

Het is fijn voor de leek om een boek te lezen over geschiedenis dat vlot is geschreven. Je komt dan makkelijk door taaie stof heen. Stijn Vennik heeft zich op een hele knappe manier de taaie stof eigen gemaakt en er echt een eigen verhaal van gemaakt. De periode is lastig met ingewikkelde, partijdige, anachronistische en slecht bewaarde bronnen over een periode die sowieso al wordt gekenmerkt door chaos en onrust. Een belangrijke bron voor deze periode is de Historia Augustea. Historicus Jona Lendering vergelijkt dit werk met een biografie over de levens van de keizers (geen geschiedwerk dus) in de lijn van Plutachus. Vennik is in deze traditie verder gegaan en tekent de levens op van de verschillende keizers, in al hun rariteiten met anekdotische voorvallen en triviale, maar in het oog vallende wetenswaardigheden.

Schrijfstijl

Zelf heb ik wat moeite met de stijl. Historici mogen zeker goed toegankelijke boeken schrijven. Ik gun hen hun metaforen, hyperbolen, eufemismes, gemeenplaatsen en ironie echter maar met mate. Zo vergeet Vennik dat het om mensenlevens gaat. (‘begon hij oorlog met een paar koninkrijkjes’ ‘Zoals altijd als er zo’n belangrijk iemand in ongenade viel werden al zijn vrienden en medestanders geexecuteerd. Dat leverde Severus veel geld op, maar voor de rest had hij het niet zo naar zijn zin in Italie’. De historicus beschrijft ook met ogenschijnlijk plezier over de wreedheid en het genot van (de anekdotes over) verschillende keizers. Dat gaat dan niet op een manier waarop men genieten kan van de horror in de film 300, maar met een emotionele afstand tot het onderwerp. Hij schetst terdege wetenschappelijk kanttekeningen bij zijn eigen verhaal. Vervolgens schrijft hij het toch met heel veel plezier allemaal op. Waardoor je kunt denken achteraf: wat weet ik nu eigenlijk?

Niet interessant

Als je bedenkt dat de kennis waar het boek vol mee staat, die triviale anekdoten over die keizers, niet in perspectief worden geplaatst, wat heb ik er dan aan? Dan lees ik liever Ploutarchos of Svetonius zelf (ook vlot geschreven), dan heb ik tenminste nog het idee dat ik een tijdsdocument lees en meer leer over de Romeinen dan met dit boek. Het is alsof je een historisch roddelblad leest. Leuke anekdotische kennis voor pubquizvragen. Met alle respect voor de mensen die heel veel vragen weten en wiens hoofd encyclopedisch is, maar het is niet iets wat míjn leven verrijkt.

Wil je meer lezen over mijn motivatie en mijn opvattingen over fictie en non-fictie, lees dan dit blog.

  • Stijn Vennik
  • Van de gladiatorenkeizer tot de gepensioneerde tiener Een geschiedenis van het Romeinse rijk van 180 tot 476
  • Athenaeum (2019)
  • 17,50 euro.